klassiek

DIT IS EEN GROOT DIRIGEERTALENT..

*****

Beethoven, symfonieën 5 en 7. Simón Bolívar Youth Orchestra olv Gustavo Dudamel. DG.

Beethoven is niet het eerste waar je aan denkt als je de naam Venezuela hoort vallen. Het land van olie en Hugo Chavez draagt niettemin de traditie van een Beethovenfestival, en beschikt over een opmerkelijk goed getraind jeugdorkest dat genoemd is naar een andere grote B, de vrijheidsstrijder (en Beethoven-tijdgenoot) Simón Bolívar. ‘Goed getraind’ is eigenlijk een understatement. De alertheid, vastberadenheid en passie waarmee men in Caracas Beethoven attaqueert, zijn verbluffend. Tenminste, als het gaat om het Simón Bolívar Youth Orchestra, een orkest dat sinds een jaar of twaalf schijnt te musiceren onder leiding van Gustavo Dudamel.

Deze aartsbevlogen jongere was er vroeg bij. Hij is nu 25, en je hoeft maar een paar bladzijden Symfonie nr 5 van Beethoven te horen of je weet: dit is een van de grote dirigeertalenten van het moment. En zodra je denkt te weten waar ’m dat in zit (dynamiek, temperament), hoor je dat er bij Dudamel veel meer bij komt kijken. Vormgevoel en een superieure greep op de combinatie van dynamiek en tempo. Licht versnellend bij het zachter worden. Eerlijk in de uitbarsting. In het pianissimo gebeurt van alles.

Dudamel is een klavierloze Martha Argerich. Zijn Vijfde van Beethoven overrompelt zonder te epateren. De Zevende ijlt voort, in de snelle delen soms dansend op de rand van de neurose, maar zelden er hinderlijk overheen.

Orkesten hebben zich verzameld als herders en wijzen rond een pasgeboren kerstbaby. Dudamel dirigeerde al in Boston, Praag, Chicago, Birmingham, Tel Aviv. Volgend jaar betrekt hij een vaste post in Göteborg. Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, vanouds tuk op jong dirigeertalent (De Waart, Rattle, Salonen), debuteert de Venezolaan in mei met Ravels Tombeau de Couperin en Stravinsky’s Sacre du printemps.

HAITINK BLIJFT EEN GEVOELSMENS

*****

Beethoven, Symfonie nr 7 en Tripelconcert. London Symphony Orchestra, Lars Vogt e.a., olv Haitink. LSO Live.

Plaatproducties en podiumverschijningen in de klassieke hoek liggen niet zo ver uit elkaar als soms wordt gedacht. De opkomst van de ‘live-opname in eigen beheer’ maakt dat menig geluidsdocument op de hielen zit van de concertactualiteit – die dan weer zijn eigen gang gaat. Woensdag komt het London Symphony Orchestra naar Amsterdam, om Dvorak te spelen onder Gardiner. Deze week is Bernard Haitink in het Concertgebouw, met Mahler. Gezamenlijk staan ze op een nieuwe LSO Live-plaat. Niet met Mahler of Dvorak maar met Beethoven, onderwerp van een LSO-cyclus onder Haitink.

Ook Haitink, thans op een leeftijd waar drie Dudamels in passen, zet er in de Zevende soms flink de sokken in. Hij heeft studie gemaakt van Beethovens tempi, zoals hij onlangs liet weten, en komt mede daardoor (Haitink blijft een gevoelsmens) soms tot andere conclusies dan in het verleden. Het LSO heeft er hoorbaar zin in.

PRACHTIG SPREKEND SPEL

*****

Schubert, Webern, Berg. Jean-Guihen Queyras (cello). Harm. Mundi.

De Franse cellist Jean Guihen Queyras, vanavond hoofdgast in de Cello Biënnale aan het Amsterdamse IJ, heeft met de pianist Alexandre Tharaud een plaat gemaakt die violisten en klarinettisten zullen afkeuren. Inderdaad zijn er zat klarinettisten die Alban Bergs Vier Stücke opus 5 voor klarinet en piano op hun blaasinstrument aankunnen, terwijl weinig violisten hun hand omdraaien voor Schuberts Sonatine in D. Een cello lijkt daar niet voor nodig. Maar Queyras frappeert door zijn prachtig ‘sprekende’ spel en grote betrokkenheid met de piano. Zijn toeëigeningsdaden zullen zijn geïnspireerd door de schoonheid van een stuk van Schubert dat altijd bij cellisten is te vinden, maar feitelijk voor een niet meer bestaande strijk- en tokkelbastaard werd gecomponeerd, de Sonate voor arpeggione en piano.

Roland de Beer

Meer over