profielfaith ringgold

Kunstenaar Faith Ringgold (91) werd vijftig jaar lang genegeerd. En dat zegt veel over Amerika

Faith Ringgold in haar huis in Englewood in 2013.  Beeld The Washington Post via Getty
Faith Ringgold in haar huis in Englewood in 2013.Beeld The Washington Post via Getty

Het radicale oeuvre van Faith Ringgold heeft altijd op weerstand kunnen rekenen. Zestig jaar lang volhardde ze in haar strijd voor zwarte Amerikanen en vrouwen. Nu dringt ze eindelijk door tot de tempels van de moderne Amerikaanse kunst.

Het was niet de eerste keer dat iemand nog niet klaar was voor het werk van Faith Ringgold. Het zou ook niet de laatste keer zijn.

Manhattan, zomer 1967. In galerie Spectrum opende die avond Ringgolds allereerste solotentoonstelling. Ze had er de maanden ervoor mogen werken in de grote lege ruimte, en de gelegenheid te baat genomen om drie enorme werken te maken, schilderijen die in haar eigen atelier niet zouden passen. Haar onderwerp was, zoals altijd, de rassenongelijkheid in de Verenigde Staten, en de hypocrisie van veel witte Amerikanen. Zo beeldt ze op een van haar schilderijen de rellen uit die in haar eigen wijk Harlem waren uitgebroken nadat de politie een zwarte tiener had neergeschoten: keurig geklede witte en zwarte mensen gaan elkaar te lijf gaan in een ritmische maar bloederige choreografie van ledematen.

Die (Sterf) noemde Ringgold het doek; ze had het een prominente plek bij de ingang gegeven.

Faith Ringgold, American People Series #20: Die (1967). Het MoMA in New York hing dit schilderij twee jaar geleden schijnbaar uit het niets op een prominente plek, naast een werk van Picasso.   Beeld Faith Ringgold, Pictoright Amsterdam
Faith Ringgold, American People Series #20: Die (1967). Het MoMA in New York hing dit schilderij twee jaar geleden schijnbaar uit het niets op een prominente plek, naast een werk van Picasso.Beeld Faith Ringgold, Pictoright Amsterdam

Ruim 400 mensen kwamen af op de opening. Er waren kunstenaars, critici, vrienden, buurtgenoten. Er waren schoolvriendinnen van haar dochters die dansten op de jazzmuziek die de galeriehouder op zijn platenspeler draaide. En er was die ene dame.

Ze was de lift uitgestapt. Kwam oog in oog te staan met Die. Had een gil geslaakt. En was met dezelfde lift weer naar beneden vertrokken.

Het radicale oeuvre van Faith Ringgold (91 inmiddels) heeft altijd op weerstand kunnen rekenen. Als er één constante is in haar omvangrijke carrière dan is het wel hoe vaak ze ‘nee’ te horen kreeg. Van de kunstopleiding die ze wilde volgen (‘wij geven geen diploma af aan vrouwen’), van de New Yorkse musea waar ze voor de deur demonstreerde tegen de geringe aanwezigheid van zwarte kunstenaars, van de openbare instellingen die zij een (gratis!) muurschildering aanbood (een hele reeks universiteiten wees haar voorstel af). Nee tegen haar kunstenaarschap. Nee tegen haar opvattingen. Nee tegen haar kleur. Nee tegen haar vrouw-zijn.

Een andere weg

Een andere constante bij Ringgold is dat dat nee haar nooit tegenhield. Ze gaf juist gas bij, koos een andere weg, vond een nieuwe manier. Die opleiding volgde ze tóch (al kreeg ze er geen kunstenaarsdiploma, maar een onderwijsbevoegdheid). Die muurschildering kwam er wél (op de vrouwenafdeling van de beruchte gevangenis op Rikers Island, bij New York). En die musea? Nadat die zich de laatste tijd – ruim veertig jaar na Ringgolds straatprotesten – beijveren om hun collecties diverser te maken, met meer kunst van vrouwen en kunstenaars van kleur, is er opeens ook oog voor Ringgold.

