Kolonie in verwarring

HET IS wereldreiziger Paul Theroux niet ontgaan dat er iets gaat veranderen in Hongkong, in de nacht van 30 juni op 1 juli....

Dertien jaar geleden, in zijn roman Doctor Slaughter, verwees Theroux ook al eens naar de souvereiniteitsoverdracht. 'China is gewoon saai en deprimerend, maar Hongkong is op een andere manier nog veel erger', zei hoofdpersoon Lauren Slaughter toen. 'Als het een mens was, zou je zeggen dat hij smakeloos, verwend en zwaarlijvig was en een te hoge bloeddruk had. Wanneer in 1997 de pachttermijn afloopt, neemt de Volksrepubliek de boel over en geeft de hele zaak een flinke schop onder zijn reet.'

In feite zijn deze woorden niet minder dan een korte samenvatting van de plot van Kowloon Tong. Hoofdpersoon Neville 'Bunt' Mullard, die in het boek de Britse aanwezigheid in Hongkong personifieert, is inderdaad gespeend van gevoel voor smaak en is zonder er moeite voor te doen mede-eigenaar geworden van een textielfabriek: Imperial Stitching.

Zijn bijnaam dankt hij aan zijn postuur: 'bunt' is een scheepvaartterm voor de 'buik' in een zeil. Bunt Mullard is voor in de veertig, ongetrouwd en woont bij zijn moeder in een huis, Albion Cottage, op Hongkongs Victoria Peak. Vandaar heeft hij uitzicht op China, een land waar hij nog nooit is geweest.

Om het beeld compleet te maken: Bunt haat Chinees eten, zoals hij trouwens ook geen hoge pet op heeft van de Chinezen zelf. Zijn moeder spreekt consequent van chinky-chonks ('spleetogen'). Als hij 's avonds thuiskomt, wacht zij hem op met een lekker kopje thee, waarbij uiteraard oaties (haverkoekjes) worden gegeten. Vervolgens staat een door bediende Wu bereide, zeer Engelse maaltijd klaar. Shepherd's pie met witte bonen in tomatensaus bijvoorbeeld, toads-in-the-hole, in beslag gebakken worstjes, of anders een stuk rosbief.

Imperial Stitching werd na de oorlog opgebouwd door Bunts vader en meneer Chuck, die China ontvluchtte toen de communisten aan de macht kwamen. Vader Mullard overleed toen Bunt elf was. 'Jij moet nu papa's plaats innemen', deelde zijn moeder hem mee, en stap voor stap groeide Bunt in de rol van zijn vader. Met een gevoel van welbehagen schikte hij zich in het vaste ritme: om zes uur wakker, om zeven uur ontbijten met zijn moeder, dan naar de fabriek in Kowloon Tong - een keurige wijk waar veel expatriates wonen - tussen de middag met zijn lunchtrommeltje naar een van de ondeugende bars in de buurt van Imperial Stitching, dan weer naar kantoor, en 's avonds, al dan niet na een pint in de Cricket Club, terug naar moeder.

Kowloon Tong begint met het overlijden van mededirecteur/eigenaar meneer Chuck. Uit respect voor zijn voormalige compagnon, Bunts vader, blijkt meneer Chuck al zijn aandelen aan Bunt na te laten, waardoor deze nu driekwart van de fabriek bezit. Het overige kwart is van zijn moeder. Niet lang daarna wordt Bunt op de Cricket Club voorgesteld aan meneer Hung, een Chinees uit de Volksrepubliek die tot zijn ergernis opvallend goed Engels spreekt.

'In Hongkong waren de lui die vloeiend Engels spraken, altijd het glibberigst. Ze waren het minst betrouwbaar, ze meenden nooit wat ze zeiden. Uitbundig, onoprecht, sarcastisch; en hun goede Engels betekende dat ze elders op school hadden gezeten, ergens buiten de kolonie, waar ze hooghartig en arrogant waren geworden. Die met een Amerikaans accent waren het ergst. Bunt had liever te maken met de plaatselijke lieden met hun belabberde spraakje: mensen die scholen in Hongkong hadden bezocht, spraken zelden goed Engels, en daardoor werd het klassenstelsel in stand gehouden.'

