Koek en veel baarden voor 'Onze Verlosser'

Gerhard las in de krant dat tachtig jaar geleden Domela stierf en zei tegen Mien: 'Daar moet wat aan gedaan worden.' Goed, zei Mien, 'dan ga ik wel naar het wijkcentrum'....

En zodoende staan vrijdagmiddag veertig mensen op het Nassauplein in Amsterdam-West Ferdinand Domela Nieuwenhuis te herdenken. Bij zijn standbeeld dat, als het koper niet zo groen uitgeslagen was, verblindend zou blinken in de novemberzon. Een monument uit 1931, staat op de sokkel gebeiteld, 'ter herinnering aan de grondlegger van het vrijheidslievende socialisme in Nederland, wiens leuze RECHT VOOR ALLEN de verdrukten tot gerechtvaardigden strijd wekte'.

IJl klinkt een strijdlied. Van een bandje. Het koor De Stem des Volks kon niet komen omdat het het te druk had met repeteren voor een grote uitvoering in het Concertgebouw volgende week zondag.

Spreker Gerhard Böver stapt in weke hondenstront als hij zich achter het met de Nederlandse vlag gedrapeerde spreekgestoelte posteert. 'Vrienden van Domela Nieuwenhuis', zegt hij. 'Waarom deze man te herdenken die reeds in de vorige eeuw opkwam voor de werkenden? Deze dominee die socialist werd en daarna anarchist en vrijdenker. Van wie de uitspraak was: drinkende mensen denken niet en denkende mensen drinken niet.'

Domela was een groot Nederlander, in 1888 het eerste socialistische Kamerlid in de Nederlandse geschiedenis, afgevaardigd door het district Schoterland in Friesland. De turfgravers en landarbeiders in het Noorden des lands eerden hem met de bijnaam 'Onze Verlosser'. Domela voelde zich nutteloos in het parlement. Hij was anarchist, de mensen moesten het zelf doen, vond hij, en na drie jaar stapte hij op.

Zijn uitvaart op zaterdag 20 november 1919, een dag na zijn overlijden, in zijn geboortestad Amsterdam werd een massaal rouwbetoon. Tienduizenden langs de kant en op het Stationsplein zagen zwijgend de baar op de schouders van havenarbeiders aan zich voorbij gaan. Een extra trein reed naar Westerveld, waar het lichaam gecremeerd werd. Zonder ook maar één plechtig woord, want Domela hield niet van gelegenheidstoespraken.

'Mijn opa uit Lemmer', zegt een vrouw, 'noemden ze De Rooie. Hij had ook rood haar, maar ze noemden hem zo omdat hij een fanatiek aanhanger was van Domela Nieuwenhuis.'

Domela was een oprecht mens, wars van dikdoenerij, autoriteit en knechtende organisaties. De term 'vrij socialisme' had hij bedacht, en hij was er trots op.

De herdenkingsplechtigheid bij zijn standbeeld - de eerste sinds misschien wel vijftig jaar, denken Gerhard en Mien - verloopt in zijn geest. Bescheiden zijn de toespraakjes. Kranslegging van een wit boeketje en Böver ziet 'ook nog een vriend van Domela' met een bosje bloemen: rode rozen. Niet alleen oude mensen, wel veel baarden, een moeder met een kind in de maxi-cosi en enkele fietsers. Twee wijkagenten bewaken de orde.

'Vandaag is maar weer bewezen', meent spreker Böver 'dat er nog steeds mensen behoefte aan hebben te vechten voor een betere wereld. In de geest van Domela: voor de vrede en tegen de armoede'.

Gerhard Böver was en is communist, de anarchist Domela was allesbehalve een vriend van het communisme. 'Maar de tijden veranderen', zegt Böver.

Na afloop is er koffie met koek in het nabije wijkcentrum.

Meer over