Kijk uit, daar komt Miss Djax

Djax is het eigenzinnige, Eindhovense label van Saskia Slegers, alias Miss Djax - platenbaas én succesvol dj. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan verscheen een boek dat oogt als een persoonlijk fotoalbum....

Gert van Veen

EEN jointje en een paar biertjes in een Amsterdamse coffeeshop. Eerste ontmoeting tussen Osdorp Posse en Saskia Slegers van het Eindhovense label Djax. Slegers kent de muziek van de pioniers van de Nederhop van een obscure cassette. Ze is meteen verkocht. Haar eerste vraag, zoals altijd bij zo'n ontmoeting, is wat de groep precies wil. Muzikanten beginnen dan over royalty's en een voorschot, weet ze, maar niet Osdorp Posse. Def P. en de andere groepsleden willen alleen zeker weten dat ze zelf mogen bepalen wat er op de plaat komt. En dat hun teksten niet worden gecensureerd.

'Ik helemaal verbaasd', zegt Slegers nu. 'Dat sprak toch vanzelf? Om die teksten en die muziek wilde ik de groep toch een contract aanbieden?'

Het zegt veel over de aanpak van Djax, het meest eigenzinnige onafhankelijke Nederlandse label van de afgelopen tien jaar. Op Djax verschijnt alleen de muziek, waar Slegers in gelóóft. 'Met commercie heeft dat meestal weinig te maken. Als ik iets heel lelijk vind, wordt het juist vaak een grote hit.'

Zaterdagmiddag, Noorderslag in de Groningse Oosterpoort. Zojuist heeft Saskia Slegers (1963) uit handen van Def P. het eerste exemplaar ontvangen van het boek Djax 1989-1999, the power of the underground. In een ultrakorte speech, gekleurd door een lichte, Brabantse g, heeft ze weinig meer gezegd dan dat ze Djax begon 'uit liefde voor muziek en uit idealisme'. Ze laat de muziek liever voor zichzelf spreken. Dus staat even later rapgroep Spookrijders op het podium, terwijl hun ontdekker vanaf de zijlijn toekijkt.

Met haar lange blonde haar, spijkerbroek en plateau-sneakers oogt Miss Djax (haar artiestennaam) eerder als een popster dan als een platenbaas. In werkelijkheid is ze allebei. Toen ze Djax opzette in 1989, draaide ze al in clubs in en om Eindhoven. En terwijl haar label steeds vastere vormen aannam, brak ze door als dj in het buitenland. Ze stond op party's met de grootsten uit de techno-wereld, Laurent Garnier, Jeff Mills, Daft Punk, Richie Hawtin, dj's die ze allemaal tot haar vrienden rekent. En draaide tijdens de finale van de Berlijnse Love Parade in 1998 voor een publiek van enkele honderdduizenden toeschouwers. Foto's van dat moment, met de als rood-wit geblokte Kuifje-raket opgesierde Djax-wagen omgeven door een oneindige mensenmassa, mochten in het boek niet ontbreken: 'Met de ontdekking van Osdorp Posse was dat voor mij het hoogtepunt van tien jaar Djax.'

Djax 1989-1999 vertelt het verhaal van het label aan de hand van foto's, portretten, cd- en platenhoezen, graffiti-design, stripverhalen, backstage-pasjes en een keur aan - altijd even lovende - recensies. Watch out Detroit. De Nederlanders are coming, schreef muziekjournalist Dave Clarke in 1992 in het Britse Mixmag over een nieuwe Djax-plaat. Clarke, die later bekend zou worden als een van Engelands succesvolste dj-producers, verwoordde in zijn recensie treffend hoe Engeland en Amerika op dat moment tegen dat kleine maatschappijtje uit Nederland aankeken. Djax was een kwaliteitslabel dat de producties uit Detroit, de bakermat van de elektronische dansmuziek, naar de kroon stak. Acid en techno, uitgebracht op Djax Upbeats, werden vanaf 1990 een belangrijke pijler voor het label, dat sindsdien in twee haaks op elkaar staande territoria opereert: house en hiphop.

Het Djax-verhaal begint met een album van de Engelstalige rapgroep 24 K, door Slegers ontdekt toen ze bij de Eindhovense platenzaak Bullit werkte. 'Ik vond dat die muziek gehoord moest worden. En omdat er niets mee gebeurde, deed ik het zelf.' De tienduizend gulden die ze nodig had voor de eerste plaatpersing, leende ze van haar moeder. Lacht: 'Het was begin december en bij het geld had ze een briefje gestopt: de helft is een kadootje van de Sint.'

Er werden drieëneenhalf duizend exemplaren van het 24 K-album verkocht, genoeg om weer een volgende plaat te financieren. 'Niets was van tevoren gepland. Er kwam gewoon steeds weer een volgende plaat.'

