Krullerige kroontjespen maakt alle figuren van Wasco vriendelijk

Hondenbeelden, strips, pikante meisjes, schilderijen, heel veel katten en losse tekeningen: die bonte verzameling is deze maand te zien in de Amsterdamse stripgalerie Lambiek....

Hij gebruikt de tentoonstelling om drie nieuwe boeken te presenteren die als gebruikelijk in eigen beheer zijn uitgegeven, want Wasco bestookt de strip- en de kunstwereld al sinds het begin van de jaren negentig met zijn private publicaties. Er was de meerdelige reeks Apenootjes, vrij naar de Peanuts van Charles Schulz, er waren De Vier Verdedigers, geïnspireerd door de Fantastic Four van Jack Kirby, en er waren heel veel afleveringen van Wasco’s Weekblad, dat helemaal geen weekblad was, maar een beetje bluffen hoort erbij. Een van de nu verschenen uitgaven heet Wasco’s Weekblad 1957 en daarin meldt de tekenaar met groot optimisme dat het de eerste zou zijn van een reeks van vijftig.

Maar meer dan bluf hoort bescheidenheid bij het werk en de persoonlijkheid van Wasco. Zijn strips zijn heel fijntjes getekend en maken listig gebruik van de beeldtaal die eigen is aan het medium. Abstracte horizontale strepen ontwikkelen zich tot een doorgeploegde akker, draaiende schaduwen laten in vier plaatjes een hele dag verstrijken en intussen wandelen het hondje Phiwi en zijn baasje Tuitel glimlachend door het leven. Hun onverstoorbare vriendelijkheid is karakteristiek voor bijna al het tekenwerk van Wasco, waarin geen plek is voor geweld en grofheid.

Dat ligt anders voor het oeuvre van Wanda Scott, een ander pseudoniem van Spoel, dat hij reserveert om de bondage-praktijken van Fantoma te tekenen. Een van de nieuw verschenen boekjes heet De Fantoma Reeks en bevat dertien omslagen van de Fantoma-beeldromans, waarvan de originele ontwerpen in de tentoonstelling hangen. De Kuifje-achtige seksloosheid van Wasco’s strips is hier vervangen door een wrede wereld van maskers, zwepen en puntige voorwerpen, hoewel ook de sadomasochistische vamp Fantoma nog vriendelijke trekjes heeft.

Dat komt waarschijnlijk door de Wasco-lijn, die wordt getrokken met een kroontjespen en krullerig is als schoonschrift. Dat geeft zijn tekenstijl iets ouderwets en onschuldigs, zelfs als hij hem gebruikt voor het weergeven van geboeide vrouwen. Maar De Wasco Lijn is ook de titel van een schetsboek waarin 24 tekeningen zijn gebundeld die in slechts drie dagen zijn gemaakt. Dat is verbluffend, als je ziet hoe doorwerkt en afwisselend van stijl deze ‘schetsen’ zijn.

Wasco heeft getekend voor bladen als Amsterdam Weekly, Zone 5300 en de VPRO Gids, maar zijn beste werk maakte hij voor MUG, een tijdschrift voor ‘minima in het algemeen en uitkeringsgerechtigden in het bijzonder’. Het zijn tekeningen op krantenpaginaformaat waarin Wasco zijn vermogen om met striptaal te spelen optimaal benut. Hij verdeelt de compositie over de hele bladspiegel, terwijl de handeling zich toch in afzonderlijke kaders blijft afspelen, een compositorische truc die hij heeft afgekeken van de striptekenaar Frank King, die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw beroemd werd met Gasoline Alley. Zo blijven de Amerikaanse klassieken opduiken in het werk van Wasco.

Joost Pollman

Meer over