KONING ARTHUR

Iedereen kent koning Arthur, de mythische held in de opera van Purcell die het Holland festival presenteert. Maar voor ieder is hij een ander: speelbal van priesteressen, een merkwaardig passieve held, inspiratiebron voor abjecte synthesizerklanken....

door Pay-Uun Hiu

KONING ARTHUR kennen we allemaal. Hij is de onversaagde held in de vertelling van Jaap ter Haar, die iedere tienjarige met gevoel voor ridders, edelvrouwen en draken ademloos uitleest. Arthur is edelmoedig en rechtschapen en barmhartig en wijs. Hij is hooguit niet wijs genoeg om de intriges van zijn tegenstrever (en in dit verhaal zijn zwager) Mordred te doorzien.

Groot idealist als hij is, heeft hij helaas zijn hoofd te veel bij die Heilige Graal om te zien wat er vlak voor zijn neus tussen zijn trouwe ridder Lancelot en zijn echtgenote Guinevere gebeurt. 'A grrrailll?', roepen ze vrolijk verbaasd in Monty Pythons film The Holy Grail uit 1975 en wie lekker doorsurft in de 'Arthurian Resources on the Internet' komt vanzelf op hun homepage terecht alwaar deze absurde tekstfragmenten in een nog absurdere situatie (want geheel uit hun context) te horen zijn.

Koning Arthur is ook de Wart uit T.H. White's veelgeprezen Arthur, koning voor eens en altijd uit 1958. Geen briljant joch is de jonge pleegzoon van Sir Ector daar. Wel sympathiek, goeiig zelfs, naast z'n ambitieuze en opvliegende pleegbroer Kay. Maar hij toont karakter als het moet. Zoals die keer dat de valk Cully wegvliegt en de Wart er trouwhartig achteraan gaat.

Bij die gelegenheid treft hij Merlijn (geen toeval), de achteruitlevende tovenaar met een uil op zijn hoofd en een spin aan zijn punthoed. Merlijn neemt de opvoeding van de Wart duchtig ter hand en behoedt hem ook later - wanneer de Wart de heuse koning Arthur is geworden - voor een hoop onheil. Alleen laat Merlijn zich tegen beter weten in door ene Nimue (ook bekend als Viviane) beheksen en opsluiten in een tovergrot ergens in Cornwall.

Maar al ontneemt deze Viviane Arthur zijn raadsheer en beschermer, ze treedt zelf ook op als Arthurs beschermvrouwe. Zij is de Vrouwe van het Meer waaruit Arthur zijn onoverwinnelijke zwaard Excalibur ontvangt en waarin het na zijn dood ook weer terugkeert. En ze verijdelt ook een aantal snode plannen van de slechtste kracht in het hele spel, Arthurs halfzuster Morgan le Fay, bij wie Arthur (niet op de hoogte van deze familieband) zijn zoon Mordred heeft verwekt.

Arthur is een held, maar wel een van een merkwaardig passief type. Hij weet wat ridderlijke deugden zijn, maar verder weet hij eigenlijk niets en wat er gebeurt, overkomt hem meer dan dat hij daartoe het initiatief neemt. Hij trekt een zwaard uit een steen, niet omdat hij weet dat hij daardoor koning kan worden, maar simpelweg omdat zijn pleegbroer er dringend een nodig heeft. Hij weet ook niet dat hij de zoon is van de vorige koning, Uther Pendragon. Hij vrijt met Morgan le Fay zonder te weten wie ze is en lange tijd weet hij niet eens van het bestaan van zijn eigen zoon.

Als krijgsheer mag hij dan met succes twaalf veldslagen geleid hebben, zijn daadkracht houdt niet over. Wanneer Lancelot niet had ingegrepen, had Arthur zijn vrouw Guinevere op de brandstapel laten verbranden. En helemaal in de feministisch getinte hervertelling van Marion Zimmer Bradley, De nevelen van Avalon uit 1982, is Arthur meer een speelbal van de priesteressen op het mythische eiland Avalon en hun Godin, dan een autonome persoonlijkheid die zelf zijn lot bepaalt. Desondanks is Arthur door alle eeuwen heen een held die tot de verbeelding spreekt. Misschien juist wel omdat hij tot verdere invulling noodt. 'Zeker in de oudere literatuur is Arthur een literair principe, een middel', zegt Wil van Valen, boekverkoper bij Oibibio en 'enthousiast amateur' in de Arthurologie.

