Kunstsubsidies: verwarring troef

Minder bureaucratie, debat en beleid keren weer terug naar de hoofdlijnen, gescheiden trajecten voor grote en kleinere kunstinstellingen: dat was de kern van de hervorming van het vastgelopen Cultuurnota-systeem zoals oud-staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan die ontwierp....

Nu de uitvoering nog – en daar doemen nieuwe problemen op, zo bleek onlangs tijdens een discussie van de leden van de lobbyclub Kunsten ’92 met kunstambtenaren van OCW en enkele grote gemeenten. Neem De Nederlandse Opera (DNO), een van de grote instellingen die in het plan-Van der Laan voortaan kan rekenen op een ‘langjarig subsidieperspectief’ en periodieke beoordeling door een visitatiecommissie van ‘internationale samenstelling’. Wat houdt dat nu precies in? Geen idee, zegt Truze Lodder, zakelijk leider van DNO.

Omtrent de internationale visitatie is nog niets geregeld. Volgens Van der Laan gaat het om ‘interne kwaliteitszorg’, te regelen door de instellingen zelf, maar komt die wel in de plaats van de huidige ‘monitoring’ van instellingen door de Raad voor Cultuur (RvC), het onafhankelijke orgaan dat OCW iedere vier jaar adviseert over de verdeling van de rijkskunstsubsidies. Geen sprake van, reageerde de RvC: ‘De visitatierapporten kunnen de monitoring en oordeelsvorming door de Raad niet vervangen.’

Wat ‘langjarige’ subsidiëring is, weet Lodder evenmin: ‘Voor zover ik weet, moet ik ook in de toekomst iedere vier jaar subsidie aanvragen.’ Dat klopt, blijkt bij close reading van Van der Laans plannen: het enige dat verandert, is dat grote instellingen niet meer iedere vier jaar een beleidsplan hoeven in te dienen. De blijvende verplichting tot vierjaarlijkse subsidie-aanvragen spoort niet met de operapraktijk – een oude klacht van Lodder en haar artistiek leider Pierre Audi. Aanvragen voor de nieuwe Cultuurnota moeten in het najaar van 2007 worden ingediend. De nota zelf gaat in 2009 in. Maar bij DNO liggen grote delen van de programmering voor 2009 en 2010 nu al vast.

Of neem de podiumkunstfondsen. Een honderdtal kleinere instellingen verhuist van de Cultuurnota daar naar toe, inclusief de subsidies. De RvC hoeft over die groep niet meer te adviseren, alleen nog maar over de fondsen zelf. Financiering door fondsen, die voortaan ook tot vier jaar mogen subsidiëren, is flexibeler en efficiënter, zo is het idee. Geen sprake van, vinden Amsterdam en Rotterdam, de twee grootste cultuursteden van Nederland. Veel instellingen krijgen subsidie van Rijk én gemeente. Straks komen er twee partijen bij: de fondsen en de visitatiecommissies. ‘De bureaucratie wordt alleen maar groter’, vreest Bert Janmaat, secretaris van de Amsterdamse Kunstraad.

Nee, zeggen de drie podiumkunstfondsen FAPK, FPPM en FST. Zij willen fuseren tot één groot Fonds voor Muziek, Dans en Theater, een voorstel dat al door OCW en de RvC is omarmd. Eén loket voor al die disciplines werkt wel degelijk efficiënter, denkt het trio. ‘Dit wordt de Bank voor de Podiumkunsten’, denkt Hans-Onno van den Berg, directeur van de podiumclub VSCD. Jack Verduyn Lunel, directeur van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, is heel wat sceptischer. Zo lang niet bekend is welke instellingen precies naar dat megafonds overgaan, zullen zij voor de zekerheid subsidie blijven aanvragen bij het Rijk. Verduyn: ‘Dat fusiefonds wordt de reservebank, waar niemand op wil zitten.’

Hij kon wel eens gelijk krijgen. Het Fonds MDT kan pas op zijn vroegst van start gaan op 1 januari 2008 – slechts één maand vóór de deadline voor de nieuwe Cultuurnota 2009-2012 en enkele maanden na de aanvraagsluiting voor de nieuwe gemeentelijke kunstenplannen. En om die oprichtingsdatum te halen, moet de politiek nog behoorlijk voortmaken. Dat is nooit haar sterkste kant – zeker niet in een periode waarin een nieuw kabinet moet worden geformeerd.

Zo moet er eerst duidelijkheid komen over de culturele ‘basisinfrastructuur’ die de overheid in ieder geval zal subsidiëren. DNO, Concertgebouworkest en Rijksmuseum behoren daar zeker toe. Maar welke kleintjes? De RvC belooft in maart over dit onderwerp te adviseren. Zelfs als er dan een nieuw kabinet is, zal het een paar maanden duren voordat de nieuwe staatssecretaris van Cultuur op dat advies een besluit heeft genomen. Dan is het alweer zomerreces in Den Haag.

Truze Lodder gaat intussen noodgedwongen haar gang: ‘Wij schrijven ons beleidsplan toch voor onszelf. Wij kunnen niet wachten op de overheid.’

Meer over