Konijn gezocht

De VARA liet Hilversum schrikken met de aankondiging dat ze de mogelijkheden van een commercieel avontuur onderzoekt. Maar eigenlijk is dat niks nieuws....

Wilma de Rek

HET WACHTEN is op het konijn.

Het konijn dat, met een paar honderd miljoen gulden in zijn poot, uit de hoge hoed springt en een commercieel avontuur van de VARA mogelijk maakt.

Zonder konijn kan de VARA het publieke bestel niet verlaten, is de stellige overtuiging van 'Hilversum'. En Hilversum kan het weten: het afgelopen decennium volgden de oriëntaties en onderzoeken daar elkaar vlotjes op, met als enig resultaat het vertrek van Veronica uit de publieke omroep in 1994.

Nadat eind jaren tachtig een samenwerkingsverband van AVRO, TROS en Veronica met de uitgeverijen Elsevier, Perscombinatie, De Telegraaf en VNU (ATV/EPTV) was afgeblazen, liet toenmalig VARA-voorzitter Marcel van Dam in 1991 onderzoek verrichten naar een toekomst van de VARA als private instelling zonder winstoogmerk - de VARA refereerde eraan in de enige persverklaring die ze tot nu toe naar buiten heeft gebracht. 'Het perspectief van de publieke omroep is zo abominabel, dat ik voor de toekomst moet vrezen', zei de toenmalige VARA-voorzitter op 12 november 1991 tegen NRC Handelsblad.

Had Van Dam een jaar eerder nog vurig voor samenwerking met de VPRO en de NOS gepleit, nu wilde hij met de TROS en Veronica een constructie bedenken als die van de toenmalige Perscombinatie, waar één directie drie kranten aanvoerde - Parool, Trouw en de Volkskrant - terwijl de identiteit daarvan door drie aparte stichtingen werd bewaakt. De reden voor privatisering: Van Dam zag niets in het doormaken van 'de hele martelgang' die onvermijdelijk 'naar het sterfhuis zou leiden', veroorzaakt door 'een politiek wanbeleid dat aan het ongelooflijke grenst'. Als het personeel van de VARA het nu ook allemaal zag zitten, betoogde Van Dam, kon er op 1 januari 1993 met de privatisering worden begonnen.

Maar op 1 januari 1993 begon er alleen een nieuw jaar, met nieuwe plannen. De TROS maakte na jarenlange onderhandelingen met RTL en SBS in september 1994 bekend dat ze toch maar liever bij de publieke omroep bleef, waar de publieke omroep erg blij om was. Inclusief Marcel van Dam, die via wat gesjans met Endemol en Veronica tot de conclusie kwam dat de publieke omroep de toekomst had. 'Wij moeten naar één sterke omroeporganisatie', liet hij in 1995 weten in het VARA-jubileumboek En niet vergeten. En: 'Wij vinden het voortbestaan van de publieke omroep belangrijker dan het voortbestaan van de VARA.'

Nu schrok de EO wakker. 'Commerciële EO heeft de toekomst', kopte het Algemeen Dagblad op 10 juni 1996, daarmee EO-voorzitter Van der Veer citerend, die een paar maanden eerder een werkgroep marktstrategie had benoemd om 'de levensvatbaarheid van een commerciële Evangelische Omroep' te onderzoeken. 'Als minister Dijkstal zijn zin krijgt, zullen we ons daar niet bij neerleggen', dreigde Van der Veer. 'We laten ons niet vrijwillig naar de slachtbank leiden.'

Twee dagen later kwam NRC Handelsblad met een nieuwe verrassing: 'Nederland 1 mogelijk commercieel'. De slachtbank was weg, nu kwam het sterfhuis weer opdraven, dit keer voor het geestesoog van NCRV-voorzitter Herstel, voor wie de maat vol was: 'We laten ons niet in een sterfhuisconstructie drukken. Mocht de politieke discussie in Nederland resulteren in een inrichting van een centraal aangestuurde omroep met een marginale rol voor de omroepverenigingen, dan zullen de AVRO, de KRO en de NCRV gezamenlijk de mogelijkheid onderzoeken van een nieuwe private start.'

Terug naar de VARA, waar het personeel half november dit jaar opnieuw zachtjes werd voorbereid op een commerciële toekomst. In het interne blad Roodgloeiend vroeg beleidsmedewerker Adriaan Hofland zich af of een publieke omroep nog wel verkieslijker was dan een omroep op commerciële basis. Hij gaf meteen het ontkennende antwoord. Want: 'Aan commerciële afhankelijkheid kun je nog wat doen, door bijvoorbeeld een redactiestatuut.'

