'Kiezen voor overgave, dat getuigt van kracht'

Ariëlla Kornmehl (1975) schreef haar tweede, goed ontvangen roman, De vlindermaand, in Johannesburg. De angst die ze daar voelde, noemt ze 'een interessante ontwikkeling', die ze ook verwerkte in haar boek....

Ze is jong en heeft filosofie gestudeerd. Die studie blijktalles te maken te hebben met de achtergrond van Ariëlla Kornmehl(1975): 'Ik kom uit een traditioneel joods milieu, ken de bijbel,ben naar een joodse school gegaan en heb Hebreeuws geleerd, maarik had altijd mijn vragen bij religie. Daarom ben ik filosofiegaan studeren: juist het rationele vind ik interessant.

'Het was voor mij ook een proef om te onderzoeken of ik nueigenlijk zelf wel religieus was, of dat het door mijn opvoedingkwam.' En? Ze moet lachen. 'Mijn ouders zijn er heel blij mee.Meteen in het eerste jaar van de studie werden anti-godsbewijzengeleverd en ben ik gaan twijfelen. Ik ben heel kritisch geworden,maar ik ben er nog steeds niet uit. Je geloof raak je niet zomakkelijk kwijt.'

Tijdens haar studie was ze ervan overtuigd dat ze zoupromoveren en filosofe ging worden. Maar bij het schrijven vanhaar scriptie, over Aristoteles, kreeg ze steeds wanneer ze eenhoofdstuk had ingeleverd hetzelfde commentaar van haarbegeleider: 'Het is boeiend geschreven. Maar het lijkt te veelop een roman. Dát is niet de bedoeling van een wetenschappelijkwerk.'

Haar debuutroman schreef ze, net als haar doctoraalscriptie,in Johannesburg, waar ze in 1998 naartoe verhuisde. Ze had eralle tijd voor: 'Mijn man werd daarheen gezonden voor zijn werken ik mocht mee. Ik had geen werkvergunning, maar omdat ik nogstudeerde was dat geen probleem.

'Daar ontdekte ik dat ik van schrijven hield en dat ik hetprettig vond om alleen te zijn. Je komt daar terecht in eensamenleving waar je niemand kent en die overwegend zwart is. Zezaten daar echt niet te wachten op een blanke buitenlander.'

Zonder werkomgeving was ze op zichzelf aangewezen. Ze vond datbehalve spannend ook eng. De angst die ze daar gekend heeft,noemt ze rationeel 'een interessante ontwikkeling'. Ze verwerktedie angst in haar roman De vlindermaand, die vorige week inCicero lovend werd besproken.

Het boek gaat over Joni, een jonge vrouw die halsoverkop naarZuid-Afrika vertrekt nadat ze er op een nare manier achter isgekomen dat ze een DES-dochter is en geen kinderen kan krijgen.Haar ouders hebben dat haar hele leven voor zich gehouden en Jonikomt er pas achter in het ziekenhuis als haar baarmoeder isverwijderd.

Ze heeft met haar familie en haar vriend gebroken en probeertzich in Afrika staande te houden door hard te werken als arts,op de eerstehulpafdeling van een ziekenhuis. De angst dieKornmehl in Zuid-Afrika voelde, bleek ze altijd al in zich tehebben gehad, alleen kwam die vóór die tijd, in het gewoneAmsterdam, nooit naar buiten.

Ook Joni, de hoofdpersoon in de roman, krijgt te maken metonvermoede angsten. Ze kan er alleen niet zo goed mee omgaan alsde schrijfster. De Afrikaanse nacht, die zo donker is dat je geenhand voor ogen ziet, doet haar diep wegkruipen onder de dekens.Ze schrikt van elk ritseltje dat ze hoort, en wanneer het onweertligt ze de hele nacht wakker. Die angst moet zo snel mogelijkweer verdwijnen, net als al die andere gevoelens die haar levenin de war sturen. Daarom werkt ze maar door, om niet te hoevenvoelen.

Kornmehl: 'Ze beschermt zich voor wat ze voelt, want dat ismakkelijker en veiliger. Iedere keer als ze te dicht bij haargevoel komt, zoals wanneer ze erachter komt dat ze onvruchtbaaris of wanneer die liefde afloopt, dan rent ze eigenlijk weg. Maartegelijkertijd gaat ze ook stiekem op zoek naar die kern, diedonkere binnenkant. Bang zijn doe je met je hele lichaam, hetis een bepaalde kwetsbaarheid, een overgave waardoor je heeldicht bij jezelf bent. En eigenlijk vindt ze dat heel fijn.'

Overgave en afhankelijkheid zijn thema's die Kornmehlbezighouden. Joni ziet zichzelf het liefst als een onafhankelijkpersoon. De banden met thuis zijn doorgesneden. Ze nodigt haarcollega alleen uit om seks met hem te hebben en ze schaamt zicheigenlijk om met haar huishoudster Zanele over persoonlijkedingen te spreken. 'Maar tegelijkertijd betrapt ze zichzelf eropdat ze hunkert naar contact.

