Interview

Koordirigent Ching-Lien Wu van De Nationale Opera: ‘In Nederland moet je veel meer discussiëren’

Ching-Lien Wu neemt donderdag na zeven jaar afscheid met Ein deutsches Requiem van Brahms. ‘De stemkleur van het koor is onder mijn leiding rijker geworden.’

Dirigent van het operakoor, Ching-Lien Wu Beeld Milagro Elstak
Dirigent van het operakoor, Ching-Lien WuBeeld Milagro Elstak

Het publiek ziet haar nooit in actie. Als chef-koordirigent van De Nationale Opera doet Ching-Lien Wu (61) haar werk achter de schermen. Koorstukken instuderen, wekenlang, intensief samenwerken met soms wel tachtig koorleden, de grillen vertalen van regisseurs die het koor weleens in ingewikkelde houdingen op het podium willen – liggend, kruipend – terwijl die mensen daarbij ook nog moeten zíngen. En als het moment suprème is aangebroken, de première, moet ze het stokje neerleggen en neemt de orkestdirigent het over. Dan kijkt ze toe vanuit de coulissen. Geen baan voor een ijdeltuit die graag in de schijnwerpers staat.

Maar bij haar afscheidsconcert donderdag treedt Ching-Lien Wu, een kleine frêle vrouw, geboren in Taiwan, op de voorgrond. 350 man publiek (in plaats van 1.600) zagen haar vrijdag al aan het werk tijdens een openbare repetitie in de Nationale Opera en Ballet. Met subtiele, vloeiende bewegingen voert ze het 47-koppig koor aan dat haar zelfgekozen afscheidsstuk zingt, Ein deutsches Requiem van Brahms in de versie met pianobegeleiding. Geen operawerk, geen requiem vol hel en verdoemenis maar een ‘hooglied van hoop’ zoals het wordt genoemd, en bovendien: een prachtig koorstuk waarin de verschillende stempartijen goed tot hun recht komen.

Ching-Lien Wu vertrekt na zeven jaar uit Amsterdam. In ‘haar’ periode kreeg het koor veel lof en werd het – in 2016 – gekozen tot beste operakoor ter wereld door het Duitse operatijdschrift Opernwelt. Vanaf volgende maand is ze koordirigent van de Opéra National in Parijs.

U hebt gestudeerd en gewerkt in Azië en Europa, uw laatste chefschap voor u naar De Nationale Opera kwam, was in Genève. Wat was het grootste verschil met Amsterdam?

‘In die andere plaatsen was de hiërarchie altijd sterker. In Nederland kun je niet zeggen: het moet zus en zo. Hier moet je veel praten en discussiëren om mensen te overtuigen. Ik moest dus wat meer geduld hebben, maar het werkt uiteindelijk wel prettiger. En als de koorleden horen dat het resultaat goed is, zijn ze ook echt om.’

Wat is het belangrijkste dat u hebt bereikt in die zeven jaar bij De Nationale Opera?

‘De duivel zit in de details, zeggen ze weleens, en ik ben heel erg van de details. De hele expressie van het koor, de frasering: alles zit in details. Sommigen zeggen dat het publiek dat toch niet hoort, maar daar ben ik het niet mee eens. De manier waarop je een zin uitspreekt bijvoorbeeld, moet je vertalen naar hoe je hem zingt. Stel: het koor speelt ‘het volk’ in een opera. Als het volk boos is, spreekt het op een andere manier dan wanneer het feest viert. Een groep edelen heeft weer een andere stem dan het volk. Ze gedragen zich op een bepaalde manier, dus moet hun stem zich ook zo gedragen. Aan dit soort dingen heb ik gewerkt. De stemkleur van het koor is rijker geworden. Ik denk dat hun potentieel nu breder wordt benut.’

Koorleden moeten zich soms fysiek in allerlei bochten wringen als de regisseur dat wil. Wat was in dit opzicht de grootste uitdaging voor u?

‘Het moeilijkste was misschien Das Floss der Medusa, een oratorium van Hans Werner Henze. Om te beginnen is de partituur heel moeilijk. Daarbij had de regisseur een bewegend podium bedacht – de set imiteerde de golven onder het vlot. Sommige koorleden werden duizelig tijdens de eerste repetities. Ze hebben pillen moeten nemen tegen zeeziekte voor ze aan hun werk begonnen.’

Ching-Lien Wu Beeld Milagro Elstak
Ching-Lien WuBeeld Milagro Elstak

Hoe is het werken in coronatijd? Ein deutsches Requiem is pas het tweede stuk dat live door het koor wordt uitgevoerd sinds maart 2020.

‘In juni vorig jaar mochten we weer repeteren. We moesten toen wel tweeënhalve meter uit elkaar zitten. Dat is erg ver. De koorleden kunnen hun buren niet horen zingen, behalve degene die achter hen staat. Het groepsgevoel ontbreekt daardoor en dat is erg frustrerend. De zangers voelden zich naakt, omdat ze alleen staan en het lijkt of hun stem alleen is. Daaraan hebben we gewerkt; het klinkt nu weer als één koor ondanks de verplichte afstand. Online werken is moeilijk. Als performer mis je dan de emotie van het publiek. Dat kan demotiverend werken, maar je gaat door om de kunsten overeind te houden. Iedereen kijkt daarom erg uit naar optredens met publiek.’

Toen u hier begon zeven jaar geleden en al die Amsterdammers op de fiets zag, zei u dat u vermoedelijk de enige Chinees-sprekende ter wereld was die niet kon fietsen...

‘Haha, en ik kan nog steeds niet fietsen. Ik durfde er niet aan te begonnen. Hoe de mensen hier fietsen, veel te gevaarlijk. Op een tandem ja, dat gaat wel, ik heb op een tandem gefietst in het Amsterdamse Bos.’

Donderdag om 20.30 uur dirigeert Ching-Lien Wu Ein deutsches Requiem van Brahms, haar afscheidsconcert van het Koor van de Nationale Opera in het Concertgebouw. Het concert is per livestream te bekijken en terug te zien t/m 24/4.