BoekrecensieNa het Achterhuis

Knappe, ingetogen reconstructie van wat er ná het Achterhuis gebeurde ★★★★☆

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

Bas von Benda-Beckmann schreef een ingetogen reconstructie van de lijdensweg die de acht bewoners van het Achterhuis na hun gevangenneming hebben afgelegd.

Naar het veronderstelde verraad waaraan Anne Frank en de andere zeven bewoners van het Achterhuis op 4 augustus 1944 ten prooi vielen, is uitvoerig onderzoek gedaan. Op gezette tijden verschijnen er publicaties met nieuwe onthullingen of speculaties over de toedracht van de aanhouding van de beroemdste onderduikers tijdens de Duitse bezetting. Sinds 2018 verdiept zelfs een coldcaseteam onder leiding van een gepensioneerde FBI-agent zich in de zaak.

Maar aan de lotgevallen van de bewoners van het Achterhuis ná hun gevangenneming is nooit veel aandacht besteed. Mogelijk omdat hierover niet veel documentatie voorhanden is. Het kan ook zijn dat onderzoekers huiverden voor het onderwerp, beducht voor het verwijt dat zij zich aan een vorm van voyeurisme zouden bezondigen. Het is al erg genoeg dat van de acht onderduikers alleen Otto Frank de oorlog heeft overleefd. Maar om nou ook nog eens uit de doeken te doen onder welke kommervolle omstandigheden zij de laatste maanden van hun leven hebben doorgebracht? Nee, daarmee kan geen redelijk doel zijn gediend.

Getuigenissen

Historicus Bas von Benda-Beckmann, verbonden aan de Anne Frank Stichting, heeft een bewonderenswaardige poging ondernomen om het leven na het Achterhuis te reconstrueren. Bewonderenswaardig, omdat hij het gemis aan bronnen die rechtstreeks naar de bewoners van het Achterhuis verwijzen heeft aangevuld met getuigenissen van hun lotgenoten. En waar die lotgenoten elkaar tegenspreken, of waar hun herinneringen niet door andere bronnen kunnen worden gestaafd, probeert Von Benda-Beckmann de hiaten in de levensverhalen niet te maskeren.

Om nog te zwijgen over het feit dat hun herinneringen kunnen zijn beïnvloed door de bekendheid die vooral Anne Frank na haar dood heeft verworven. Sommige lotgenoten geven in het boek zelfs blijk van hun ergernis over de ‘persoonsverheerlijking’ waarvan zij postuum het middelpunt is gaan vormen. ‘Nou, en de beroemde Anne Frank was ook bij ons in de barak’, zei een van hen vijftig jaar na dato in een interview. ‘Het enige wat ik me van haar herinner, was dat ze de hele dag lag te huilen en dat ze niets wilde en dat ze niets kon, maar dat mag je over Anne Frank niet zeggen.’

Op basis van archiefsnippers en fragmentarische getuigenissen – de belangrijkste bron, Otto Frank, was niet erg mededeelzaam over zijn wederwaardigheden in gevangenschap – heeft Von Benda-Beckmann de lijdensweg van de bewoners van het Achterhuis goed kunnen reconstrueren. De kleine, bittere dissonanten in het noodlotsverhaal vallen daarbij het meest op: de ‘opgewekte’ stemming waarin de onderduikers verkeerden toen zij ‘in een normale trein’ (dus niet in veewagens) van Amsterdam naar kamp Westerbork werden overgebracht. Het feit dat de familie Frank op de plaats van bestemming zo ‘beheerst en rustig’ was – al werd dit door een andere ooggetuige weersproken.

De opluchting die Anne en Margot Frank volgens hun vader in Westerbork voelden ‘om niet meer opgesloten te zitten en met andere mensen te kunnen praten’. Anne, die volgens een ooggetuige ‘gelukkig en vrij’ rondliep in het kamp. Het ‘feest’ op de stapelbedden in het kamp Bergen-Belsen waarmee in december 1944 tezelfdertijd Chanoeka, Sinterklaas, Kerstmis en Oud & Nieuw werden gevierd. De gesprekken over kunst en cultuur die Otto Frank en zijn medegevangene Sal de Liema in Auschwitz voerden om even aan de honger en de kou te ontsnappen. De hulp die Otto in de ziekenbarak werd geboden door onderduiker Peter van Pels, die als medewerker van de postkamer geregeld wat extra eten kon bemachtigen.

De laatste maanden

In Auschwitz vormden Edith Frank en haar dochters een ‘onafscheidelijke drie-eenheid’. Die werd ontbonden toen Anne en Margot in november 1944 naar Bergen-Belsen werden overgebracht. Edith stierf op 6 januari 1945, op 44-jarige leeftijd. Haar dochters verbleven nog zo’n drie maanden in het schimmenrijk van Bergen-Belsen, waar alleen al in maart 1945 ruim 18 duizend mensen om het leven kwamen. Kampgenoot Rachel Frankfoorder herinnerde zich later dat de zusjes uiteindelijk hele dagen doorbrachten in bed, vlak bij de deur van hun barak. ‘Je hoorde ze aldoor schreeuwen: ‘deur dicht, deur dicht’, en dat geluid werd iedere dag een beetje zwakker.’

Ze stierven – Margot eerst, Anne vermoedelijk een dag daarna – in februari, een maand eerder dan tot voor kort werd aangenomen. Deze ongewisheid over het moment van overlijden is bij uitstek tekenend voor de Shoah: miljoenen mensen werden tot anonieme doden gereduceerd. Nu weten we hoe het acht van hen moet zijn vergaan vanaf het moment waarop zij niet meer in het dagboek van Anne Frank figureren.

null Beeld Querido / Anne Frank Stichting
Beeld Querido / Anne Frank Stichting

Bas von Benda-Beckmann: Na het Achterhuis – Anne Frank en de andere onderduikers in de kampen. Querido / Anne Frank Stichting; 416 pagina’s; € 22,99.

Meer over