Krabbé maakt muziek van Salieri’s teksten

Ergens midden in de voorstelling stapt Marc-Marie Huijbregts van het podium af en begeeft zich tussen het publiek in de zaal....

Hein Janssen

Het is een verwarrend moment, dat losbreken uit het strakke stramien van het toneelstuk Amadeus uit 1979, maar het biedt ook helderheid: daar staat niet een acteur die transformeert in een personage, nee, daar staat Marc-Marie Huijbregts met een pruik op.

In zijn eigen theaterprogramma’s is Huijbregts een begenadigd entertainer die over het unieke talent beschikt zijn publiek een avond lang in de ban te houden met uiterst particuliere verhalen. Mede omdat hij in de verte enigszins lijkt op Mozart, althans op acteur Tom Hulce, dat koddige kereltje dat destijds zoveel indruk maakte in Milos Forman’s verfilming van Amadeus, werd hij gekozen om naast Jeroen Krabbé de hoofdrol te spelen in deze nieuwe theaterproductie.

Dat koddige blijft de hele avond aan Huijbregts hangen. Als Mozart in het tweede deel van de voorstelling langzaam afglijdt en gek wordt, lukt het hem niet dat in geloofwaardig acteren vorm te geven. Met een voortdurend opgefokte toon en driftige gebaren bouw je immers geen rol op.

In Amadeus plaatst de Engelse toneelschrijver Peter Shaffer Mozart tegenover Antonio Salieri, de hofcomponist van de Oostenrijkse keizer Joseph II. Salieri is de brave, burgerlijke en oersaaie componist die keurige muziek maakt. Mozart daarentegen is de onaangepaste, kirrende kwajongen die de wonderschone noten als strooigoed uit zijn mouw schudt. Zodra Salieri een adagio of de eerste klanken van Le nozze di Figaro hoort, weet hij het zeker: het is zijn middelmatigheid tegenover het genie van de ander.

Amadeus behandelt in retrospectief de opkomst en ondergang van Mozart. Het stuk begint als Salieri vlak voor zijn dood schoon schip wil maken met zijn geweten. Uit pure jaloezie en onmacht heeft hij Mozart altijd dwars gezeten en tenslotte de dood in gedreven. Door dat eindelijk openbaar te maken, hoopt hij zijn naam alsnog voor de eeuwigheid aan die van Mozart vast te klinken.

Krabbé speelt de rol van Salieri alsof deze voor hem is geschreven. Ruim twintig jaar heeft deze toneelspeler niet op het podium gestaan, maar hier bewijst hij zich als een subliem tekstacteur. Hij maakt muziek van de vele lappen tekst die hem door Shaffer zijn toebedeeld. De rol is eerder gespeeld door Willem Nijholt, die dat deed met een effectief, giftig soort venijn. Krabbé is veel aardser, eerder getergd dan verslagen, maar niet minder dramatisch.

Hij is dan ook de motor van deze productie, waarin het echter ontbreekt aan één heel belangrijk element: schwung, passie. De overgangen zijn niet altijd even soepel en naar het eind toe lijkt alle energie uit de voorstelling weg te sijpelen.

Het orkest van Laurens de Boer speelt prachtige stukjes Mozart maar de afzonderlijke leden moeten ook de bijrollen spelen en af en toe een aria zingen, en dat gaat ze veel minder goed af.

Huijbregts moet na de laatste voorstelling van Amadeus meteen maar die malle pruik afzetten en met zijn eigen weelderige haardos en ongebreidelde fantasie het theater in gaan. Krabbé is hopelijk snel weer te zien in een stuk dat niet overbodig is geworden na die briljante verfilming uit 1984.


Amadeus avn Peter Schaffer door Bos Theaterproducties. T/m 8 december (www.bostheaterproducties.nl).

Meer over