Boekrecensie

Klimaatverandering is het zwaard van Damocles in de nieuwe, onheilspellende roman van Karl Ove Knausgård ★★★★☆

In De morgenster laat Knausgård de grens tussen het natuurlijke en bovennatuurlijke virtuoos vervagen.

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

Zinderend heet is het in de nieuwe roman van Karl Ove Knausgård. Puffend en zwetend begeven de personages zich op straat, terwijl ze zich afvragen of dat normaal is voor de tijd van het jaar. In De morgenster beschrijft de Noorse auteur twee dagen uit het leven van acht volwassenen die allemaal in de omgeving van de Noorse stad Bergen wonen. Hoewel hun levens elkaar soms maar zijdelings raken, hebben ze één ding gemeen: ze kijken allemaal gebiologeerd naar een reusachtige nieuwe ster die plotseling aan de hemel is verschenen. Ze vragen zich af wat de hitte en die ster te betekenen hebben: zijn het goddelijke tekens die het einde der tijden aankondigen? Of zijn het signalen dat het klimaat op instorten staat?

In De morgenster stelt Knausgård alle grote levensvragen: bestaat God, wat kunnen we weten en welke zin heeft het menselijk bestaan, als de dood ons op de hielen zit? Hij overstijgt daarmee het persoonlijke perspectief dat hij in eerder werk centraal stelde. Hij verkreeg wereldwijde faam met de romanserie Mijn strijd (Min kamp). Minutieus beschrijft hij daarin zijn jeugd, vaderschap en crises in zijn huwelijksleven. Daarna volgde een vierdelige reeks (Herfst, Winter, Lente, Zomer) over de geboorte van zijn dochter Anna. Zonder scrupules legde hij zichzelf en zijn omgeving in deze boeken op de snijtafel. Dat leverde meeslepende literatuur en lovende kritieken op. Maar het kwam hem ook op kritiek van familieleden te staan, die zich marionetten in Knausgårds universum voelden. Daarin draaide alles immers om hem: zijn worstelingen, zijn ambities, zijn schrijverschap.

Alcoholisme

Met De morgenster keert hij terug naar de grote romankunst, zoals hij die beoefende voordat hij het autobiografische pad insloeg. De religieuze thematiek kwam bijvoorbeeld al uitgebreid aan bod in Engelen vallen langzaam. Tegelijkertijd komen er ook veel onderwerpen langs die we uit zijn persoonlijke werk kennen, zoals falend ouderschap, relatiecrises en alcoholisme.

Zo is er de literatuurprofessor Arne, die te veel drinkt. Hij moet alleen voor zijn drie kinderen zorgen, omdat zijn vrouw Tove in een psychose belandt. Beneveld door de drank crasht hij met zijn auto. Zijn goede vriend Egil, die documentairemaker is en aan een wijsgerig-theologische verhandeling werkt, schiet hem te hulp. Egil is, in tegenstelling tot Arne, een gelovig man, die het vreemde hemelverschijnsel als een teken van God beschouwt. De predikant Kathrine plaatst daar vraagtekens bij, maar wil geloofstwijfel niet toelaten. Zij heeft haar handen vol aan de huwelijkscrisis waarin ze verkeert. En dan is er nog de journalist Jostein, die ooit furore maakte als misdaadjournalist maar nu als cultuurverslaggever de leegte van het bestaan wegdrinkt en overspel pleegt. Hij raakt in coma, terwijl zijn vrouw Turid hem wanhopig probeert te laten weten dat hun zoon een zelfmoordpoging heeft gedaan.

Knausgård imponeert met zijn meeslepende en virtuoze schrijfstijl. De kunst van sfeer- en karaktertekening beheerst hij als geen ander. Hij heeft maar een paar zinnen nodig om je deelgenoot te maken van het hectische gezinsleven van Arne of om je mee te voeren in de relatieperikelen van Kathrine. De veelheid aan personages en zijpaden heeft echter ook nadelen. Soms duurt het te lang voordat de draad van een specifiek personage weer wordt opgepakt, waardoor de lezer terug moet bladeren: hoe zat het ook alweer? De verhalen houden bovendien vaak nogal abrupt op. Zo vernemen we niets meer over Emil, die in een kinderdagverblijf werkt en een jongetje van de commode laat stuiteren. Het geeft de roman een diffuus karakter.

