'Kom morgen maar terug, als mijn baas er is'

De aankomst belooft niet veel goeds. Buiten staat een moeder met haar kind in een buggy te verkleumen bij de zwarte draaideur in de winderige entree van het glaspaleis aan de oevers van een grauwgekleurde Theems....

Lucas van Grinsven

Engeland in een notendop.

Had ik iets anders verwacht? De Financial Times waar ik de komende drie maanden voor zal schrijven is natuurlijk een Brits instituut, hoewel de oranjeroze zakenkrant zijn uiterste best doet om zich onmisbaar te maken op het continent. Hoe ver weg dat continent ligt, blijkt als mij wordt gevraagd om de technologiebedrijven 'in Europa' te volgen. 'Continentaal Europa?', vraag ik voor de zekerheid. In hun ogen vechten ironie en sarcasme om voorrang. 'What else?'

Als ik mijn toegangspasje wil ophalen, ondervind ik de bureaucratie aan den lijve. 'Nee, dat mag ik niet doen', zegt de veiligheidsbeambte die de pasjes uitdeelt. Hij maakt slechts de kaartjes voor reeds geregistreerde werknemers. 'Kom morgen maar terug, als mijn baas er is.'

Als het in hun macht ligt, zijn mijn nieuwe collega's echter behulpzaam. Niet dat ze op de hoogte waren van mijn komst (of eigenlijk wel, maar ze hadden zich niet voorbereid), maar ze weten bij wie ik moet zijn. Met hen ga ik op jacht naar een bureau. Een computer wordt leeggeveegd. Ik krijg vijf verschillende computerprogramma's met evenzoveel wachtwoorden. Een crash course in de software volgt, en dan moet ik zwemmen, want iedereen verzuipt hier in het werk.

Het is al een jaar spitsuur in de technologiesector en lezers in Parijs, Frankfurt, Milaan en natuurlijk de City verwachten dat alle belangrijke fusies en beursgangen worden verslagen. Daar komt bij dat Londen de nijverste internetsector van Europa kent, en de achtertuin moet er natuurlijk eveneens fraai bij liggen.

Wat de werkdruk nog hoger maakt, is dat drie collega's zojuist hun eigen internetbedrijf zijn begonnen. 'En iedereen die we naar San Francisco sturen, zijn we binnen een halfjaar kwijt aan een start-up. Zo luiden de natuurwetten van deze krant', grijnst Peter.

Mijn gewenningsperiode duurt precies twee dagen. Mijn pc staat nog niet zachtjes te zoemen of de eindredacteuren hebben me al gevonden. De derde dag scheid ik drie onbeduidende artikelen af. 'Een begin', stellen ze tevreden vast. Maar niet meer dan dat.

Meer over