Een publieke omroep krijgt in Nederland uit de omroepgelden ruim 90 miljoen gulden per jaar om 650 uren zendtijd op televisie en 3000 uren op de radio te vullen. Een commerciële televisiezender heeft die subsidie niet en moet minimaal 2880 uur te zien zijn, van vier uur 's middags tot 12 uur 's nachts.

'Commerciële televisie en voortdurende kwaliteit verhouden zich niet tot elkaar', concludeert directeur Cees Vis van de STER. 'Televisie is een hoog risicomedium; je publiek is niet trouw. Je hebt dus flink veel eigen vermogen nodig om tegenvallers op te vangen. Als je een uur kwaliteit wilt brengen, ben je gedwongen drie uur pulp te doen, anders is de boel niet rendabel te krijgen.'

De VARA is geen bijzonder rijke vereniging. Weliswaar steeg de oplage van het VARA TV Magazine in 1998 naar 525.699 exemplaren, zo succesvol als het Veronicablad was toen die omroep uit het bestel stapte, is het bij lange na niet. Inkomsten moeten straks vooral van adverteerders komen. De prijs die adverteerders voor hun commercials betalen, hangt af van het aantal kijkers. 'Grofweg levert een goed bekeken programma per procent kijkdichtheid tweeënhalfduizend gulden per dertig seconden op', zegt Vis. 'Een voetbalwedstrijd kan dus, uitgaande van twintig minuten reclame, een miljoen opleveren.' Maar de VARA zendt geen voetbal uit. Wel Zembla, het Lagerhuis, Laat de Leeuw en Kopspijkers, kwaliteitsprogramma's die relatief goed worden bekeken: programma's van de VARA behalen gemiddeld een marktaandeel van 16 procent, waarmee de VARA de best bekeken omroepvereniging is. De vraag is alleen: hoe hoog is de kijkdichtheid als dergelijke programma's in een andere omgeving worden uitgezonden? Stel dat Net 5 Net VARA wordt, wat doet de kijker dan? Die gaat niet meteen kijken, leerde de ervaring bij Veronica, waar een succesprogramma als All You Need van 2,9 miljoen kijkers naar 1,9 miljoen tuimelde. Als de VARA, al dan niet onder de vlag van het (verliesgevende) SBS, HMG of Fox, een eigen zender krijgt met een beoogd marktaandeel van 10 procent, dan heeft ze naar schatting ongeveer 250 à 300 miljoen gulden per jaar nodig om programma's te kunnen maken en personeel te betalen. Die heeft de VARA niet.

Dus moet ze met sponsors in zee - wat ze, blijkens de mededelingen afgelopen maandag aan het personeel, niet wil. Net zo min als programma-onderbrekende reclame. Ook andere gebruikelijke methoden voor een beginnende zender als bartering (waarbij een adverteerder gratis programma's aanlevert in ruil voor zendtijd, voorbeeld: Jerry Springer) of charity (waarbij programma's gratis worden aangeleverd door initiators van goede doelen, voorbeeld: de Postcode Loterij Show) zullen de VARA niet aanspreken.

Daar komt bij dat VARA-sterren als Paul Witteman, Astrid Joosten, Paul de Leeuw en Jack Spijkerman waarschijnlijk opnieuw over hun contracten zullen willen onderhandelen. Het maakt voor je status en dus je marktwaarde namelijk wel uit of je te zien bent op Nederland 3 na NOVA, of op Net 5 na Bernard Hammelburg.

Bovendien: een publieke omroepvereniging die het bestel verlaat, krijgt het Commissariaat voor de Media op bezoek, dat geld voor de boedelscheiding wil zien. Zo'n omroep is immers opgebouwd met publieke gelden. De kosten van het meenemen van naam, logo en programma's kunnen oplopen tot ongeveer 30 miljoen gulden.

Een konijn dus, misschien in de vorm van betaaltelevisie. Of iets geheel nieuws à la Sport 7. Iets met nieuwe media. Of toch gewoon SBS, dat wellicht zijn kans schoon ziet met een vernieuwd Net VARA zowel de verzwakte HMG als de te verzwakken publieke omroep omver te blazen.

En anders de slachtbank.

Meer over