'Met Zanele ontstaat een scheve verhouding: in principe isJoni de blanke vrouw die weet hoe de wereld in elkaar zit. Zaneleis de zwarte vrouw die niet kan lezen en schrijven. Je verwachtdus dat Joni meer macht heeft in de relatie, maar het omgekeerdeis het geval: Zanele begrijpt hoe alles daar in elkaar steekt,voelt alles goed aan en heeft ook snel vat op Joni. De verhoudingverschuift en Joni wordt veel afhankelijker van Zanele danandersom.'

De schrijfster ziet die afhankelijkheid niet als een zwakte:'Wanneer jonge vrouwen in deze tijd kiezen voor afhankelijkheid,voor overgave, zie ik dat als een kracht, terwijl het voor onzegeneratie eigenlijk not done is. Mijn hoofdpersoon laat ikafhankelijk zijn omdat ik dat een positieve eigenschap vind. Metovergave krijg je een bepaalde diepte in een relatie en in hetleven. Juist door je afhankelijk op te stellen kunnen mensendichterbij komen. Maar ik laat de hoofdpersoon worstelen met dieafhankelijheid, want ja, het is een vrouw van vandaag.

'Ze slaagt er ook niet in zich over te geven aan het leven,zich neer te leggen bij haar lot, die onvruchtbaarheid. In mijndebuut heb ik ook al een worsteling van een jonge vrouwbeschreven. Daarbij wil ik haar ook zoveel mogelijk uitkleden,zoveel mogelijk van iemand afpellen, om te zien wat ik overhoud,hoe sterk iemands ruggengraat is.'

In haar eerste roman, Huize Goldwasser, blijft de hoofdpersoonuiteindelijk wel overeind, ondanks de dood van haar geliefde ende te hoge verwachtingen van haar vader waaraan ze probeert tevoldoen. Haar ruggengraat is sterk genoeg gebleken.

Joni echter gaat kapot aan het leven dat ze leidt. 'Dat komtdoor haar isolement. Ze snijdt alle banden door, komt in eennieuwe omgeving, maar maakt daar geen deel van uit. Haar wereldwordt steeds kleiner. Ze heeft niet door wat ze zichzelf aandoet:niemand kan haar wijzen op waar ze mee bezig is, ze zakt steedsdieper weg. De huishoudster Zanele is de enige die dichtbij magkomen, maar die is verder niet zo geïnteresseerd in hoe het echtmet haar gaat. Ze zegt wel dat ze te dun is en dat ze met haarmannelijke collega een relatie moet opbouwen, want dát isbelangrijk in Afrika. Maar ze komt niet bij de echte kern, datis ze niet gewend.

'Als je moet zorgen dat je kinderen te eten hebben, dan gaje niet zo diep op die vragen in. Ik maak het Joni zo ook welheel moeilijk om er weer uit te komen.'

Dat lijkt moeilijk te rijmen met wat Ariëlla Kornmehl in eeneerder interview zei naar aanleiding van haar debuut, namelijkdat het leven vooruitgang is. 'Dat wil ik geloven', haast ze zichnu te zeggen. 'In dit boek is weinig vooruitgang, maar dit isAfrika. Wij hier in het Westen hebben de mogelijkheid om vooruitte gaan, we kunnen ons ontwikkelen. Als je het zelf niet kanfinancieren, kun je bij de overheid aankloppen om een studie tedoen. Wij hebben mogelijkheden.

'In Afrika voel je dat dat niet bestaat, vandaar dat het boekdie kant opgaat. Fred de Vries noemde dat in zijn recensie(Cicero van vorige week) de Coetzeeiaanse onafwendbaarheid vanhet lot. Daarmee heeft hij mooi de kern te pakken.'

Zuid-Afrika boeide Kornmehl. 'Het land heeft een traagheid dieik probeer in de stijl van het boek weer te geven. De lokalebevolking kan zonder tijd leven, en zonder weekindeling.'

Dat komt inderdaad in het boek terug: elke scène begint opeen nieuwe dag, en dat zou willekeurig welke dag kunnen zijn.'Dat is typerend voor Afrika. Het is een laid back culture. Maarik was vooral gefascineerd door de post-apartheid-samenleving.Als je daarin terechtkomt zonder ooit in apartheid te hebbengeleefd, dan begrijp je heel veel niet.

'In het boek gaat Joni met Zanele mee naar een drogerij enwordt weggehoond. Zulke dingen heb ik zelf ervaren, en dan merkje hoe slecht je de samenleving kunt lezen omdat je diegeschiedenis niet hebt meegemaakt. Ik voelde me soms net eenblanke Afrikaner die slechte dingen had gedaan, terwijl ik ernooit geweest was! Dat heeft me wel beziggehouden.'

Desondanks is Kornmehl met spijt uit Afrika vertrokken: 'Deenige manier om nog langer in Afrika te blijven was door eenroman te schrijven die zich daar afspeelt.'

Meer over