Schijnbaar vanuit het niets hing haar schilderij Die twee jaar geleden ineens in het Museum of Modern Art in New York, de tempel van de moderne kunst die onder de noemer New MoMA een inclusiever presentatiebeleid wil voeren. Pal naast – en min of meer gelijkwaardig aan – een van de topstukken van het museum nota bene: Les Demoiselles d’Avignon van Picasso, door wie Ringgold destijds was geïnspireerd. Het MoMA kreeg lof voor die keuze, maar ook kritiek: waarom werd de kunstenaar die zo lang genegeerd was door de grote musea, en bij het brede publiek nauwelijks bekendheid genoot, wel ingelijfd maar niet fatsoenlijk geïntroduceerd? Waarom was er bijvoorbeeld niet een aparte zaal gewijd aan Ringgold, waarin je antwoord kon vinden op vragen als: wie is Faith Ringgold? Wat voor werk maakte ze nog meer? En waarom kwam de erkenning voor haar oeuvre zo laat?

Het werk Die van Faith Ringgold naast Les Demoiselles d’Avignon van Pablo Picasso in 2019.  Beeld DPA
Het werk Die van Faith Ringgold naast Les Demoiselles d’Avignon van Pablo Picasso in 2019.Beeld DPA

Die mogelijkheid wordt nu wel geboden door het Glenstone Museum, een privaat museum in Potomac, een van de welvarende voorstadjes van Washington. De steriele witte paviljoens van het museum zijn prachtig gelegen – op stand: half verscholen in de glooiing van heuvels en bossen, op een voormalig jachtterrein; met het openbaar vervoer kun je er maar moeilijk komen. Dat de grote overzichtstentoonstelling van Ringgold juist hier wordt getoond, lijkt het definitieve bewijs dat ze door het (witte) establishment is omarmd.

De timing lijkt geen toeval: Ringgolds activisme – tegen racisme, tegen discriminatie van vrouwen – past in het nu breder geaccepteerde idee dat er iets grondig mis is met de veelbezongen gelijke kansen in de Verenigde Staten. De tentoonstelling, die door ster-curator Hans Ulrich Obrist werd samengesteld en eerder in een andere vorm te zien was in Londen en Zweden, was weliswaar al voor de moord op George Floyd ingepland, maar valt nu samen met de massale protesten van Black Lives Matter, die al een paar jaar aanzwellen.

Consequent en volhardend

Wat het meest opvalt op de overzichtstentoonstelling: hoe consequent en volhardend Faith Ringgold haar strijd voor raciale rechtvaardigheid en emancipatie voor vrouwen heeft doorgezet – in een oeuvre dat zestig jaar omspant. Het omvat niet alleen schilderijen, maar ook activistische affiches, quilts en sculpturen. En vooral ook: hoe verbluffend actueel sommige van haar observaties en inzichten nog altijd zijn.

Dat begint al in de vroege jaren zestig, wanneer Ringgold, gelijktijdig met de opkomst van de burgerrechtenbeweging (en naast haar baan als kunstdocent) schilderijen maakt die weergeven ‘hoe het was om in die tijd in Amerika te leven’. In portretten met zware contouren en soms karikaturale trekken zoomt Ringgold in op de spanningen tussen zwarte en witte Amerikanen. Niet alleen op spanningen die op geweld uitlopen, zoals tijdens de rellen in Harlem na buitenproportioneel politiegeweld tegen ongewapende buurtgenoten (de parallellen met het heden zijn evident). Maar vooral ook op het onderhuidse wantrouwen, het onuitgesproken racisme. Genadeloos legt Ringgold de hypocrisie van het Noorden bloot, dat zich zoveel progressiever waande dan het toen gesegregeerde Zuiden.

Faith Ringgold, American People #9: The American Dream (1964) Beeld Pictoright Amsterdam
Faith Ringgold, American People #9: The American Dream (1964)Beeld Pictoright Amsterdam

Ze toont de neerdrukkende normen waaraan zwarte jongeren moeten voldoen, zonder dat ze er ooit bij zullen horen (Portrait of an American Youth, 1963). Ze toont de valse belofte van de Amerikaanse droom, in een portret waarin een zwarte vrouw slechts de schaduwkant van een witte dame vormt (The American Dream, 1964). Ze zet de ouderlingen te kijk die in They Speak No Evil (1962) ostentatief vroom staan te wezen, maar niet met zwarte geloofsgenoten naar de kerk wensen te gaan – de zondag werd wel de meest gesegregeerde dag van de week genoemd. Het kost weinig moeite om de lijn door te trekken naar het New York van vandaag, waar sommige inwoners Black Live Matters-posters op hun ramen plakken, en tegelijkertijd kinderen van kleur van hun scholen weren.

