AnalyseKunstsector

Kunstlobby trekt lering uit vorige crisis en schuwt economische argumenten niet

Minister Van Engelshoven bezoekt op 11 mei het Van Gogh Museum in Amsterdam, dat per 1 juni weer open mag. Beeld ANP
Minister Van Engelshoven bezoekt op 11 mei het Van Gogh Museum in Amsterdam, dat per 1 juni weer open mag.Beeld ANP

De cultuursector blijft druk uitoefenen op het ministerie van Economische Zaken.

In de stapel post voor Economische Zaken vonden minister Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer de afgelopen weken allerhande brandbrieven. Ambachtelijke bierbrouwerijen, verhuurders van deelauto’s, bed & breakfasts in Zuid-Limburg en vele anderen lieten het kabinet weten dat de zaken stilliggen en er dringend hulp nodig is. Opvallend genoeg schaarden zich tussen al die ondernemers ook de culturele instellingen.

Inderdaad, de kunstlobby beperkt zich tegenwoordig niet meer tot gesprekken met de minister van Cultuur. In de agenda staan ook de vergaderingen in de Tweede Kamer over Sociale Zaken, Binnenlandse Zaken én, zoals maandag, Economische Zaken.

In zijn brief schrijft de culturele en creatieve sector dat kunstenaars en makers essentieel zijn voor de innovatiekracht van Nederland, heel iets anders dan ‘inspireren en troost bieden’. Publicaties van het Centraal Planbureau en het economenvakblad ESB worden aangehaald als bewijs voor de stelling. De bewindslieden Wiebes en Keijzer moeten de huidige noodmaatregelen daarom niet alleen voortzetten, maar zelfs uitbreiden.

Het is een compleet andere strategie dan tien jaar geleden. Toen was er vooral woede en protest. Met zijn voorstellen om vanwege de kredietcrisis zwaar te bezuinigen op de kunstensector dreigde het eerste kabinet van premier Mark Rutte een einde te maken aan de ‘mars der beschaving’. In de hoop de stemming in de Tweede Kamer te beïnvloeden werd onder die naam een lange demonstratietocht gemaakt naar het Malieveld in Den Haag. Die haalde niets uit: de kortingsplannen gingen gewoon door. Daaruit zijn lessen getrokken.

Destijds ontbrak het aan een eensgezinde en goed georganiseerde lobby. Nu is er een unieke gelegenheidscoalitie ontstaan van belangenbehartigers in de culturele sector. Toen op 17 maart een brandbrief werd gestuurd aan minister Ingrid van Engelshoven van Cultuur was die ondertekend door niet minder dan negentien brancheorganisaties, van de Federatie Creatieve Industrie tot de Museumvereniging en de Vereniging van Vrije Theaterproducenten.

In allerijl is ook een taskforce opgericht die de sector moest verdedigen en de strategie moest uitstippelen om ‘in solidariteit uit deze crisis te komen’, zoals voorzitter Jan Zoet het formuleert. De lobby die vervolgens werd ingezet, hamert niet alleen op het belang dat er kunst wordt gemaakt omwille van de kunst: de cultuurwereld presenteert zich in de coronacrisis meer dan ooit als een speler van economische betekenis.

Dat inzicht is ironisch genoeg mede te danken aan de vorige crisis. Veel instellingen en gezelschappen werden door de recessie en de subsidiekortingen gedwongen meer eigen inkomsten te genereren. Dat heeft niet alleen geleid tot een toenadering tot het bedrijfsleven en particuliere begunstigers, maar ook tot het besef dat kunst bijdraagt aan de (lokale) economie.

Tal van instellingen hebben dat laten uitzoeken. Zij blijken een fiks aandeel te leveren, zeker als het ‘clustereffect’ wordt meegerekend: steden met een concentratie van culturele instellingen trekken meer binnenlandse en buitenlandse toeristen en zijn ook geliefder als vestigingsplaats voor grote bedrijven. Cultuur is niet alleen ontspannend of inspirerend, maar kan ook nog lonend zijn.

