klassiek

PIANO OF FORTEPIANO..

Pay-Uun Hiu

De keuze is nog altijd principieel, maar de verschillen zijn kleiner. De Waltherkopie van Paul McNulthy waarop Ronald Brautigam de tweede aflevering in zijn Beethovenreeks (met op. 2 en op. 49) voor het label Bis speelt, is met een lenige en veerkrachtige klank uitstekend op zijn taak berekend. Ook de Hongaarse pianist András Schiff is voor ECM aan een Beethovencyclus begonnen, maar dan met een Bösendorfer (voor de vroege sonates) en een Steinway (voor het meer dramatische werk), beide in topconditie gehouden door de Italiaanse pianofirma Fabbrini. Met name zijn versie van de drie sonates op. 2 op de Bösendorfer is opmerkelijk slank en gedifferentieerd in klankkleur en komt daarmee dicht in de buurt van de fortepianoklank.

Beide pianisten zijn nogal retorisch in hun benadering en ze benadrukken - wat in deze vroege werken ook wel voor de hand ligt - eerder de architectonische dan de poëtische kant. Brautigam doet dat vooral met scherpe contrasten in tempo en dynamiek, waardoor je hier en daar ook wel buiten adem over de details heen giert; Schiff legt het accent meer op de stemvoering waardoor in sommige motieven opeens heel verrassende lijnen naar voren komen, maar soms doet het ook wat gemaniereerd aan.

EERBIEDWAARDIG MONUMENT

*** Borodin Quartet: Beethoven String Quartets op. 18. Chandos.

*** Ludwig van Beethoven. Strijkkwartetten op. 131 en op. 133. Soloists of International Musicians Seminar Sandor Vegh. Capriccio.

Er is Beethoven voor strijkkwartet en Beethoven voor strijkorkest. Daartussen zit meer dan een verschil in instrumentarium. Het strijkkwartet geldt als een individualistisch genre bij uitstek. Vier spelers die in klank verwante instrumenten bespelen en zowel een eigen geluid neerzetten als een geheel vormen - dat is het spanningsveld waarin het strijkkwartet opereert. De echte top wordt gevormd door kwartetten die jaren en jaren bij elkaar zijn. Het Borodin, in 1945 begonnen als het Moscow Philharmonic Quartet, mag zich het langst bestaande kwartet noemen, met cellist Valentin Berlinsky als mede-oprichter nog steeds in de gelederen. Onderdeel van de bekroning van deze zestigjarige carrière is de complete cyclus van Beethovens strijkkwartetten bij Chandos. Een eerbiedwaardig monument voor in de jaren gestaald samenspel, maar ook wat bedaagd en spanningsloos.

Het strijkorkest is een formule waarin het individu alleen telt als onderdeel van het geheel. Net als in de late pianosonates, gaat Beethoven in zijn laatste strijkkwartetten tot aan de rand van de technische en expressieve mogelijkheden, wat voor diverse componisten - onder wie Gustav Mahler - aanleiding was ze te bewerken voor strijkorkest. Eind vorig jaar presenteerde Nieuw Sinfonietta Amsterdam een niet onverdienstelijke cd met onder meer de bewerking van het strijkkwartet op. 135. In de heruitgave van de orkestbewerking van de kwartetten op. 131 en 133 (Grosse Fuge) geven de Soloists of International Musicians Seminar onder leiding van Sandor Végh met terugwerkende kracht een werkelijk indrukwekkende lezing van de meerwaarde die een strijkorkest aan deze werken kan geven.

Pay-Uun Hiu

Meer over