klassiek

CD

MET GROETEN VAN DE WEHRMACHT

****

Pianowerk van Johann Trepulka en Norbert von Hannenheim. Herbert Henck. ECM.

Veertien rechthebbenden bestieren de erfenis van Norbert von Hannenheim, een componist die kort na de val van nazi-Duitsland overleed in de psychiatrische inrichting waar hij in 1944 was opgesloten. Tussen zijn Duitse erfgenamen zitten waakzame klanten, die volgens het Amsterdamse ensemble Ebony Band niet wilden tekenen, toen dit gezelschap muziek van Hannenheim op cd wilde zetten. En dat terwijl de Ebony Band in 1990 al werk van Von Hannenheim uitvoerde op de podia, toen het oeuvre van deze onfortuinlijke Berlijner - door de nazi’s ooit bestempeld als @entartet@ - voor de rest van de wereld nog een gesloten boek was. Hoewel, ‘oeuvre’, het meeste ging verloren toen de Berlijnse bankkluis waar Von Hannenheim zijn muziek bewaarde, bij een bombardement in 1945 werd weggevaagd.

Of de erfgenamen ook de pianist Herbert Henck en zijn ECM-producent Manfred Eicher een rechtenprobleem hebben bezorgd, dat vertelt Henck er niet bij, in het boekje bij de cd waarop hij restanten van Von Hannenheims piano-oeuvre heeft vastgelegd. Maar dát die restanten erop staan is het belangrijkste: de hoofdmoot bestaat uit vier korte, fascinerende sonates. Gecomponeerd in de jaren twintig, en door Henck met liefde en uiterste sensibiliteit in de microfoon gedrapeerd.

Hencks cd vormt een tweeluik. Het eerste halfuur besteedt hij aan een andere vergeten modernist, de Wener Johann Ludwig Trepulka. Diens loopbaan in de muzikale marge vond haar eind toen hij werd ingedeeld bij het oostfront van Hitlers Wehrmacht. Trepulka verdween in ’45 in het niets. De @Klavierstücke mit Überschriften nach Worten von Nicolaus Lenau@ die deze leerling van Josef Mathias Hauer moet hebben voltooid in 1924, heeft Henck via Trepulka’s nabestaanden boven water gehaald.

Merkwaardig: met hun trage, gewaterverfde loopjes en akkoord-@arpeggio’s@ doen ze denken aan het excentrieke pianowerk dat een Nederlandse componist en vriend van Piet Mondriaan, Jakob van Domselaer, eerder componeerde onder de titel @Proeven van Stijlkunst@.

Met Von Hannenheim gaat het volstrekt de andere kant op. Het eerste waar Von Hannenheims sonates in alle grillige sprankeling aan doen denken, is aan het pianowerk van Nikos Skalkottas, een Griek die ooit naar Berlijn trok om op les te gaan bij Arnold Schönberg, die daar in de jaren twintig was neergestreken.

Waar Hannenheims sonates vervolgens meteen aan doen denken, is aan Schönberg zelf. Vooral diens oudere, ‘atonale’ (nog niet dodecafonische) @Klavierstücke@ lijken een voorbeeld. Dat Von Hannenheim zich in 1929 bij Schönbergs leerlingen in Berlijn aansloot, om net als Skalkottas, Walter Goehr en anderen aan de weet te komen waar de Abraham van de nieuwe muziek zijn mosterd vandaan haalde, lijkt niet meer dan logisch. Maar de sonates nr 2, 4, 6 en 12 die op Hencks cd te horen zijn, had Von Hannenheim toen waarschijnlijk al klaar.

Dat de meester het ‘zeer interessante talent’ Von Hannenheim na Schönbergs vlucht naar Amerika nog lang niet was vergeten, blijkt uit een treurig makend epistel dat Schönbergs biograaf Stuckenschmidt ooit heeft afgedrukt. Schönberg schreef de brief in 1935 aan Alban Berg. Hij deed Berg, Webern, Krenek, Hindemith ‘en misschien ook Hannenheim en andere Duitsers’ een oproep tot de vorming van een internationaal comité van intellectuelen, een @Schutzbund für geistige Cultur@. Aan Von Hannenheim was het niet besteed. Hij werd lid van Goebbels’ Reichsmusikkammer, leefde desondanks in armoede en verdween tenslotte in een gesticht.

De toegift die Herbert Henck bij de sonates voegt, klinkt als een wonderlijk mooi, verstild afscheid. Al kan de muziek – sereen, zonder begin en zonder eind – nooit zo bedoeld zijn geweest. Het is een fragment uit een onvolledig bewaard gebleven pianoconcert. De partituur met orkest is in ’45 vermoedelijk in vlammen opgegaan.

Roland de Beer

Meer over