Kunsthistoricus Plomp maakte catalogus van zeventiende-eeuwse tekeningen in Teylers Museum 'Beschrijven collectie is puzzel die nooit afkomt'

Terwijl de laatste tekeningen in de nieuwe vleugel van het Teylers Museum worden opgehangen, buigt kunsthistoricus Michiel Plomp zich voorover naar een vermeende Rembrandt....

BOB WITMAN

Van onze verslaggever

Bob Witman

HAARLEM

Deze details en die van 576 andere tekeningen van oude meesters hebben Plomp zeven jaar lang bezig gehouden. De betwiste Rembrandt is nu zeker geen Rembrandt meer in de Teylers' nieuwe bezitscatalogus van zeventiende-eeuwse, Nederlandse tekeningen. Michiel C. Plomp, 39 jaar, is de auteur van dat werk, dat bijna zeshonderd pagina's beslaat. Zijn inventarisatie bevestigt niet alleen de twijfels over de toeschrijving van deze tekening, Plomp vond ook een nieuwe maker: Rembrandt-leering Willem Drost.

Het Teylers Museum in Haarlem bezit niet de grootste, maar in kwalitatief opzicht wel een van de belangrijkste tekeningencollecties van Nederland. 'Van 1778 tot 1875 was het Teylers Museum het enige instituut dat tekeningen van oude meesters kocht', zegt Plomp. Dat resulteerde in een collectie met waardevol zeventiende- en achttiende-eeuws werk. In totaal telt het prentenkabinet zesduizend tekeningen.

De grondlegger van dit bezit was de Haarlemse koopman en bankier Pieter Teyler (1702-1778). Zijn omvangrijke nalatenschap werd ondergebracht in een stichting. Het doel was onder meer kunst en wetenschap te stimuleren. Voor het kunstaankoopbeleid werd een kunstschilder aangesteld, kastelijn geheten, die verantwoordelijk was voor beheer en aankoop. De kastelijns verwierven vooral tekeningen, geen schilderijen. 'De achttiende-eeuwers zagen de tekenkunst als de moeder aller kunsten', zegt Plomp.

Plomp was een van de jonge kunsthistorici die in de tweede helft van de jaren tachtig in het Teylers kwamen werken, nadat de overheid het museum 'van nationaal belang' had bestempeld. Dat was nodig, want de Teyler stichting zelf had op dat moment weinig financiële armslag. Plomp werkte er een aantal jaren toen de J.P. Getty Trust beurzen ging toekennen om musea in staat te stellen een bezitscatalogus samen te stellen. De Haarlemse aanvraag van Plomp en een van zijn collega's werd gehonoreerd. 'Een fantastische beurs waar ik twee jaar jaar mee kon werken.' Hij werd in staat gesteld om naar het buitenland te reizen, waar hij de collecties van andere prentenkabinetten bestudeerde.

De Engelstalige bestandscatalogus die het resultaat is van zeven jaar werk, maakt deel uit van een een ambitieus project van het Teylers Museum. Uiteindelijk moet de complete tekeningencollectie in zeven bestandscatalogi worden beschreven. Plomps werk is de eerste en gekoppeld aan een expositie Meesterlijk getekend die morgen open gaat. Er zijn tekeningen te zien van onder anderen Rembrandt, Aelbert Cuyp, Hendrick Avercamp, Adriaen van Ostade en Jan van Goyen. Een deel van het werk is nooit eerder geëxposeerd.

Het onderzoek van Plomp heeft een flink aantal nieuwe inzichten opgeleverd. Soms volgde hij als een detective het spoor terug in de tijd, zoals in het geval van een 'bewerkte' tekening van Saenredam. Bekend is dat er in de achttiende eeuw een sterke voorkeur bestond voor tekeningen die 'af' waren. Schetsopzetten werden minder gewaardeerd. Soms werd een zeventiende eeuwse tekening daarom bijgewerkt, of ingekleurd.

Dat is gebeurd bij De Mariaplaats in Utrecht van Pieter Saenredam (1597-1665). 'De bomen zijn te frivool, te wild, voor Saenredam', zegt Plomp. 'En de figuren op het plein zijn disproportioneel.' Die zijn waarschijnlijk later toegevoegd. Plomp stuitte op een kopie van Saenredams werk, gemaakt door tijdgenoot Jan van de Velde. Deze voegde op zijn versie figuren toe, die ontbraken bij Saenredam.

Vervolgens leidde het spoor naar Isaack de Moucheron (1670-1744). Deze heeft, denkende dat de Van de Velde een echte Saenredam was, de figuren van de kopie in spiegelbeeld toegevoegd. 'Sommige mensen vinden het jammer dat dit niet langer geheel en al een Saenredam is', zegt Plomp, 'maar ik vind de tekening er waardevoller door geworden.'

Plomp werkt inmiddels niet meer voor Teylers en is voor de opening van de expositie Meesterlijk Getekend overgekomen uit Amerika, waar hij een fellowship heeft bij het Metropolitan Museum of Art in New York. Hij werkt aan een dissertatie over achttiende-eeuwse kunstverzamelaars in Nederland. Het idee daarvoor is geboren in de tijd dat hij voor Teylers aan de catalogus werkte.

Plomp heeft in zijn onderzoek niet op alle vragen een antwoord kunnen vinden. Zo is er bij een tekening die ooit aan Vermeer werd toegeschreven, een vraagteken komen te staan. Het blijft bij vermoedens en dus is er altijd nog ruimte voor nieuwe ontdekkingen. De kunsthistoricus benadrukt dat deze bezitscatalogus niet het laatste woord is over de collectie. Collega-wetenschappers kunnen met dit werk nieuwe bronnen opsporen en tot toeschrijvingen komen. Dat is mede het belang van het werk, zegt Plomp. Het beschrijven van zo'n collectie, 'is een legpuzzel die nooit af komt'.

Meesterlijk getekend, Nederlandse tekeningen uit de zeventiende eeuw, Teylers Museum, t/m 25 mei.

The Dutch Drawings in The Teyler Museum, volume II, Michiel C. Plomp, fl400,-

Meer over