Niet alleen in verhaaltechnische zin (Arthur zit aan het hof, de ridders van de Ronde Tafel vliegen in en uit en vertellen hun avonturen) is Arthur een 'dragend principe', maar ook op politiek gebied hadden vooral de middeleeuwse verhalen een functie, bijvoorbeeld als legitimatie voor de aanspraak op de Engelse troon. Veel koningen, weet Van Valen, lieten hun stamboom teruggaan tot Koning Arthur - terwijl het volgens sommigen nog maar de vraag is of Arthur heeft bestaan.

In zijn boek Koning Arthur. Het ontstaan van een mythe schrijft David Day het bestaan van de echte Arthur toe aan een zekere Artorius, die in de vijfde eeuw de Britten verdedigde tegen de barbaarse troepen van Saksen, Picten, Scoten en Ieren. In de daaropvolgende periode van vrede, groeide de faam van de legerleider uit tot bovenmenselijke dimensies en ontstond het beeld van de mythische Koning Arthur dat het uitgangspunt is geweest voor auteurs als Geoffrey van Monmouth (Historia regum Britanniae, 1136), Chrétien de Troyes (verschillende verhalen in de twaalfde eeuw), Wolfram von Eschenbach (Parzifal, circa 1200) en Thomas Malory (Le Morte D'Arthur, 1485).

Ook in religieus opzicht is Arthur een geliefd object. 'Interessant aan Arthur is zijn mythische kwaliteit, zijn verwantschap met de Christusfiguur', vindt specialiste Engelse letterkunde Juul Muller. 'Hij is de held van het verleden en de hoop voor de toekomst.' Een essentieel onderdeel van de Arthurverhalen is het eiland Avalon, waarheen de zwaargewonde Arthur na zijn laatste slag wordt vervoerd. In dit paradijselijke oord zou hij wachten tot de Britten hem opnieuw nodig hebben.

'Zo voldoet Arthur in ieder opzicht aan het mythische archetype: zijn geboorte is in raadselen gehuld, zijn einde mysterieus', concludeert auteur John Matthews in zijn boek Elementen van Arthur-mythologie (uitgave Strengholt, 1994). Behalve een uitleg over de mythologische aspecten, geeft Matthews ook een achttal spirituele oefeningen om de 'verbeelding aan het werk te zetten met de archetypen in de Arthur-mythologie'.

Na politiek, christelijk en romantisch voorbeeld, is Arthur nu in de New-Agekringen geliefd als spirituele held. Of preciezer gezegd, het zijn vooral de magische krachten om hem heen (Merlijn, Morgan le Fay) en de oud-Keltische aspecten die in het middelpunt van de herleefde belangstelling staan. Veel Zuid-Engelse plaatsen waar Arthur mogelijk heeft vertoefd, zijn trekpleisters geworden en vooral Glastonbury is een waar bedevaartsoord voor Arthurgangers.

Er is een speciale Arthur-reisgids (uitgegeven door Gothic Image, Glastonbury), er is een uitgebreide Glastonbury Internetsite met plattegronden van de abdij met de plek waar het vermeende graf van Arthur en Guinevere zich bevindt. En ook het eiland Avalon, dat daar ergens tussen de nevelen moet liggen, is in cyberspace voor sterfelijke zielen toegankelijk.

Het is opmerkelijk dat deze hausse gepaard gaat met een enorme stroom New Age-cd's met titels die verwijzen naar de Arthurlegendes. Zo is er de cd-box Mystical Rings door The Avalon Sound Orchestra, en de Engelse componist Medwyn Goodall produceert in rap tempo de ene na de andere King Arthur-cd. Vreemd genoeg bedienen de componisten van dit genre rustgevende en zuiverende muziek zich van een abjecte synthesizersound in een compleet smakeloos idioom. Alsof je een heilige eik uit genetisch gemanipuleerd zaad wilt laten groeien.

