Jeugdfilm

Koning van Katoren

In toon en humor is de film wat oubollig en het scenario gemakzuchtig

Met Koning van Katoren verpakte jeugdboekenschrijver en oud D66-minister Jan Terlouw zijn politieke denkbeelden in een jeugdroman. Stach, een doodgewone jongen van 17, wil koning worden van het fantasierijk Katoren en dient daartoe een veelheid aan opdrachten uit te voeren, elk gelieerd aan een maatschappelijk thema zoals milieuvervuiling, marktmonopolies of de kerkenstrijd.

Het klassieke jeugdboek uit 1971 is na Oorlogswinter (2008) en Briefgeheim (2010) het derde boek van Terlouw dat is bewerkt voor de bioscoop. Koning van Katoren gold lange tijd als praktisch onverfilmbaar, enkel al vanwege de episode waarin Stach het plaatsje Uikimene bezoekt en daar de letterlijk op hol geslagen en over straat schuifelende kerkgebouwen bijeenbrengt - hoe film je dat binnen een Nederlands budget?

Ben Sombogaart (Abeltje, De Tweeling, De Storm) wachtte tot de digitale effectenkunst ook in eigen land ver genoeg was gevorderd en toont in dat opzicht zijn gelijk in Koning van Katoren. De computeranimatie-kerkenloop (aangevuld met een moskee) is knap op doek getoverd, net als de kolossale vuilnisdraak waarmee Stach het aan de stok krijgt in weer een andere opdracht. Ook de verbeelding van het licht-surreële en bureaucratische regime van Katoren is inventief uitgevoerd door historische locaties (zoals een paleis) kil en modern in te richten, deels middels computereffecten.

Voor zijn hoofdpersonages koos Sombogaart twee relatief onbekende acteurs: Mingus Dagelet (zoon van acteur Hans, o.a. uit Razend) en Abbey Hoes (ook uit Razend). Hij speelt de hoofdrol als Stach, weeskind van gewone komaf met troonambitie. Zij speelt journaliste Kim, die Stachs avonturen met nogal kritische insteek volgt voor het dagblad van Katoren en een dubbele agenda voert. Beide acteurs ogen leuk en fris, maar hun spel is vlak en eendimensionaal.

Stachs openlijke gooi naar de troon maakt de autoritair regerende Katorense ministerploeg nerveus: men zadelt de jongen terstond op met onmogelijke en levensgevaarlijke opdrachten. Dat hij die allemaal met kinderlijke eenvoud uitvoert is aanvankelijk geestig, en later flauw en vooral gemakzuchtig van de filmscenaristen (er werden er vier ingehuurd).

In toon en humor is de film wat oubollig, een residu van Terlouw, die met Katoren zijn meest stichtelijke jeugdboek schreef.

Ook de door Sombogaart toegevoegde elementen - zoals echte nieuwsbeelden - doen daar weinig aan af. De episodestructuur van Koning van Katoren, die zich van opdracht naar opdracht beweegt, gaat op driekwart van de (110 minuten lange) film slepen. Wéér een treinrit, weer een zogenaamd onmogelijke opdracht. En voor een coming-of-age vertelling maakt Stachs personage opvallend weinig ontwikkeling door: hij begint en eindigt als dezelfde, tikje arrogante en van zichzelf overtuigde knul.

Zo kijkt Koning van Katoren, dat best wat geslaagde scènes kent, meer als een in één ruk uitgekeken miniserie dan een speelfilm.

Meer over