Kijken, dwalen, ontdekken, verbazen

Stel, de wereld wordt bedekt met een laagje aarde dat over een paar honderd jaar wordt afgepeld. Zouden de toekomstige aardbewoners dan begrijpen wat ze zien?...

In Museum De Pont in Tilburg is de grote zaal vrijgemaakt voor een gigantische installatie, die doet denken aan een voorbeeldige, archeologische vindplaats. Zo’n driehonderd realistische voorwerpen staan in strakke ordening op de vloeren, hangen in rijen aan de wanden. Een couveuse met baby, die om de paar minuten om aandacht piept. Een stenen waterput. Een miniatuurversie van Rodins Hellepoort.

Maanden moeten de Britse kunstenaar en voormalig Turnerprijswinnaar Keith Tyson (1969) en zijn assistenten aan Large Field Array hebben gewerkt. Want de voorwerpen lijken weliswaar echt, ze zijn allemaal handgemaakt. De titel Large Field Array is ontleend aan een sterrenkundig observatorium in de woestijn van New Mexico. Zoals daar de wetenschappers en de telescopen voortdurende pogingen doen om het hemels universum te doorgronden, zo creëert Tyson met krankjorume voorwerpen een aards universum waarnaar het publiek eindeloos mag turen.

Tyson is niet de enige kunstenaar die een glimp van de ondoorgrondelijke werkelijkheid probeert te vangen. In zijn Date Paintings maakte de Japans-Amerikaanse kunstenaar On Kawara jarenlang dagelijks een schilderij van de datum, in een poging grip te krijgen op het verschijnsel tijd. En de Belgische kunstenaar Patrick van Caeckenbergh maakt enorme collages van reeksen uit tijdschriften geknipte monden en stukjes huid, om de complexiteit van het leven in kaart te brengen.

Met hen deelt Tyson een voorliefde voor rigide ordening. Ook aan zijn objectenverzameling liggen modellen en theorieën ten grondslag, waardoor alle voorwerpen dezelfde grootte hebben en in eenzelfde afstand tot elkaar staan opgesteld.

Tegelijk beperkt Tyson zich niet tot één systeem of concept. Hij husselt diverse theorieën en werelden door elkaar, combineert voorwerpen uit de natuur, de filosofie, de wetenschap en de maatschappij. Die staan in een alleen voor de kunstenaar navolgbare ordening, waarbij voor het publiek voortdurend nieuwe verhaallijnen opduiken, soms inhoudelijk, soms intuïtief of associatief. Dat maakt een tocht langs de voorwerpen tot een spannende onderneming.

Daarbij noden de meeste voorwerpen tot nadere kennismaking. Want anders dan het Zwitserse kunstenaarsduo Fischli en Weiss, meesters in het maken van voorwerpen die niet van echt zijn te onderscheiden, zijn Tysons objecten niet louter afspiegeling van de werkelijkheid. Met oog op zijn geheimzinnige matenstelsel, kloppen de verhoudingen niet, wat surrealistische taferelen oplevert. Bovendien vormen ze naast onderdeel van een groter geheel, ook een wereld op zichzelf.

Zo houdt zich in een plakje bos een elfje schuil. En ontpopt een industrieel buizenstelsel zich tot miniatuur metrostelsel, compleet met metro, bewakingscamera’s en reizigers.

Uiteindelijk is het onmogelijk grip te krijgen op Tysons universum. Maar dan heeft het publiek de zoektocht naar een grote lijn allang losgelaten en is het verleid tot dwalen, kijken, ontdekken, verbazen. Want dat is het meest bijzondere aan Tysons installatie: meer dan een model om de wereld te begrijpen is het een ouderwets rariteitenkabinet, die de kunst van het verwonderen in ere herstelt.

Meer over