In de klassieke muziek daarentegen heeft Arthur een beduidend minder aandeel. Terwijl romantische schrijvers als Alfred Tennyson hun Arthur nieuwe populariteit bezorgden, baseerden romantische componisten zich eerder op helden van Shakespeariaanse makelij. Er zijn geen grote symfonische gedichten over Arthur en Wagners liefde ging eerder uit naar de dwaas Parsifal.

Ernest Chausson componeerde in 1903 een heden ten dage geheel vergeten opera Le Roi Arthus en onze allereigenste Willem Pijper ondernam eind jaren dertig met Simon Vestdijk een manhaftige poging aspecten uit het Arthurverhaal te combineren met astrologische structuren, in het nimmer voltooide symfonisch drama Merlijn.

Vestdijk kon Pijpers enthousiasme over Arthur overigens maar ternauwernood delen. In feite werd hij slechts geboeid door de passage over Merlijn en Viviane, en ook daarmee is hij in het libretto naar eigen inzicht omgegaan. In zijn inleiding schrijft hij: 'Men kan dus zeggen dat er eenigszins vrijmoedig met het personeel is omgesprongen; maar er ligt een belangrijke verontschuldiging in het feit, dat tengevolgde van het zoo sportief bedreven overspel deze ridders vaak zelf niet geweten moeten hebben wie zij waren en hoe zij heetten.'

Hetzelfde excuus kan gelden voor de King Arthur van Henry Purcell en John Dryden, waarin zelfs totaal andere figuren meedoen. Geen Guinevere, maar een blinde Emmelijn; geen Morgan le Fay, maar een Saksische magiër als tegenhanger van Merlijn. En nog wat geesten die als ongeleide projectielen door het verhaal suizen.

De strijd die er wordt gevoerd, is er een tussen liefde en oorlog in de gedaante van allerlei figuren, vindt Juul Muller, die zich al jaren bezighoudt met de literaire en taalkundige aspecten in de Purcell-opera's. Drydens libretto, weet ze stellig, is een samenraapsel van eigen verzinsels.

Acteur Adri Overbeeke, die in de Holland Festival-productie Koning Arthur speelt, vindt deze Arthur vooral jong en levenslustig, 'geen denker, maar een doener' en nogal bleu in de liefde. De opera (of beter semi-opera, het is een soort zeventiende-eeuwse musical) gaat meer over de beproevingen die Arthur moet doorstaan om dieper inzicht in de liefde te krijgen.

Voor Frank Groothof, die met een eigen kindervoorstelling door het land trekt, gaat het Koning Arthur-verhaal vooral over verloren idealen. Zijn voorstelling (voor een deel gebaseerd op White) vertelt het verhaal vanuit het perspectief van een jongen die iets aan het geweld in de wereld wil doen en daarvoor een ridderclub opricht. Met de beste bedoelingen uiteraard, maar het gaat toch mis.

Groothof: 'Die nieuwe wereldorde die Merlijn wil stichten, baseert hij wel op moord en kinderroof en dat is dus een foute boel. Arthur is een idealist tegen wil en dank die in een situatie wordt gemanoeuvreerd om iets te doen.' Door de acties van Merlijn begint hij met een fout uitgangspunt en dat wreekt zich.

Iedereen kent Koning Arthur, maar voor ieder is hij een ander. Wat waar is en wat niet, doet er uiteindelijk niet zo veel toe. In ieder geval zijn de zwaarden waarmee Adri Overbeeke en Has Drijver (in de rol van de Saksische koning Oswald) vechten hartstikke echt van staal. Bij foutjes rollen er hoofden.

De opera King Arthur van Purcell en Dryden, door Huis aan de Amstel, Theatergroep Maccus en Combattimento Consort Amsterdam. Holland festival, 5, 6 en 7 juni Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee.

Meer over