DagboekWillem Oltmans (1925-2004)

Kotsmisselijk van het communistische gezeik

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Willem Oltmans, 1972.



 Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Willem Oltmans, 1972.Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Sovjet-Unie, 20 oktober 1975

Om 7 uur ‘s ochtends zijn de straten in dit arbeidersparadijs nog uitgestorven. Moet je in de VS komen. Hoe hebben André Gide en Jef Last hier vroeger rondgereisd? Hoe kunnen zij aanvankelijk dit regime positief hebben benaderd? Ik doe mijn uiterste best positieve kanten te zien en die zijn er zeker. Bovendien: ze zijn niet meer weg te denken, dus het is zaak hoe dan ook een modus vivendi te vinden. Daarvoor is eerste elementaire kennis van de realiteiten noodzakelijk. Daar ben ik dus mee bezig.

Wanneer je ’s ochtends de radio aandraait, begint het al met Leonid Brezhnev, wat de CPSU allemaal heeft gedaan en andere propaganda die niet te verteren is. Velen worden kotsmisselijk van het communistische gezeik. Zoals Alexander in Leningrad het zei: ‘Lies! Lies! Lies!

Genia begint mij als een bedreiging te zien. Wanneer ik zeg dat het communisme zal mislukken, vatten ze dit buitengewoon vijandig op. Er wordt door de fameuze CPSU, die alles in dit land zo prima regelt, absoluut niets ondernomen to combat human nature. Ze verdommen het zich te verdiepen in wat Skinner noemde positive re-inforcement, waar zijn duifjes in Harvard hem zulke mooie voorbeelden van lieten zien.

Genia antwoordde: ‘Ik weet wat wij nu al hebben, ik weet wat wij nog zullen krijgen, dat is voor mij genoeg.’ Ze wil gewoon niet luisteren.

Ik las een brochure over het Warschau Pact. Leeg geklets. Er klopt allemaal geen moer van. Het is het-ene-oor-in-het-andere-oor-uit gezwam.

Willem Oltmans (1925-2004). Ingekort fragment uit Memoires 1975-1976. Papieren Tijger, 2006.

Meer over