KONING YOU

Eerst was Senegal in de ban van zijn stem, die lacht, huilt en bidt. Vanaf de jaren tachtig bracht samenwerking met Peter Gabriel en Neneh Cherry ('7 Seconds') hem wereldwijd succes....

door Eric van den Berg

Waar hij ook loopt, de rode aarde zit altijd onder zijn voeten. De grond van Afrika, van Senegal, waar de boeren hun geiten verliezen, en de bomen hun bladeren.

Het is de moed van de boer die Youssou N'Dour bezingt, de lonkende stad, of de kracht van de moeder die er op de markt pinda's verkoopt voor luttele francs. En hij verhaalt van de genereuze Yama; zij wacht in de haven van Dakar op de vissers, helpt ze met het lossen van de vangst, en als er iets overblijft, geeft ze dat weg, gaat ze zelf zonodig met honger naar bed.

'Hoe verder ik van huis ben, hoe dichterbij ik me voel', zegt N'Dour. In Madrid, op tournee. Ver van de 15de straat in de Medina, waar hij in 1959 is geboren, ver van Almadies, de buitenwijk waar hij nu woont.

Dakar - op de markt draaien ze zijn cassettes grijs, in het stadion klinkt zijn muziek voordat de voetbalwedstrijd begint. You is bekender dan president Wade, klinkt luider dan de muezzin van de moskee.

De Stem van Senegal, de Michael Jackson van Afrika, de Nachtegaal van Dakar.

Niet dat je direct een ster in hem herkent. Aankomst op het vliegveld in Madrid, na drie dagen 'vakantie' in Parijs met zijn vrouw Manacora en hun vijf kinderen: donkerblauwe spijkerbroek, dito spijkerjack, T-shirt en een zonnebril met blauwgetinte glazen. Hij is alleen, de leden van Super Etoile, al twintig jaar N'Dours begeleidingsband, zijn eerder per touringcar naar Spanje gereisd.

'Alles goed met iedereen?', vraagt hij in het VW-busje naar het viersterrenhotel aan Will Palin, de tourmanager uit Engeland. Thumbs up. Al heeft Will - noem een stad en hij is er al eens geweest met Whitney, Elton of David - de groep nauwelijks gezien. Want óf ze slapen, wandelen op de Plaza Mayor, óf ze zoeken ergens naar een of andere nieuwe snaar. En zelf brengt hij de tijd door met zijn overgevlogen vrouw en zoon, en het zoeken naar Cubaanse Monte Cristo-sigaren omdat die thuis onbetaalbaar zijn.

De negenmansband plus crew rust vooral uit van weer een lange busrit. Vanavond het concert, morgen met z'n allen acht uur rijden naar Malaga.

Tokio, Londen, Parijs, Madrid, Malaga ('daar kun je Afrika al zien'), Barcelona, Straatsburg, en komende zondag Den Haag, North Sea. Youssou N'Dour is moe. Enkele jaren heeft hij wat minder gereisd - hij opende een studio in Dakar, nam voor de Senegalezen een album op in het Wolof, zijn moedertaal - maar nu is het Westen weer aan de beurt. Ruim vijf jaar na zijn megasucces 7 Seconds, het duet met Neneh Cherry, en de bijbehorende cd The Guide (Wommat) is er nu de cd Joko. Ondertitel: From Village to Town. De trek van het platteland naar de stad, bedoelde hij, maar het slaat inmiddels ook op zijn helse schema.

Uurtje relaxen in het hotel op de Calle de Biarritz, net buiten het centrum. Youssou gaat naar zijn kamer. Will trekt zijn gele korte broek weer aan, want hij heeft net gehoord van de lokale concertpromotor Xavier dat het concert vanavond in de openlucht is. Op de binnenplaats van Conde Duque, een voormalige kazerne.

En waar ís iedereen? Gitarist/toetsenist Christian Polloni en drummer Alain Berge, de enige twee blanken in de band, bespreken in de lobby de Madrileense meisjes, gitarist Pape Oumar Ngom bladert verveeld in een muziektijdschrift. De stemming: 'Nog 22 dagen. And counting.'

De bus komt om vijf uur, maar dat is in Afrikaanse én Spaanse begrippen half zes. En het is geen bus, maar een busje, dus er moeten drie taxi's bij.

N'Dour: 'Ik heb veel gereisd, heb in de jaren na Wommat de wereld met andere ogen kunnen zien, op verschillende plekken. Veel indrukken opgedaan. Dat moest een geheel worden. Ik wilde mijn reis opnieuw tot leven brengen. Soms denk je ineens: dít hoort erbij.'

