Komt tante weer aangezwommen

In de bloemlezing Duizend-en-één lach (1963) van Maurits Dekker staat hoe een man thuis in bad een schelvis houdt. Elke dag schept hij een eetlepel water weg, uiteindelijk leert hij de vis in de drooggevallen kuip lopen op zijn staartvin....

Zou dit getroffen baasje ook op zijn huisdier zijn gaan lijken?

Jarenlang fotografeerde David Doubilet vissen in alle wereldzeeën. Niet in frivole, bonte scholen, niet hooghartig wegzwenkend van de camera en niet van opzij, maar vrijwel allemaal en face. Close-ups, met soms een open mond vol onverwachte kleuren.

Het zijn net mensen in Fish Face. Een enkeling ken je van vervelende verjaardagen: de tante met haar overdosis make-up (papegaaivis bij de Kaaimaneilanden),de ouwelijke neef met zijn eeuwige cowboyliedjes (tandeloze murene voor de kust van Californië), het muurbloempje (anemoonvisje tussen koraal bij Nieuw-Guinea). Ook: de junk met zijn neurotische danspassen op station Duivendrecht, de uitgerangeerde zangeres (beschonken), de joviale onderwijzer.

Een zalm komt er niet in voor. Het had het teleurgestelde exemplaar kunnen zijn dat volgens Wim Sonneveld liet weten niet langer in reïncarnatie te geloven, aangezien hij in zijn vorige leven ook al een zalm was geweest.

Opvallend: het gros kijkt bepaald ontevreden uit de ogen. Alsof het om de dooie dood niet meevalt onder water. Toch moet er één lichtpuntje zijn, vervat in het antwoord van W.C. Fields op de vraag waarom hij nooit water dronk: 'Fish fuck in it!'

Meer over