Laag op laag

In Nederland heeft elk stukje land een bestemming. Alles is in principe overal mogelijk – behalve iets zonder bestemming laten....

In de Spaanse Pyreneeën bestaan pueblos abandonados. Verlaten dorpen, omdat ooit een bosbrand de oogst verwoestte of de plaatselijke fabriek het hoofd niet boven water hield, en zo een heel dorp zonder werk kwam te zitten. De mensen trokken naar de stad. Maar hun huizen, hun plein, en hun kerk bleven. Ze zijn nog altijd niet gesloopt of geconserveerd. Ze zíjn er gewoon. Een spoor van geschiedenis voor wie het ontdekken wil.

In Nederland is zoiets ondenkbaar. Geen ruimte voor. Hier zou zo'n dorp meteen worden opgenomen in een nota, worden gebombardeerd tot Cultureel Erfgoed en toeristentrekpleister: de gebroken stenen zouden worden opgepoetst, informatiebordjes opgehangen, en in een van de huizen zou in stijl een kassa worden geïnstalleerd. Óf, voor de hand liggender: de boel zou worden afgebroken, en een nieuwe bestemming zou worden gevonden.

Elke plek in Nederland heeft een 'bestemming'. Dat moet, praten we onszelf aan, want Nederland is zo klein. Dus moet alles efficiënt, wordt alles in kaart gebracht en ontwikkeld. 'Beleveniseconomie', 'gemakswoningen', 'recreatiebossen', 'parkbonbons', 'werklandschappen'? Alles is in principe overal mogelijk.

In de inleiding van het driejaarlijkse overzicht Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland, 2001-2003 lacht en medesamensteller Ruud Brouwers nog om het jargon. Maar verderop in het boek verslikken ook de schrijvers zelf zich in de terminologieën. Wel schept het boek aan de hand van een verzameling interessante essays, inleidingen en beschrijvingen van veertig langlopende projecten, een helder beeld van trends, thema's en tendensen.

Niet alleen de herstructurering van de naoorlogse woonwijken, maar ook de aandacht voor cultureel erfgoed zijn grote onderwerpen. Ook is er steeds meer sprake van integrale planvorming (een ontwerp van een woonwijk gaat niet alleen over het soort huizen en de kleur van de stoeptegels maar ook over geluidswering van de nabijgelegen snelweg, de infrastructuur en de 'vormgeving van het omliggende platteland'). Oud en nieuw – alles moet tegenwoordig in elkaar grijpen.

'Behoud door ontwikkeling', dat is de vakleus die de projecten, van stedelijke vernieuwing tot parken en tuinen en werkgebieden, bindt. Oftewel: geschiedenis en 'genius loci' (identiteit van een plek) is allemaal leuk en aardig, maar het moet wel passen in deze tijd. Waarom, vraag je je nog af. Je gaat, om in Spanje te blijven, in de tuinen van het Alhambra toch ook geen halfpipe neerzetten? Maar daarop geeft het boek geen antwoord.

Langzaam doemt een fascinerend en tegelijk verontrustend beeld op van ons maakbaar landje: Nederland als vrouw die om het minste of geringste in de auto springt naar de plastisch chirurg. Soms is de nieuwe neus een succes. Soms worden na een paar jaar de oude foto's er weer bijgehaald.

Lelystad is een goed voorbeeld. De stad heeft amper zijn veertigjarig bestaan gevierd. En is nu alweer toe aan een 'compleet vernieuwd stadshart'. West 8 tekende het masterplan waarmee in 2000 is begonnen en dat in 2010 gerealiseerd moet zijn. 'De polderstad ontworstelt zich aan de strak functionele opzet waarmee hij in de jaren zestig en zeventig is gebouwd.'

Ook op andere gebieden zie je dit soort snel veranderende inzichten. Zo gaat men in de Veenkoloniën juist weer een paar stappen terug in de geschiedenis. Daar dringt het nieuwe plan juist weer aan op het 'ontmengen' van landbouw-en woonfuncties, eigenlijk precies zoals het was in de tijd van de turfstekers. In andere dorpen worden coulissen toegevoegd om de oorspronkelijke structuur (die misschien niet voor niets verdwenen was) weer te accentueren.

Nederland is een land van laag op laag, bestemming op bestemming. Een land dat sterk onderhevig lijkt aan mode. Elke twintig jaar hebben we weer een andere opvatting. De flexibele, analyserende, integrale en nooittevredenhouding van de Nederlandse ontwikkelaars levert ook mooie projecten op. Subtiele, intelligente ingrepen, zoals het masterplan voor het Amsterdamse Westergasfabriekterrein waardoor mooie negentiende-eeuwse gebouwen ineens weer een vitale plek in het dagelijks leven krijgen. Maar, vraag je je wel af, wat blijft er over van de identiteit van een land, als dat er elke twintig jaar weer anders uit wil zien? De vakmensen zelf zijn optimistisch. 'Is Nederland mooier geworden, zijn de plannen verbeterd?'. Het stellige antwoord: 'Als het aan het jaarboek ligt wel.'

Meer over