Meneer Hung, zo blijkt, is geïnteresseerd in de overname van Imperial Stitching. Bunt poeiert hem met passende koloniale neerbuigendheid af. Maar het feit dat een Chinees uit de Volksrepubliek zich bij hem als potentiële klant heeft gemeld, blijft de dagen daarop aan hem knagen. De 'Chinese take-away' komt nu wel heel erg dichtbij. Nieuwe ontmoetingen met meneer Hung, die zeer vasthoudend blijkt, volgen. Ook Bunts moeder is inmiddels benaderd, en Hungs aanbod, een miljoen Britse ponden, heeft haar inmiddels doen zwichten. Bij een volgende ontmoeting met Hung blijkt deze op de hoogte van allerlei privé-zaken. Van Bunts bezoeken aan de 'blue hotels' in Kowloon Tong bijvoorbeeld, en van zijn verhouding met Mei-ping, een naaistertje bij Imperial Stitching.

Na Bunt enkele malen min of meer vriendelijk te hebben benaderd, besluit Hung tot een keiharde confrontatie. Hij deelt Bunt mee dat hij in opdracht van het Chinese leger bezig is strategisch gelegen percelen aan te kopen. Volgend jaar, na de overname, zal hij niet met een voorstel komen, maar met een bevel. 'De verkoop zal bij militair decreet worden afgedwongen. De prijs zal vastliggen. En misschien besluiten we wel u in renminbi te betalen. Dan kunt u het geld in China besteden, maar nergens anders.'

Ondertussen gebeuren er merkwaardige dingen. De portier van Imperial Stitching verschijnt van de ene dag op de andere niet meer op zijn werk. Andere verdwijningen volgen. De sfeer wordt dreigender. Bovendien ontdekt Bunt dat veel andere expatriates inmiddels maatregelen hebben genomen. Ze hebben hun Britse staatsburgerschap ingeruild voor dat van Oostenrijk of de Verenigde Staten. En ze staan op goede voet met de nieuwe, uit de Volksrepubliek afkomstige militaire maffia, die in de toekomst een machtsfactor van belang zal zijn. Of sterker: dat eigenlijk al is.

Kowloon Tong boeit vooral als portret van een Britse kolonie in verwarring. Het onbegrip van de in een cocon levende Britse kolonialen, de angst bij de Hongkong-Chinezen die niet over een paspoort beschikken om de kroonkolonie na de overname te kunnen ontvluchten, het opportunisme van de westerlingen die blijven, de belustheid op de kip met de gouden eieren van de aanstaande machthebbers.

Omdat het boek vooral bedoeld is als een schets van 'de laatste dagen van Hongkong', zoals de Nederlandse titel wat schreeuwerig luidt, weegt de wat zwakke, eendimensionale karakterisering van de diverse personages minder zwaar. Bunt is - net als zijn moeder, Hung en het naaistertje Mei-ping - vooral een personificatie, zoals de plot van Kowloon Tong vooral een waslijn is om een aantal ideeën over (post)kolonialisme aan op te hangen. Dat heeft een onderhoudend, instructief en informatief boek opgeleverd, maar geen wondertje van literaire verbeelding.

Paul Theroux heeft er nooit twijfel over laten bestaan dat hij het schrijven van een roman een hogere bezigheid acht dan het schrijven van een reisboek. Zijn reisboeken, beweert hij, schrijft hij met zijn linkerhand. Kowloon Tong bewijst dat dat ook voor sommige van zijn romans geldt.

Hans Bouman

Paul Theroux: Kowloon Tong.

Hamish Hamilton, import Nilsson & Lamm; 213 bladzijden; ¿ 37,25.

ISBN 0 241 13770 5.

Paul Theroux: De laatste dagen van Hongkong.

Vertaald uit het Engels door Marijke Versluijs.

Atlas; 238 bladzijden; ¿ 36,90.

ISBN 90 254 2102 4.

Meer over