Karl Ove Knausgard Beeld Nina Rangøy
Karl Ove KnausgardBeeld Nina Rangøy

De samenhang schuilt echter niet in de intrige, maar in de terugkerende motieven. Naast de nieuwe ster aan de hemel duiken er voortdurend onheilspellende dieren op. Er steekt een enorme massa krabben de weg over, adders glibberen over bospaden en ratten kruipen langs de muren omhoog. Wijzen al die beesten, evenals de ster en de tropische warmte, op het einde der tijden? Niet voor niets komt het 15de-eeuwse Augsburger Wunderzeichenbuch ter sprake, waarin vreemde natuurverschijnselen in verband worden gebracht met de Apocalyps. Evenmin is het toevallig dat de roman exact 666 pagina’s telt (zowel in de originele versie als in de uitstekende vertaling van Marin Mars). Dat is een verwijzing naar het getal van het Beest in de Openbaring van Johannes. Dit Bijbelboek staat in het teken van de eindstrijd tussen het goede en het kwade, waarin Christus uiteindelijk triomfeert.

Lucifer

Ook de titel, De morgenster, heeft een religieuze lading. Die kan verwijzen naar Lucifer (Latijn voor morgenster), die in opstand komt tegen God en uiteindelijk ten val komt. Maar hij kan ook een referentie zijn aan Jezus Christus, de brenger van het licht. De gelovige Egil interpreteert het brandende hemellichaam als een teken dat het einde der tijden is aangebroken. Andere personages, onder wie Arne, hangen de theorie aan dat het om een verklaarbaar natuurverschijnsel gaat: een supernova oftewel een ster die ergens in de Melkweg nog even opvlamt voordat hij definitief opbrandt.

Er doen zich nog meer raadselachtige gebeurtenissen voor, waarbij doden ineens weer blijken te leven. Kathrine moet de uitvaart leiden van een man die ze de dag ervoor heeft ontmoet op het vliegveld. Later meent ze hem te herkennen in de stad. Een overleden patiënt blijkt opeens nog te leven en een verdrietige, door alcohol benevelde vader meent zijn overleden dochter bij een boom te zien zitten. Omdat Knausgård zo’n meester is in het schetsen van alledaagse situaties, komen al deze gebeurtenissen geloofwaardig over. De scheidslijnen tussen leven en dood, schijn en werkelijkheid, het natuurlijke en het bovennatuurlijke vervagen daardoor. Onherroepelijk zet Knausgård de lezer aan het nadenken over de kenbare werkelijkheid en de rol die verbeeldingskracht en religie vervullen in het menselijke bestaan.

En het plezierige is: Knausgård legt geen morele kaders op. Zoveel mensen, zoveel perspectieven. Wat aanvankelijk een zwakte lijkt – de veelheid aan personages en open einden – blijkt tegelijkertijd de kracht van dit boek te zijn. Er is ruimte voor twijfel en tegenspraak. Maar de uiteindelijke teneur is toch onheilspellend. Klimaatverandering hangt als een zwaard van Damocles boven de personages in dit boek, of die nu in bovennatuurlijke verschijnselen geloven of niet. Zelfs de ongelovige Arne constateert dat een nieuwe zondvloed aanstaande is: ‘De vloed was de zee die steeg, de zonde was de consumptie’. Met deze intrigerende roman nodigt Knausgård ons uit te reflecteren op de tekens van deze tijd.

null Beeld De Geus
Beeld De Geus

Karl Ove Knausgård: De morgenster. Uit het Noors vertaald door Marin Mars. De Geus; 666 pagina’s; € 25,99. Verschijnt 28 september.

Meer over