Afrika van een afstand bezien. De mislukte oogst, het moderne Dakar, de werklozen in de stad, de onafhankelijkheid in 1960, de emigratie naar Europa, maar ook de culturele rijkdom, en zijn roots.

De man die in 1998 voor een miljardenpubliek het openingslied van het WK-voetbal in Frankrijk zong, zich nu in zijn hotel kan laven aan een buffet met vijftien soorten ham en kaas en in zijn suite Playstation kan spelen, zong als jochie ceremoniële liederen bij besnijdenisrituelen. Trad als 13-jarige op in het stadion van Saint-Louis, de voormalige hoofdstad, tijdens de nationale herdenking van de overleden saxofonist Papa Samba Diop. Le petit prince de Dakar drumde in de band van The Miami, nachtclub in Dakar. En formeerde op 21-jarige leeftijd de band L'Etoile, later Super Etoile de Dakar.

'De band is mijn familie', zegt N'Dour. 'Ik weet niet anders', beaamt Assane Thiam, al twintig jaar bespeler van de tama ('talking drum'). Samen maken ze lange weken, lange dagen. De soundcheck in de bloedhete patio van de kazerne loopt uit, en plots duikt er een cameraploeg op van Ya.com, en nu ja, dan staat hij die andere verslaggeefster ook nog maar even te woord. Nog net genoeg tijd om zijn lichtblauwe West-Afrikaanse pak aan te trekken. Enkele Senegalezen uit de stad glippen langs het hek om gedag te zeggen.

Eerst was alleen Senegal in de ban van zijn betoverende stem, die lacht, huilt en bidt tegelijk, en van zijn mbalax-ritme, vernoemd naar een Wolof-dans ('De Wolof hebben ritme, je ziet het al aan hoe ze lopen'). Het is een mix van soul, rock en latin; noem het een cocktail van Bob Marley, Marvin Gaye en Miles Davis.

You bleef van Afrika, totdat hij in Europa opdook in compilaties van Afrikaanse muziek, en Peter Gabriel hem in 1985 ontdekte. N'Dour zong mee op Gabriels album So (de laatste regels van In Your Eyes), werd uitgenodigd voor de Human Rights Now-tour in 1988, en stond ineens vermeld in het rijtje Gabriel, Sting, en Springsteen.

Dat had zijn vader niet voorzien, niet gewild eigenlijk. Waarom geen advocaat, of ambtenaar zoals hijzelf? Maar Youssou had het bloed van zijn moeder, een griot, die 's lands helden en historie bezong.

Youssou is een zingende verteller. 'Soms ben ik een beetje confuus. De Senegalezen verwachten verhalen over het verleden, maar ik wil het juist over nu hebben, en over de toekomst.'

Een boodschapper ook. Weinig is gehuld in een poëtisch jasje - direct, in het Wolof, dé taal in de Senegalese steden, soms in het Frans, en sinds zijn wereldwijde doorbraak steeds vaker in het Engels. Want: 'Dat maakt me deel van de wereld. Wolof is een prachtige taal, maar ik speel niet enkel voor zeven Senegalezen in de zaal.'

Rij niet als je hebt gedronken.

Je moet het goede voorbeeld geven.

Wees als eerste op je werk, en probeer als laatste te vertrekken.

Laat je wapens vallen en ga naar school.

Dit is dé manier, meent N'Dour. 'Opleiding en communicatie zijn enorm belangrijk. Een campagne met Don't drink and drive slaat niet aan in Afrika. Je moet de muziek ervoor gebruiken.

'In Europa werkt het niet zo, dat weet ik, daar gaat het veel omzichtiger. In Afrika wel. Ik zing voor de werklozen in de stad, voor de boeren die wachten op de regen. Mijn muziek is voor de helft voor mij, voor de helft voor hen.' Hij wil een band houden met 'de straat', reden waarom hij een hiphopnummer heeft opgenomen met Wyclef Jean van de Fugees.

'Ik schrijf over wat er aan de hand is. Als je in Afrika woont, moet je positief denken.'

'Let's celebrate life, not mourn death', zei hij twee weken geleden op het Roskilde-popfestival, nadat daar negen mensen waren omgekomen. Een moeilijke beslissing, maar hij trad tóch op, en ging zonder bodyguards een bloem leggen bij de gedenksteen.

Geen tijd meer om iets langer uit te rusten in de troosteloze kleedkamer annex bouwkeet van het Veranos de la Ville-festival. Geen tijd ook om te bidden. Tussen twee nummers door slaat N'Dour in de coulissen zijn handen ineen.

