Kunst aan de kant!

Opgeruimde kunst

'Onherstelbaar verbeterd', zo noemde Gerrit Komrij de door hem versleutelde klassiekers uit de Nederlandse poëzie, in de gelijknamige bundel uit 1994. Van Hendrik Marsmans arcadische evergreen Herinnering aan Holland ('Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan') maakte Komrij het vileine 'Denkend aan Holland zie ik waardepapieren snel door begerige vingers gaan, rijen op koopwaar geile batavieren als zedeprekers op de kansel staan.'

Wat Komrij deed met woorden, doet de Zwitser Ursus Wehrli in het visuele: bekende beelden zodanig verbouwen dat ze een nieuwe betekenis krijgen. Daarbij zijn Wehrli's ingrepen wel iets raadselachtiger dan Komrij's spotternijen. Wat de Zwitser doet, is duidelijk: hij ruimt op, ordent en maakt schoon. Het waarom valt soms minder goed te vatten.

Neem het klapstuk uit zijn nieuwe album, Kunst aan de kant!: het befaamde De slaapkamer van Vincent van Gogh, geschilderd in 1888 te Arles. Links beeldt Wehrli het origineel af, met de schilderijtjes aan de wand, de tafel vol spulletjes en de stoelen met rieten zittingen. Rechts staat de 'verbeterde' versie: alles op en onder het bed geschoven, klaar voor een flinke zwabberbeurt.

Dat is niet alleen komisch, maar appelleert ook aan oude dromen waarin fictie werkelijkheid wordt en de beschouwer direct toegang krijgt tot het verbeelde - het verlangen die planken vloer in Arles te voelen kraken onder je voeten (denk ook aan Woody Allen, die zijn alter ego naar binnen fantaseerde in Madame Bovary).

Niet altijd pakt Wehrli's methode zo onderhoudend uit. Als hij Paul Klee's Farbtafel (een hecht gesloten compositie van 35 kleurvlakken) ombouwt tot zeven wankele torentjes of de Suprematische compositie van Kazimir Malevitsj ontleedt in een spanningsloos duo van recht- en driehoek, resulteert de methode in zouteloosheid.

In het voorin afgedrukte 'Pleidooi voor een opgeruimde kunst' ontkent dr. Albrecht Götz von Olenhusen ook dat Wehrli wil entertainen. Pendelend tussen Hegels 'filosofische esthetiek' en de 'elementaire deeltjes van Joan Miró' poneert Götz von Olenhusen dat Wehrli een uitweg biedt uit een vastgelopen kunstdiscours: 'Wehrli ondervangt het vaak beklaagde 'verlies van het geestelijke centrum' (Sedlmayr) door het fundamentele terugwinnen van de oorspronkelijke middelen' en wel in een 'met frisse blik beschouwde, gerangschikte en onderverdeelde postmoderniteit, die visueel ruim baan maakt voor een overzichtelijk gepositioneerde transcendente kunst, tegenover het tijdperk van de emblematische radicale verwarring en deconstructie.' Een grappenmaker, zie je nou wel.

Meer over