Faith Ringgold, They Speak No Evil (1962) Beeld  Pictoright Amsterdam
Faith Ringgold, They Speak No Evil (1962)Beeld Pictoright Amsterdam

In diezelfde tijd buigt ze zich ook voor het eerst over de Amerikaanse vlag, het symbool dat ze gedurende zestig jaar steeds opnieuw zal schilderen. Steeds stelt ze de vraag wie of wat de stars and stripes representeren in een land waar een deel van de bevolking in apartheid leeft, als een Colin Kaepernick avant la lettre. Deze American footballspeler kwam bij geen enkel team meer aan de bak nadat hij had geweigerd eerbied te tonen voor het Amerikaanse volkslied, uit protest tegen politiegeweld en raciale ongelijkheid. Ringgold laat de rode strepen van de vlag druipen van het bloed, of verwisselt de sterren voor op schedels lijkende witte hoofdjes.

‘Opruiende stijl’

Het was onder meer vanwege ‘de vorm die ze besloot te gebruiken, maar ook vanwege haar opruiende politieke stijl, in het bijzonder haar schilderijen’ dat Ringgold ‘niet de erkenning kreeg die haar toekwam’, stelt Sarah Lewis, hoogleraar Kunstgeschiedenis aan Harvard University in de HBO-documentaire Black Art in the Absence of Light. ‘Weinig plekken [musea of galeries, red.] waren bereid zo radicaal te zijn.’ Dat bleek eens te meer toen de New Yorkse bankier David Rockefeller inkopers naar Ringgolds atelier stuurde om een werk met de Amerikaanse vlag aan te schaffen voor zijn kunstverzameling. Hij ging ervan uit dat haar werk vergelijkbaar was met de beroemde vlagschilderijen van de popartkunstenaar Jasper Johns. De inkopers gingen er overstuur vandoor toen ze zich realiseerden dat in de sterren van Flag for the Moon (1969) het woord ‘DIE’ verscholen zit, en de strepen van de vlag samen het n-woord vormen. ‘Ze wisten zich geen raad met de boodschap van het werk’, vatte Ringgold het later bondig samen.

Faith Ringgold, Black Light #10: Flag for the Moon: Die Nigger (1969) Beeld Pictoright Amsterdam
Faith Ringgold, Black Light #10: Flag for the Moon: Die Nigger (1969)Beeld Pictoright Amsterdam

Musea namen zwarte kunstenaars sowieso niet al te serieus; ze waren zeer terughoudend in het tonen en aankopen van hun kunst – opzettelijk en minder opzettelijk. Abstracte kunst was de norm in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, representatieve kunst werd als achterhaald beschouwd. Terwijl Afro-Amerikaanse kunstenaars zich de luxe van abstractie vaak niet konden of wilden permitteren; hun representatieve kunst was er om tegenwicht te bieden aan de negatieve beeldvorming in mainstream media, om de aandacht te vestigen op leefomstandigheden die elders werden verzwegen. Voor Ringgold (‘abstracte kunst is onbeduidend’) was dat niet anders.

Mansplaining

Bovendien stond ook seksisme Ringgolds carrière in de weg. Ze liep er niet alleen bij de witte kunstpausen tegenaan (‘Als ik mijn werk toonde bij een galerie, keek de eigenaar niet naar mijn kunst, maar naar mijn benen’), maar ook bij haar zwarte vakbroeders. Toen Ringgold vroeg of ze lid kon worden van de Spiral Group, een stel beroemde Afro-Amerikaanse kunstenaars die zich lieerden aan de burgerrechtenbeweging, kreeg ze van de schilder Romare Bearden een mansplaining briefje terug: geen antwoord op haar verzoek, wel ongevraagd advies hoe haar werk te verbeteren.

Aanleiding voor Ringgold om het juist over een heel andere boeg te gooien. Ze wilde ‘een feministische beweging in de kunstwereld’ beginnen, en werd de drijvende kracht achter demonstraties tegen musea als The Metropolitan, het MoMA (‘I’ll just stay out till I get in!’) en het Whitney, waar ze honderden zwarte en witte eieren op de stoep legde met het cijfer 50 erop – haar eis voor dat percentage vrouwelijke deelnemers aan de Whitney Biënnale werd pas in 2019 gehaald. (Ringgolds reactie: ‘Weet je, soms duurt het een tijdje.’)

