Klein kwaad

Beladen speurtocht naar de aangevers van vader

Hans Wansink

Op 2 april 1943 werd Bernhard Hellmann in Sobibor vergast. Zijn zoon Paul kwam er pas vorig jaar achter wie zijn vader verraden hebben. In Klein kwaad doet oud-journalist Paul Hellmann ingetogen verslag van een beladen speurtocht die begon met een telefoontje van Leo Canta uit Ede, de plaats waar Bernhard bij een boer ondergedoken zat. Hij werd opgepakt door twee politiemannen, van wie er één, Abraham Kipp, een beruchte jodenjager was, die bij verstek ter dood werd veroordeeld. Kipp werd in Argentinië gelokaliseerd in de jaren '80, maar de Nederlandse overheid kon of wilde geen werk maken van vervolging. Nasporingen op locatie, in politie-archieven en het archief van de Bijzondere Rechtspleging levert Hellmann uiteindelijk op dat er 2 of 3 aangevers geweest moeten zijn, konkelende NSB-buren van de boer die Bernhard verborgen hield. Na enkele weken in hechtenis gingen deze aangevers vrijuit.

Dat geldt niet voor Demjanjuk, die terecht staat voor medewerking aan de moord op Bernhard en 27.900 andere Joden in Sobibor. De ervaringen van Paul Hellmann als medeaanklager bij dit proces zijn ambivalent: het proces is een theaterstuk dat zich moeizaam voortsleept; indrukwekkend is hoe de verschrikkingen door de nabestaanden onder woorden worden gebracht.

Meer over