Kwajongensstreken met een elastieken gezicht

Met zijn ronde hoofd en grote, afstaande oren leek Will Smith vooral geschikt voor de rol van Dombo het vliegende olifantje....

door Jan Pieter Ekker

WILL SMITH was onlangs bij Oprah om zijn nieuwe film Wild Wild West te promoten. Tussen de lachsalvo's door - het antwoord op elke vraag, of wat daar voor door moest gaan, eindigde steevast in een gulle lach; eerst van Will zelf, daarna van Oprah en het dankbare publiek - vertelde Smith over de spectaculaire nieuwe videoclip bij zijn interpretatie van de Stevie Wonder-klassieker I Wish. Hij noemde de clip bij Michael Jacksons Thriller de allerbelangrijkste, allerbeste muziekvideo die hij ooit had gezien. Maar nu hij de kans had, zou hij Thriller doen verbleken.

Het tekent Will Smith' maniakale ambitie.

Toen hij twaalf jaar was - Will was een luidruchtig, zelfbewust ventje, een charmeur die zijn klasgenoten, buren, ooms en tantes om zijn vinger wond - liet zijn vader hem en zijn broertje een vijftien meter lange, vier meter hoge, stenen muur aan hun huis bouwen. Little Willy from Philly dacht niet dat hij lang genoeg zou leven om het bouwwerk te voltooien. Het duurde zes maanden voor de muur af was, een eeuwigheid voor een twaalfjarige. 'En laat ik nu nooit meer horen dat jullie iets niet kunnen, zeg nooit dat iets niet kan', zei zijn vader toen het bouwwerk klaar was. Smith moet er een klap van hebben meegekregen. Alles kan in zijn ogen. Als je het maar stap voor stap doet. Als je steen na steen legt, staat er tenslotte een muur. Onvermijdelijk.

Plotseling was daar de goochemerd uit The Fresh Prince Of Bel-Air, de voormalige rapper Smith die met z'n elastieken gezicht en kwajongensstreken binnen de kortste keren een onweerstaanbare publiekslieveling werd. In termen van Smith zelf: een Terminator die niet stopt voor hij zijn doel heeft bereikt.

Maar wat dat doel precies is, blijft onduidelijk als je de acht speelfilms bekijkt die hij tot dusver heeft gemaakt. Smith behoort tot de grootste sterren van Hollywood, één die groter is dan de films waarin hij speelt. Regisseurs en producenten vechten om hem. Het maakt niet meer uit wat hij doet, als hij maar meedoet.

Regisseur Barry Sonnenfeld wilde Wild Wild West alleen maken als Smith de hoofdrol zou spelen. Dat detective James T. West, een kruising tussen een cowboy en James Bond, in de populaire Amerikaanse televisieserie waarop de film is gebaseerd door de blanke Robert Conrad werd gespeeld, was geen bezwaar.

Aanvankelijk zag Warner Bros. weinig in Sonnenfelds plannen om de zwarte Smith de hoofdrol te laten spelen, maar de studio ging snel overstag nadat Men in Black in première was gegaan. Alleen al in het openingsweekend van de 4e juli (dat sindsdien Big Willy Weekend heet) bracht de film 85 miljoen dollar op.

De witte rol werd ingekleurd; West maakt nu grappen over racisme en het kolonialisme. Wanneer hij op een gekostumeerd bal zijn als vrouw vermomde compagnon meent te herkennen, roffelt West in het voorbijgaan even op diens nepborsten. Vergissing: het blijkt een echte vrouw. Om een verklaring gevraagd, vertelt West dat het in zijn geboorteland heel gewoon is om op de borsten van een vrouw te trommelen. Het is een vorm van communicatie. 'Mooie jurk', wilde hij zeggen.

Smith rent, rijdt paard, zit in bad met mooie vrouwen en bevecht een metershoge mechanische spin in Wild Wild West. Reuze indrukwekkend, maar Smith' geliefde komische talent wordt gesmoord in een overdaad aan special effects. De grappen zijn niet leuk, vooral omdat de chemie tussen Smith en Kline ontbreekt.

Sonnenfeld heeft geprobeerd alle succesnummers uit Men in Black te kopiëren. Daarin vormde Smith met Tommy Lee Jones een koppel dat de aarde moet redden van buitenaards schorriemorrie en is hij werkelijk grappig. 'You Know what the difference is between you and me? I Make This Look Good!', zegt Smith als hij zijn zwarte maatkostuum aantrekt. Hij mag zijn gang gaan van Jones, de échte ster van de film. De kordate Jones probeert geen moment leuk te zijn; Smith mag de grappen maken. En dat hij daar goed in is, wisten we al sinds The Fresh Prince of Bel-Air, waarin Smith tussen 1990 en 1996 speelde.

Als rapper had Will Smith al fortuinen verdiend, toen hij op zijn 21ste auditie deed voor de sitcom. Hij had nog nooit geacteerd, alleen een aantal videoclips gemaakt. Producer Quincy Jones had hem aanbevolen bij CBS, maar een week voor de audities kreeg zelfs Smith het benauwd. Hij was bang dat iemand hem zou vragen of hij eigenlijk wel kon acteren. Maar toen hij thuis voor de buis langs soaps en sitcoms zapte, werd hij weer rustig. Hij bedacht dat het toch niet zo kon zijn dat al die mensen beter konden acteren dan hij. Zelfs in het slechtste geval was hij beter dan de helft. En als hij heel hard zijn best zou doen, hoorde hij bij de beteren en zou hij er van kunnen leven.