De eerste vijf jaar runde Slegers Djax vanuit haar eigen woning. Sinds het succes van Osdorp Posse, dat in 1995 met Afslag Osdorp tot een groot publiek wist door te dringen, beschikt het label over een eigen kantoor. Sindsdien heeft ze ook een medewerkster in dienst.

Het is hard werken en ze wordt wel eens moe van de 'zakelijke shit' en de eindeloze papierrommel. 'Soms zou ik willen dat ik wat meer creatief bezig kon zijn.' Maar ze zou niet meer mensen in dienst willen nemen. 'Dat maakt het zo onpersoonlijk. Dan wordt de overhead meteen een stuk hoger, en word ik misschien gedwongen om iets uit te brengen waar ik niet achter sta.'

Def P. van Osdorp Posse: 'Wij waren al lang blij dat iemand gek genoeg was om onze muziek uit te brengen. We dachten toen nog: wat wij doen, daar lusten de honden geen brood van.' Djax was niet alleen enthousiast, Slegers bleef altijd pal achter de groep staan, zegt Def P. Ook toen hun controversiële teksten onder vuur kwamen te liggen. Een verontwaardigde brief van de Bond Tegen Het Vloeken prijkt, als een trofee, in Djax 1989-1999, dat nog het meest weg heeft van een persoonlijk plakboek van Miss Djax.

Alle artiesten die platen uitbrachten op haar label komen aan de orde, maar zelf is ze ook opvallend vaak in beeld. Miss Djax is nooit een typische platenbaas geweest, ze is geen figuur achter de schermen. Ze poseert brutaal voor de camera en lijkt soms op een stripheldin. Een van de eerste releases van Djax Upbeats ging vergezeld van een science-fictionstrip van de Amerikaan Alan Oldham, waarin Miss Djax wordt opgevoerd als redster van de muziek: 'Ever since they outlawed underground music, I'm Public Enemy no 1. But that won't stop me.'

Detroit-designer en producer Alan Oldham was de eerste buitenlandse artiest die Slegers ontdekte. Djax had in 1990 met een plaat van de Eindhovense techno-producer Stefan Robbers een eerste stap gezet in de richting van de nieuwe elektronische dansmuziek. Robbers' Terrace-project kreeg niet alleen veel respons uit het buitenland, maar bracht ook internationale producers, die op zoek waren naar een label, op het spoor van Djax. Oldham was de eerste, maar al snelden volgde ook Mike Dearborn. 'Het werkt met die mannen zo: zit er één op je label, dan wil de ander ook.' Slegers werd al snel overstelpt met muziek. 'Ik heb nooit iemand gevraagd om iets voor me te maken, maar kreeg altijd tapes opgestuurd.'

Ze moet zich toch wel eens eenzaam hebben gevoeld in die mannenwereld, tussen de stoere Nederhoppers en dj's en producers uit Chicago en Detroit. Maar nee, ze waren altijd poeslief. En die zwarte mannen in Amerika zijn helemaal geen vervelende macho's, maar eerder 'slijmballen.'

Met een tas vol muziek kwam ze in 1992 terug van haar eerste bezoek aan Chicago en Detroit. Een pelgrimstocht naar de oorsprong van de nieuwe dansmuziek. Maar van de geplande vakantie kwam weinig terecht.

'Er was een heleboel talent, maar geen outlet. Artiesten werden nooit betaald, het was een en al ellende, veel haat en nijd onderling. Ik werd besprongen door artiesten: breng ons uit! Als ze maar vooruit werden betaald. Een voorschot is voor die jongens het belangrijkste. Hier in Nederland stoppen ze dat geld in hun studio, daar moesten ze er bij wijze van spreken luiers van kopen.'

Vanaf 1993 fungeerde Djax Upbeats als een verre buitenpost van Chicago en Detroit, met een niet aflatende reeks producties van de grondleggers van techno en acid, zoals de groep Phuture. De laatste is ook te horen op de cd bij het Djax-boek, een compilatie van de eerste tien Djax-jaren vanaf 24 K tot Osdorp Posse en een nog op vinyl te verschijnen Miss Djax-track.

Die eigen productie wijst vooruit naar haar plannen voor 2000. 'Eindelijk wat meer tijd besteden aan mijn eigen muziek. Verder staat er genoeg op stapel: een nieuwe Spookrijders-single, albums van Headfirst en Grumpyhead.'

Als er al een geheim is achter het succes van Djax, dan is het misschien haar inzet en enthousiasme, denkt ze, want een 'echte zakenvrouw' is ze niet. Zo heeft ze er niet aan gedacht Osdorp Posse tegen te houden, toen de groep besloot een eigen label te beginnen. 'Het deed natuurlijk pijn, want we hebben jarenlang goed samengewerkt. Maar ik zou het veel moeilijker hebben gevonden als ze bij een grote maatschappij hadden getekend. Dan zou ik denken: schiet ik tekort of zo? Maar een eigen label, wie ben ik om daar iets van te zeggen; zelf ben ik ook zo eigenwijs.'

Meer over