Maatregelen in het Van Gogh Museum in Amsterdam tegen het coronavirus.  Beeld ANP
Maatregelen in het Van Gogh Museum in Amsterdam tegen het coronavirus.Beeld ANP

Daarnaast wordt nu benadrukt dat in de sector veel mensen werkzaam zijn. Toen cultuurwethouder Touria Meliani onlangs bekendmaakte dat Amsterdam 17 miljoen euro extra beschikbaar stelt aan kunstinstellingen – een royale greep uit de gemeentelijke noodkas van 50 miljoen – wees zij erop dat de creatieve en culturele sector goed is voor 10 procent van de werkgelegenheid in de stad.

Dat was niet het enige resultaat dat er mede dankzij de eendrachtige kunstlobby was gekomen. Eerder kondigde minister Van Engelshoven aan dat de cultuursector 300 miljoen extra krijgt. In het Tweede Kamerdebat dat daarop volgde, haalden veel partijen de economische argumenten aan. Vrijwel de hele Kamer stemde in met de noodsteun, alleen PVV en SGP waren tegen. Ook al was die lang niet genoeg om de 969 miljoen euro te compenseren aan misgelopen omzet tot 1 juni, het was wel een keerpunt vergeleken met tien jaar geleden.

Toch heeft het nog niet de angst weggenomen dat de nieuwe noodtoestand funest zal zijn voor veel instellingen. Dankzij de vorige crisis hebben veel kunstorganisaties en gezelschappen weinig vlees op de botten. Niet voor niets is het aandeel (laagbetaalde) zzp’ers in de creatieve en culturele sector gestegen tot 60 procent.

De kunst kan opnieuw het kind van de rekening worden. Toen de Sociaal Economische Raad (SER) in 2016 de balans opmaakte van de kredietcrisis en de bezuinigingen – niet alleen die van het Rijk, de provincies en gemeenten waren daarna ook nog massaal met subsidiekortingen gekomen – bleken in de culturele sector 20 duizend vaste banen te zijn verdwenen. De daling van de werkgelegenheid was vijf keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. In het afbouwen van de kunstsubsidies door het nieuwe, door rechtse partijen gedomineerde provinciebestuur van Brabant zien velen in de cultuursector al het doembeeld werkelijkheid worden.

Toch zijn er tekenen dat het trauma van tien jaar geleden zich niet hoeft te herhalen. Eind april onthulde minister Van Engelshoven dat de 300 miljoen extra voor de culturele sector alleen bedoeld is om ‘de eerste maanden door te komen’. Daarmee suggereerde de D66-minister dat er nog meer in het vat zit. Kort daarna stemden 130 Kamerleden voor een motie van GroenLinks waarin de regering wordt verzocht ‘alles in het werk te stellen om creatieve makers in de culturele sector, zowel voor als achter de schermen, inclusief zzp’ers en freelancers, door deze crisis heen te helpen’.

In en buiten de Tweede Kamer werd een vergelijking gemaakt tussen de noodhulp voor cultuur en die voor ’s lands nationale trots, de KLM. Waarom is het kabinet bereid om 2 tot 4 miljard euro uit te trekken voor de redding van de vliegmaatschappij, terwijl die stukken minder bijdraagt aan het nationaal inkomen en de werkgelegenheid? Niet alleen was die vraag een eyeopener, ze illustreerde ook de nieuw gevonden strijdbaarheid van de cultuursector. Die laat zich niet nog een keer zomaar pakken.

Samen met drie andere museumdirecteuren stuurde Rein Wolfs van het Stedelijk Museum in Amsterdam een open brief aan de minister en de cultuurwethouders van de vier grote steden.

Het kabinet moet het kopen van kunst en het geven van opdrachten aan kunstenaars fiscaal aantrekkelijk maken. Met die oproep hopen kunstenaars minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven te bewegen meer te doen om de kunstsector door de coronacrisis te helpen.

Meer over