Klaagliedjes

Van armoedzaaier tot vette magnaat

Herzberg laat zich in Klaagliedjes inspireren door Jeremia, maar ook door de weduwe van mediatycoon Robert Maxwell.

In 1971 publiceerde Judith Herzberg 27 liefdesliedjes, een bewerking voor kinderen van het Bijbelse Hooglied. Veertig jaar later verschijnt Klaagliedjes, een muziektheaterbewerking van de Klaagliederen van Jeremia. Wat vormgeving betreft sluit die nieuwe bundel nadrukkelijk aan bij de eerdere succesbundel, en in zekere zin maakt Klaagliedjes de cirkel inderdaad rond: de Hoogliedbewerking gaat over onbekommerde verliefdheid en de geile levenslust van de jeugd; in Klaagliedjes kijkt een door het leven getekende weduwe bedroefd en bitter terug op haar verleden en de teloorgang van haar liefde en geliefde.

Maar daarmee houdt elk verband tussen beide bundels op. Klaagliedjes is veel losser met de Bijbelteksten verbonden, voornamelijk met de eerste twee verzen van Jeremia, waarin het in 586 voor Christus door de Babyloniërs met de grond gelijk gemaakte Jeruzalem vergeleken wordt met een weduwe die 'verwoest' en van haar vroegere rijkdommen en vrienden ontdaan in eenzaamheid achterblijft. Herzberg keert dit om: haar weduwe voelt zich als een verwoeste stad. De eerste helft van de bundel beschrijft haar deplorabele toestand en rouw, met als hoogtepunt: vers VII: 'Sinds jij weg bent / zo verder weg dan ik kan denken', een tekst die net als veel Bijbelse poëzie op verschillende niveaus gelezen en geïnterpreteerd kan worden en waarin geliefde en God dooreen vloeien.

In de tweede helft van de bundel komen vooral de herinneringen aan de gestorvene aan bod: hoe hij zich van een graatmagere armoedzaaier opwerkte tot een moddervette magnaat die zijn privéleven verwaarloosde en uiteindelijk ten onder ging aan zijn eigen groei: 'Ik vond hem / in zijn bloed / vingers vol gouden / ringen. / Poep / in zijn broek.' Voor dit gedeelte liet Herzberg zich onder meer inspireren door de autobiografie van de weduwe van mediatycoon Robert Maxwell.

Klaagliedjes koppelt het Bijbelse gegeven van de verwoesting van identiteit aan een verhaal uit onze hedendaagse wereld van het grote graaien. Daarmee lijkt de bundel ook iets te willen zeggen over de huidige crisis, waarin de westerse mensheid weduwe is van haar eigen cultuur en welvaart. Zo blijkt Klaagliedjes naast een bundel over de rouw van een verwende en ongelukkige vrouw, een geraffineerde allegorie, op de manier waarop de Bijbelse Klaagliederen dat voor hún tijd waren. Maar schokkend en scherp als Jeremia wordt Herzberg nergens. Doelbewust schrijft zij liedjes in plaats van Liederen. Haar complexe, gewaagde uitgangspunt levert bij vlagen indringende beelden en regels op. Speelse, typisch Herzberg-achtige ook. Maar soms ook voor de hand liggende: 'Wie zich hulde in felrood / brokaat wentelt zich voortaan / in drek.'

Meer over