Ze stopte met het schilderen van de enorme doeken waarmee ze zestig jaar later furore zou maken; tijdens een bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam in 1972 werd Ringgold door een suppoost gewezen op Tibetaanse thangka’s, tere schilderingen op zijde of katoen die gebruikt worden bij meditaties. Ringgold zag er behalve het esthetisch vernuft ook meteen het praktisch nut van in: schilderijen op stof zou ze kunnen oprollen en overal mee naartoe kunnen nemen, zonder hulp van mannen.

Quilts

Het luidde een nieuwe richting in haar kunst in die haar nog verder afdreef van wat in de kunstwereld als bon ton werd beschouwd. Ze maakte sculpturen en maskers van stof en raffia en volstrekt eigenzinnige quilts – van die doorgestikte kleden die van Afrika tot Amerika door vrouwen worden gemaakt – die ze beschilderde met stripachtige verhalen in een ogenschijnlijk simpele stijl met invloeden van Afrikaanse maskers en naïeve schilderkunst, en vol pende met tekst. Haar ‘story quilts’ werden een op zichzelf staand genre, waarin ze negatieve beeldvorming over Afro-Amerikanen op zijn kop zet.

Who’s Afraid of Aunt Jemima?, 1983 Beeld Faith Ringgold, c/o Pictoright Amsterdam
Who’s Afraid of Aunt Jemima?, 1983Beeld Faith Ringgold, c/o Pictoright Amsterdam

Zo blijkt Aunt Jemima, de stereotype zwarte werkster die in Amerika tot voor kort op flessen stroop prijkte, in haar quilt Who’s Afraid of Aunt Jemima? (1983) een bad-ass ondernemer, eigenaar van een succesvol restaurant en hoofd van een uitgebreide familie, die worstelt met racisme, ook onderling – zo blijkt uit de tekstjes onder elk geschilderd familielid. Indrukwekkend is ook Street Story Quilt (1985), een drieluik van ruim 2 bij 3 meter, dat aan de hand van tekstjes onder de ramen van een huis in Harlem het hartverscheurende verhaal vertelt van een familie en hun afnemende sociale kansen.

Faith Ringgold, Street Story Quilt (1985) Beeld Pictoright Amsterdam
Faith Ringgold, Street Story Quilt (1985)Beeld Pictoright Amsterdam

Toen Ringgold haar autobiografie wilde publiceren, maar van uitgevers wederom nee te horen kreeg, besloot ze ook haar levensverhaal op te tekenen op quilts, het medium dat haar wél ter beschikking stond. Haar quilt Tar Beach (over jeugdherinneringen aan warme zomeravonden op het geteerde dak van haar huis) wordt uiteindelijk afgedrukt als kinderboek - en een doorslaand succes. Meerdere boeken volgden, waarin een quilt als uitgangspunt werd genomen. Het betekende de doorbraak van Ringgold. Niet dankzij musea, maar dankzij kinderboeken.

Faith Ringgold, Tar Beach #2 (1990-92) Beeld  Pictoright Amsterdam
Faith Ringgold, Tar Beach #2 (1990-92)Beeld Pictoright Amsterdam

En toen volgde uiteindelijk ook het MoMA, dat in 2016 haar schilderij Die aankocht; het werd een van de best bezochte kunstwerken van het museum. Inmiddels wordt het werk van Rinngold over de hele wereld getoond. ‘Het kost tijd, weet je’, zei ze daarover tegen tentoonstellingmaker Hans Ulrich Obrist. ‘Het betekent dat je het gewoon moet blijven proberen. Anyone can fly, all you need to do is try.’

Opdracht voor Yale

Ze woont al een tijdje niet meer in Harlem, maar aan de andere kant van de Hudson, in New Jersey, in het lommerrijke Englewood. Ze ontvangt er vanwege haar hoge leeftijd geen bezoek van journalisten meer, zegt haar persoonlijk assistent aan de telefoon, na een verzoek tot een interview. Maar ze werkt nog wel, af en toe, aan een opdracht voor glas-in-loodramen voor Yale bijvoorbeeld. Uiteindelijk tóch dat openbare kunstwerk voor een universiteit, zoals ze altijd al wilde.

Ook die nee werd uiteindelijk een ja.

‘Ik ben me volledig bewust van de aandacht die ik nu krijg in de kunstwereld, en ik ben er dankbaar voor. Maar ik ben me er ook van bewust dat het erg lang geduurd heeft, want ik moest er 89 jaar oud voor worden om het te zien gebeuren.’

Faith Ringgold (91) in The New York Times.

Meer over