Kloek bouwblok aan prettig plein

Weldadig rustig is het op het houten binnenplein van het nieuwe woonblok Het Kasteel in Amsterdam. Het is een autovrije oase in de stad, met open voortuinen en ijle berkenbomen....

Aan de westkant grenst het nieuwe woonblok aan de drukke Molukkenstraat, maar erger nog is de herrieschopper pal langs de (langgerekte) zuidkant van het blok: een spoorlijn met een rangeerterrein waar ProRail vaak midden in de nacht met treinen in de weer is.

Ingrijpende maatregelen tegen geluidsoverlast waren dus nodig, en de gemeente had vastgelegd waaruit deze moesten bestaan. Vrijwel het hele woongebouw moest met een extra glaslaag worden ingepakt, op afstand van een halve meter voor de eigenlijke gevels. Zo’n eis leidt vlug tot kille, anonieme gevels. De architecten van hvdn (Albert Herder en Arie van der Neut) maakten een andere keuze: zij besloten een extra vriendelijk woongebied te maken.

Dat de stad net hier een woonwijk wilde ontwikkelen, had goede redenen. De wijk maakt deel uit van een groter stedenbouwkundig project dat Sciencepark heet en dat ooit, rondom een aantal bètafaculteiten van de Universiteit van Amsterdam, een volwaardige wijk met kantoren, winkels, hotels en ook woningen moet vormen. Het bedrijf- en onderwijsgedeelte was al in gebruik: een geïsoleerd eiland van gebouwen vlak naast de A10. De aanleg van de nieuwe Carolina MacGillavrylaan, en de bouw van drie grote woonprojecten daaraan, moeten het park nu van zijn isolement verlossen en aansluiten op de Indische buurt.

Drie architectencombinaties tekenden de woningbouw. DKV deed de achterste blokken, Claus en Kaan het middelste, en het voorste is dit Kasteel van hvdn. Voorlopig steekt dit letterlijk met kop en schouders uit boven de rest: een hoge toren (veertien lagen) vormt naar de stad een blikvanger en wordt geschraagd door een kloek bouwblok rond dat houten plein.

De gevels naar de stad zijn tamelijk afwerend – onvermijdelijk met die extra glaspui. Wel is de schade flink beperkt, doordat al die glasgevels zijn gefacetteerd, ofwel: opgebouwd uit smalle panelen waarvan de meeste bovendien licht gekanteld zijn, in wisselende richtingen. Dat maakt het bouwwerk een soort kristal, rijk aan schittering en kleuren. Waarbij misschien nog wel het mooiste is dat dwars door het glas, met zijn wisselende luchtspiegelingen, ook de vaste gevels goed te zien zijn. Prachtig vormgegeven zijn die: met verdiepinghoge ramen en muurdelen van warmbruin hout.

Prettig toeven is het pas op het binnenplein. Al is de overgang hierheen wel mooi geënsceneerd: een houten brug, een slotgracht en een riante poort, twee bouwlagen hoog, zes meter breed. En daar is dan het hart van dit complex: dat houten binnenplein, in alles bijzonder. Zo is de omvang stedelijk en kloek en toch heeft het de sfeer van een hofje. Dat komt bijvoorbeeld doordat de voortuinen slechts zijn afgeschermd door lage banken. Maar ook doordat, op goed gekozen plekken, die berkenbomen en die hekken staan, en ook nog hoge met klimop begroeide schermen.

Daarbij: aan elk detail is zorg besteed. Huisnummers, naambordjes en brievenbussen zijn uitgespaard in het beton. En een slimme vondst was om de entreehallen van de toren en de galerijwoningen te verrijken met vrolijk gekleurde glazen puien. Deze hallen zijn klein – een kwestie van beperkt budget – maar je ervaart ze nu als licht en ruim.

De bewoners van de toren hebben het minst plezier aan het binnenplein. Slechter af zijn ze daarmee nog niet. Hun woningen zijn groots en ze beschikken over heuse buitenruimten. Ook die bewijzen hoezeer de inzet van de architecten was om niet alleen een fraai, maar vooral ook een prettig woongebouw te maken. Bij de meeste torenwoningen blijken de glaspanelen, ondanks hun scheve stand, precies bij de loggia’s handmatig te kunnen worden opengeklapt. En waar de omgeving dat echt niet toeliet (aan de kant van het rangeerterrein) is er nog altijd volop buitenlucht.

Dat vroeg veel zoekwerk en spitsvondige techniek, speciaal voor dit gebouw bedacht. Maar het is gelukt: kieren, tussen het glas, die wel frisse lucht doorlaten, maar geen geluid.

Meer over