Lab voor complexe weefsels en breisels

In vernieuwd Textielmuseum Tilburg wordt ook kunst en design gemaakt. ‘Kom, het is hier leuk.’..

Een museum in bedrijf, zo profileert het Textielmuseum in Tilburg zich. Een museum dus waar niet alleen kunst en design wordt geëxposeerd maar ook wordt gemaakt.

Vandaar ook dat na de ingrijpende verbouwing van negen maanden het Textiellab het hart van het museum vormt. In deze zaal staan de computergestuurde machines waarmee de meest complexe weefsel, breisels en andere textielbewerkingen kunnen worden uitgevoerd. En omdat deze proeftuin voor experimentele textieltoepassingen ook open is voor publiek, is dit het enige museum waar bezoekers er bij kunnen staan als het geëxposeerde werk wordt vervaardigd.

Met dat ‘museum in bedrijf’ wordt ook gedoeld op de zakelijke bedrijfsvoering. Het is niet voor niets omgedoopt tot het Audax Textielmuseum, naar de sponsor.

De transparante nieuwbouw herbergt ook zalen voor de verhuur. Deze eigentijdse aanpak wordt onderstreept met een prikkelend interieur, gehuurd van Studio’s Müller & Van Tol, dat eerder het prijswinnende interieur van de Amsterdamse hotspot Club 11 ontwierp.

Avontuurlijke productontwerpers als Wieki Somers en Bertjan Pot maakten speciaal voor de entree een feestelijke lampion met meterslange slingers en een frivole bank, die de bezoekers vanaf de straat toeschreeuwen: kom, het is hier leuk. Het Textielmuseum, dat met de grootschalige verbouwing haar vijftigste verjaardag viert, laat hiermee zien dat het geen stoffig museum is.

Maar het Textielmuseum wil ook hét kenniscentrum voor textielbewerking zijn – van hightech (lasers die motieven in stof branden) tot lowtech (het handmatig ‘tuften’ van meterslange tapijten). Nieuw is de garenbank, een verzameling van honderden stalen, waaronder ragfijne wol met Swarovski-kristal maar ook grof garen van hondenhaar – de grenzen van wat nog textiel mag heten worden hier maximaal opgerekt.

Voor bezoekers hooguit een curiosum, maar voor professionals een bron van inspiratie; en zoals het een bedrijvig museum betaamt, kunnen die er zo mee aan de slag in het naastgelegen Textiellab.

Dat ze hun vak verstaan in Tilburg wordt gedemonstreerd met de openingsexpositie ‘Van Labyrinth tot Big Mama’. De titel verwijst naar de Big Mama van Pieke Bergmans, een meterslang Barbapapa-achtig zitmeubel bestaande uit een reusachtige sok gevuld met skippyballen. Bijzonder is dat deze sok als één geheel uit de breimachine komt.

Labyrinth is een vloerkleed, tafelkleed, servet en shawl, door Studio Job voorzien van een doolhofmotief. Het lijkt een invuloefening maar een geweven vloerkleed van dikke wol en een print op een zijden shawl exact dezelfde groentint geven, vergde naar verluidt het uiterste van de software in het Textiellab.

Als proeve van bekwaamheid kreeg ook beeldend kunstenaar Barbara Broekman de vrije hand. Het resultaat is een kamer van textiel, waarbij de overrompelende kleurpaletten van vloer, muur en plafond naadloos in elkaar overlopen. Stof genoeg voor een psychedelische reis. Modeontwerper Jan Taminiau toont een collectie jurken van één weefsel die met het omlaag trekken van de kraag veranderen van nostalgische japons in flamboyante robes.

De inrichting van de expositie door Scholten & Baijings doet recht aan de museale status van de jurken, vloerkleden en zitmeubels: de werken worden gepresenteerd tussen smetteloos witte muren. Toegang tot de afzonderlijke werken bieden sluizen, waarin het scheppingsproces is te zien aan de hand van video’s, schetsen en stofmonsters.

Van Scholten & Baijings zijn ook nog kleurige kleden met een opvallende losse maar slijtvaste steek te zien. De plaids zijn indertijd ontwikkeld in het Textiellab maar worden inmiddels elders industrieel geproduceerd. Want het Textielmuseum mag bedrijvigheid dan hoog in het vaandel hebben, het is en blijft toch een museum.

Meer over