Even stil. En dan: Let's go!

'Ik ben een moderne moslim.' Vijf keer per dag richting Mekka bidden lukt niet altijd. En hij 'begrijpt' dat zijn vader vier vrouwen heeft (en achttien kinderen). 'Hij zit in een andere situatie. Ik zal het zelf anders doen.'

Hij zingt niet over Allah, niet letterlijk, want Allah is overal. 'In alles wat ik doe. Mijn lied is mijn gebed. Je kan zelf God zijn als je één mens helpt. Soms lijk ik wel een missionaris.'

Laatste noten, langgerekt, met slechts enkele akkoorden van het keyboard: 'A. . . fri. . . ca. . .' Hymne, nu al, van het Verenigd Afrika dat N'Dour voor ogen heeft. Hij maakt een wijde cirkelbeweging met zijn armen, alsof hij de regenboog aanwijst, de zon tekent, het heelal wil omarmen - Nieuw Afrika, één geheel. Iedereen, Senegalezen voorop, doet hem na, rilt mee met de roffel op de hi-hat. 'Ik hoop dat hij dit ooit in Afrika kan doen', zegt Will. 'Kippenvel.'

Een multimiljonair die weliswaar weet dat een kind na zeven seconden zijn onschuld verliest, maar zijn geloof trouw blijft, ambassadeur werd en bleef van Unicef, actievoert (met Bono van U2) voor het kwijtschelden van de schulden van de Derde Wereld, en aan het eind van het jaar gratis concerten gaat geven in de townships van Zuid-Afrika.

Too good to be true?

'Ik geef wat ik voel.'

N'Dour staat tussen rijk en arm, traditie en modern, tussen dorp en stad, tussen Zuid en Noord. 'Het is moeilijk. Ik zal nooit de man met het geld spelen. Ik kan hooguit mensen met me mee laten doen, laten delen.'

Beginnende muzikanten kunnen terecht in zijn studio Xippi ('Open Ogen') in Dakar, zijn platenmaatschappij Jojoli heeft inmiddels veertien rapgroepen geproduceerd, zanger Cheikh Lô dankt zijn carrière aan hem, en soms kan er iemand mee op tour om ervaring op te doen.

En het YND-imperium is groter: N'Dour is eigenaar van het muziekstation 7FM, en mede-eigenaar van de kranten Info 7 en Populair. 'Daar ben ik aan begonnen om vrienden te helpen. Een krant, dat is niet echt mijn ding, het voelt ook niet alsof het van mij is. Populair vind ik leuk: die gaan met allerlei onderwerpen de straat op, vragen wat de mensen er zelf van vinden. Politiek, aids, alles.'

N'Dour heeft meer met Thiossane ('Roots'), zijn nachtclub in Dakar. Er werken twintig man, maar hij heeft geen idee hoe de zaak wordt gerund, dat doen anderen. Hij gaat regelmatig gewoon langs, jamt af en toe wat mee, ziet er zijn vrienden en zijn broers en zussen. 'Het is de enige plek waar ik me écht vrij voel. De vibes. Daar kan ik met mensen praten, ze aanraken.'

Nu even geen mensen om hem heen. Stilletjes in een hoekje op een plastic tuinstoel laat hij rond middernacht de slopende dag van hem afglijden. Was de bedoeling. De Senegalezen zijn blijven hangen, want, weten ze, Youssou is na een concert niet te beroerd een hand te schudden, een krabbeltje te zetten, te poseren voor een foto.

Plotseling is hij omgeven door zo'n twintig fans. Volgelingen. Ze gaan naast Youssou zitten, zeggen niets of weinig tegen hem, laten zich fotograferen alsof ze in een wassenbeeldenmuseum zijn, zetten hem een denkbeeldige kroon op. Het maakt niet uit wie er flitst, als ze maar samen met hun held de eeuwigheid ingaan.

En dan gaan ze gewoon weg. Drie jongens begeleiden hem nog naar de deur van restaurant 'La Corte 1808' aan de overkant.

'Ik doe het voor hen', zegt N'Dour nog eens. Maar het is ook een last. Volgend jaar een Grote Beslissing, kondigt hij aan, maar hij weet nog niet wat. 'Iets.' Hij is de hoop van de natie, het voorbeeld van hoe het kan, beschermheer van het Wolof, ambassadeur van Afrika. 'Ze verwachten zó veel van me. Het kán haast niet.'

De kleine prins van Dakar is nu koning, en zijn kroon is zwaar.

Meer over