Krant moet kiezen

Afrekenen met filosofie van 'u vraagt, wij draaien'

Eind jaren tachtig ontmoette ik Marc Chavannes bij de oprichting van de postdoctorale opleiding journalistiek aan de Erasmusuniversiteit. Hij vertegenwoordigde NRC Handelsblad, ik de Volkskrant, en we raakten onvermijdelijk in gesprek over een andere kwestie die toen speelde. De directies van onze beide uitgevers, de Nederlandse Dagbladunie en Perscombinatie, hadden besloten tot een fusie die zou neerkomen op een overname van de Volkskrant en de andere Perscombinatie-kranten.

Chavannes en ik werden het snel eens: voor zowel NRC als Volkskrant was dat een slecht idee, want in de jaren daarvoor waren de twee Nederlandse kwaliteitskranten juist tot enorme bloei gekomen dankzij de onderlinge concurrentie die de uitgevers had gestimuleerd tot forse redactionele investeringen. We besloten vertrouwelijk contact te houden in de strijd die onze redacties onafhankelijk van elkaar tegen dit plan voerden, en enige tijd later konden we met tevredenheid constateren dat de overname was getorpedeerd (door toedoen van de grootste aandeelhouder van Perscombinatie, de Stichting Het Parool).

Twintig jaar later hebben opnieuw twee representanten van NRC en Volkskrant de koppen bij elkaar gestoken uit bezorgdheid over de toekomst: NRC-redacteur Warna Oosterbaan en zijn Volkskrant-collega Hans Wansink. Hun beide kranten zijn inmiddels toch in hetzelfde uitgeefconcern beland en Oosterbaan en Wansink trekken in hun gedegen, maar vlot leesbare studie De krant moet kiezen dezelfde conclusie als Chavannes en ik destijds: 'een concern als PCM, waarin drie kranten met elkaar concurreren in het marktsegment van hoog opgeleide lezers, (is) een jammerlijke mislukking en een handicap voor de verdere ontwikkeling van de krantentitels die er deel van uitmaken'.

Het is maar een van hun zeven aanbevelingen, want de auteurs zijn niet zo kortzichtig om alle problemen van de huidige kwaliteitspers aan de ongelukkige structuur (en het, zacht gezegd, dubieuze directiebeleid) van PCM toe te schrijven. Ze hebben ook in Frankrijk, Engeland, Duitsland, België en Amerika gesprekken met journalistieke insiders gevoerd, en de situatie blijkt daar nauwelijks gunstiger te zijn dan in Nederland. Sterker nog, NRC en Volkskrant halen ook in de huidige benarde omstandigheden nog altijd alleszins acceptabele rendementen. Toch zijn Oosterbaan en Wansink eerlijk genoeg om die momentopname te nuanceren: 'Van ernstige Verelendung is bij de landelijke Nederlandse kwaliteitskranten op dit moment nog geen sprake - maar dat kan snel veranderen.'

De cijfers die ze geven, zijn ook onthutsend. De totale oplage van de betaalde dagbladen in Nederland is tussen 1999 en 2007 gedaald van 4,5 tot 3,7 miljoen, een verlies van bijna 18 procent in acht jaar. En er zijn geen aanwijzingen dat die teruggang zal stoppen. Het meest verontrustende is het veranderde leesgedrag van de jeugd. De 65-plussers besteden gemiddeld 3,9 uur per week aan het lezen van de krant; voor de categorie onder de 35 is dat niet meer dan 0,7 uur. Oosterbaan en Wansink vrezen dat die ontwikkeling moeilijk zal zijn te stuiten: 'Jongere generaties, die niet vanzelfsprekend kranten lezen, veranderen hun mediagedrag niet meer op latere leeftijd.'

Vanuit hun positie is het logisch dat zij proberen allereerst een journalistieke remedie voor de malaise te zoeken. Ze schetsen daarbij een tragische paradox: 'De meeste kranten zijn sinds de jaren zestig journalistiek beter en maatschappelijk onafhankelijker geworden. Dat leverde hun tot aan het begin van deze eeuw een gestage stroom nieuwe lezers op. Die continue verbetering is ook na 2000 doorgegaan, maar de aanwas van lezers is omgeslagen in een daling. De kranten zijn beter geworden, maar de lezers verlaten de krant.'

Er zijn al eerder pogingen ondernomen om een journalistiek antwoord op de crisis van de dagbladen te bedenken. Leon de Wolff publiceerde in 2005 zijn boek De krant was koning - Publiekgerichte journalistiek en de toekomst van de med

ia. Dat is een aanklacht en een waarschuwing tegelijk: ook bij de kwaliteitspers moeten journalisten zich volgens hem 'laten inspireren door hun publiek en zich niet laten leiden door de eigen passies, die van de collega's, of die van de nieuwsbron'.

In hun zeer uitvoerige literatuurlijst hebben Oosterbaan en Wansink het boek van Leon de Wolff zelfs geen vermelding waard geacht (en ik kan mij daar iets bij voorstellen, kijkend naar de resultaten van de vernieuwing van het AD, waarbij De Wolffs ideeën aanvankelijk een belangrijke rol speelden). Toch laat De krant moet kiezen zich ook lezen als een gedecideerde afrekening met het denken van Leon de Wolff en de zijnen.

'Een krant moet een gids zijn, geen lotgenoot', schrijven Oosterbaan en Wansink. Een 'verlicht paternalisme' - om met Thorbecke te spreken: de krant als 'bron van algemene onderrichting' - is noodzakelijk voor maatschappelijk relevante journalistiek. 'Kranten moeten de kern van hun journalistieke agenda opnieuw vaststellen. Met die agenda presenteren zij zich aan hun lezers.

(...) Het is de concretisering van een van de kernopgaven van het journalistieke beroep. Maar het is ook de enige strategie die de critici van de 'u vraagt, wij draaien'-filosofie - en tot die critici rekenen wij ons - nog rest.'

Ze kunnen één lichtend voorbeeld van hun gelijk aanvoeren: het succes van nrc.next. In rechtstreekse concurrentie met de gevestigde ochtendbladen én de gratis kranten heeft dit nieuwe dagblad binnen drie jaar een betaalde oplage van 80.000 bereikt. Oosterbaan en Wansink beschrijven het als 'een bewuste poging de traditionele journalistieke aanbodfilosofie - 'wij weten wat u moet weten' - in een nieuwe vorm te gieten', met 'een eigen journalistiek profiel, brutaal, een tikje ironisch, duidelijk gericht op een jong en hoog opgeleid publiek'.

Ik denk inderdaad dat een aanpak à la nrc.next voor serieuze journalisten het enige zinvolle antwoord op de krantencrisis vormt. Maar ik zou niet durven beweren dat dit antwoord afdoende zal blijken - en naar ik vrees Warna Oosterbaan en Hans Wansink zelf ook niet.

Meer over