Smith wérd de Fresh Prince, een rapper die door zijn moeder vanuit Philadelphia naar zijn rijke oom en tante in het chique Beverly Hills wordt gestuurd: een nonchalante praatjesmaker, een jongen van de straat die altijd het laatste woord heeft. Een groot, ontwapenend kind met een rond gezicht en afstaande oren, die hem, zei hij zelf ooit, bij uitstek geschikt maken om Dombo, het vliegende olifantje te spelen.

De serie was een groot succes, maar Smith wilde meer. Hij nam acteerlessen en bestudeerde video's van andere komische acteurs die succesvol de stap van televisie naar film hadden gemaakt, zoals Eddy Murphy, Robin Williams en Tom Hanks.

En zijn vader had het al gezegd: er is niets wat niet kan. Dus speelde Smith in 1992 zijn eerste filmrol in Marc Rocco's Where the Day Takes You, een ensemble-stuk over een groep zwerfjongeren in Los Angeles. Smith schuift een keer of drie door het beeld. Hij is verlamd en zit in een rolstoel. Veel tekst heeft hij niet, veel ruimte om indruk te maken evenmin.

Als homofiele oplichter in Fred Schepisi's veel geprezen toneelverfilming Six Degrees of Seperation weet Smith zich wel te profileren. Het is zijn eerste grote, serieuze filmrol en Smith blijkt meer in huis te hebben dan olijke grappen en een komisch gezicht. Hij houdt lange, rustig en beschaafd uitgesproken monologen over Kandinsky, eten en buitenlandse reizen. Alleen de tongzoenscène met Anthony Michael Hall sneuvelde, omdat Smith bang was dat zijn zoontje daar later mee zou worden gepest. De beide mannen houden het bij een kus op de wang, schuin van achteren gefilmd zodat er bijna niks te zien is.

Het blijft voorlopig bij dit ene serieuze optreden. Na een bijrolletje in het Whoopi Goldberg-vehikel Living in America volgde de doorbraak naar het grote publiek met Bad Boys, een formulefilm van het succesvolle producentenduo Don Simpson en Jerry Bruckheimer. De film markeert het begin van Smith' carrière als publiekstrekker, maar betekent tevens het einde van zijn korte - slechts twee films durende -, doch veelbelovende acteercarrière.

Smith wordt een zwarte stripfiguur, een karikatuur die zijn kunstje doet tussen de explosies en schietpartijen. En daar is hij zeer bedreven in. Dat bewijst ook de kaskraker Independence Day van Ronald Emmerich uit 1996, die net als Men in Black meer dan 750 miljoen dollar opbracht.

A LLEEN IN de paranoia-thriller Enemy of the State is daarna nog een beroep gedaan op zijn acteertalent, zij het ook hier in bescheiden mate. Ook Enemy of the State leunt zwaar op special effects en schiet- en klauterpartijen. Maar Smith zag zijn rol als een uitdaging, vooral door de aanwezigheid van Gene Hackman en Jon Voight, acteurs die volgens hem tot een andere categorie behoorden en hem nog heel veel konden leren.

Of dat gelukt is, moet nog blijken. Begin volgend jaar gaat Smith de hoofdrol spelen in Power and Grace, een biopic over Mohammed Ali. Het contract dat hij onlangs tekende, levert hem 25 miljoen dollar op. En de kans om te laten zien wat hij van Oscarwinnaars Hackman en Voight heeft opgestoken. Mohammed Ali, de bokser die aan de ziekte van Parkinson lijdt, zal Smith zelf voorbereiden op zijn rol, en Smith wil, zoals Robert DeNiro in Raging Bull, best vijftien kilo aankomen om er iets van te maken.

En dan? Gaat Smith alsnog zijn best doen om de allerbeste acteur te worden? Een serieuze zwarte acteur als Denzel Washington die ook gevraagd wordt voor de politiek beladen films van Spike Lee? Of een acteur met de humor van Eddie Murphy, het alledaagse van Tom Hanks en de spierballen van Arnold Schwarzenegger, zoals Smith ooit bedacht?

Of bedoelde Smith altijd al dat hij de best verdiendende acteur wilde worden? Een charmante, charismatische ster die vele malen groter is dan de acteur Will Smith. Een acteur die enkel Box-Office Awards wint, de Koning Midas van Hollywood - een titel die Smith helemaal verdient als hij er in mocht slagen om van het onbenullige Wild Wild West een succes te maken.

Misschien geeft hij zijn filmcarrière er wel helemaal aan. In interviews heeft Smith - die vorig jaar bij de geboorte van zoon Jaden de felicitaties van Bill en Hillary Clinton mocht ontvangen, en ook al eens rapte met vice-president Al Gore - laten weten dat hij binnen tien jaar de eerste zwarte president van de Verenigde Staten wil worden. Ook al is de kans maar 1 op een miljoen. 'Als het niet lukt, is het logisch. Maar als je wel slaagt, ben je de aller-allerbeste.'

De machtigste acteur ter wereld; Ronald Reagan is het ook gelukt.

Meer over