INTERVIEWKhalid Mourigh

Khalid Mourigh schreef een boek over zijn opa: een echtgenoot, avonturier, verhalenverteller en gastarbeider

Khalid Mourigh: ‘Met dit boek wil ik mijn opa, de gastarbeider, contouren geven: zijn goede en slechte kanten laten zien.’ Beeld Pauline Niks
Khalid Mourigh: ‘Met dit boek wil ik mijn opa, de gastarbeider, contouren geven: zijn goede en slechte kanten laten zien.’Beeld Pauline Niks

Met zijn boek geeft de universitair docent de Marokkaanse gastarbeider een genuanceerd gezicht. ‘Hij was geen willoos slachtoffer, geen man die uit een miserabele toestand moest worden gered.’

De opa van Khalid Mourigh besloot in 1953 vanuit het Rifgebergte in zijn geboorteland Marokko naar Algerije te reizen, op zoek naar werk. Hij was 17 jaar en ondernam de lange tocht te voet. Eerst naar de grens: de Moulouya-rivier. Om die vervolgens via een brug over te steken had je een paspoort nodig. De opa van Khalid Mourigh had geen paspoort, dus nam hij een ‘grote man’ in de arm, die de mensen tegen betaling op zijn rug door de rivier naar de overkant bracht – een menselijke veerboot.

Halverwege hield de grote man plotseling stil. ‘Je moet me méér betalen’, zei hij tegen de opa van Khalid Mourigh op zijn rug, ‘anders laat ik je in het water vallen.’

Khalid Mourigh (39), taalonderzoeker en -docent, hoorde de anekdote op het sterfbed van zijn grootvader Ali, die nog één keer zijn levensverhaal vertelde. Mourigh nam het op en schreef er een boek over: De gast uit het Rifgebergte. Een confronterend relaas met vrolijke trekjes.

Het is een onbedoeld boek, zegt Mourigh. ‘Lange tijd heb ik die opnamen niet kunnen beluisteren. Vooral na het overlijden van mijn opa was dat te pijnlijk. Pas toen ik aan het eind van mijn promotietraject zat, dacht ik: laat ik het Berber van mijn opa eens analyseren.’

Mourigh werd verdrietig toen hij de stem van zijn grootvader weer hoorde, een ongeschoolde man met een groot, vrolijk hart, die fantastisch kon vertellen. Hij herontdekte vervolgens een bijzondere geschiedenis, die de taalanalyse oversteeg. ‘Ik merkte dat zijn verhaal indruist tegen het narratief dat ik zelf in mijn hoofd had. Het idee dat gastarbeiders door een uitzendbureau uit Marokko zijn gehaald, bijvoorbeeld. Dat was niet het verhaal van mijn opa. Die is zelf als avonturier naar Europa gegaan. Veel gastarbeiders werkten eerst in Frans-Algerije.’

En dus beschrijft Mourigh in De gast uit het Rifgebergte niet alleen de bloemrijke taal, maar ook het volle leven van zijn impulsieve en soms ook opvliegerige opa. Die werkte in Marokko als assistent van een dynamietspecialist in de mijnen en kwam na omzwervingen in 1964 in Utrecht terecht. Zijn vrouw Fadma, met wie hij gedwongen was getrouwd, en hun vijf kinderen had hij achtergelaten. Hier sloofde hij zich uit in de fabrieken van Demka Staal, het Provinciaal en Gemeentelijk Utrechts Stroomleveringsbedrijf en de scheepswerf Van der Giessen-de Noord. Maandelijks stuurde hij geld naar Fadma en de kinderen in Marokko. Geestelijk raakte hij steeds verder van hen verwijderd. Mede dankzij een genereuze chef op de scheepswerf werden zij in Nederland herenigd.

Tegeltje van scheepswerf Van der Giessen-de Noord. Beeld Pauline Niks
Tegeltje van scheepswerf Van der Giessen-de Noord.Beeld Pauline Niks

Waarom moest dit boek geschreven worden?

‘Er is maar weinig literatuur over gastarbeiders en het viel me op dat in die boeken hooguit twee of drie pagina’s worden gewijd aan het dorp waar ze opgroeiden. De gastarbeider wordt als mens pas relevant als hij naar Nederland komt. Het langere verhaal dat gebaseerd is op een compleet leven miste ik. Met dit boek wil ik mijn opa, de gastarbeider, contouren geven: zijn goede en slechte kanten laten zien.’

Was men hier dan niet geïnteresseerd in die contouren?

‘In mijn boek citeer ik uit Gastarbeiders-lastarbeiders: ongewenste vreemdelingen? Discriminatie? Gemiste kansen? van J.M. Theunis uit 1968. Theunis stelde toen al de harde vraag: zijn wij Nederlanders werkelijk geïnteresseerd in wie de gastarbeiders zijn, of alleen in wat zij voor ons kunnen betekenen? Gastarbeiders kwamen naar Nederland om een probleem op te lossen; ze werkten in de zware industrieën die eigenlijk al in verval waren. Ze waren goedkoop en makkelijk te ontslaan. Dan helpt het beeld dat ze tijdelijk en gezichtsloos zijn, passanten.’

Is die desinteresse er nog steeds?

‘Ja, die vraag van Theunis is ook nu nog relevant. Het draait hier nog steeds vooral om de vraag wat migranten kunnen betekenen voor Nederland, en niet om wie deze mensen zijn. De totale onverschilligheid heeft wel plaatsgemaakt voor een bovenmatige interesse in bepaalde deelidentiteiten. Vooral het islamitische geloof, natuurlijk. Maar dat is maar een onderdeel van wie deze mensen zijn. Als je kijkt naar het verhaal van mijn opa: daarin wordt helemaal niet over het geloof gesproken.’

Welke misvattingen bestaan er nog meer over het leven van de Marokkaanse gastarbeiders?

‘De passiviteit. Gastarbeiders zouden hier naartoe zijn ‘gehaald’ om het vieze werk te doen dat de Nederlanders links lieten liggen. De media speelden gretig in op dat beeld. In een bekend televisiefragment zie je een ‘arbeidsbureau’ in Marokko dat gastarbeiders werft. Het lijkt verdacht veel op een slavenmarkt. De mannen komen binnen en er worden vragen op hen afgevuurd: ‘Spreek je Frans? Nee? Eruit, snel!’

‘Het klopt dat het er zo aan toeging, alleen is dat fragment uit 1969. Dat is jaren nadat mijn opa en de meeste Riffijnse gastarbeiders hier waren gearriveerd. Uit onderzoek blijkt dat slechts een minderheid via dit soort wervingsbureaus naar Nederland vertrok, vooral Marokkanen uit de grotere steden zoals Casablanca en Rabat. De meesten zijn, zoals mijn opa, op eigen initiatief gekomen.’

Waarom is die nuance belangrijk?

‘Het laat zien dat de eerste gastarbeiders pioniers waren, avonturiers. Ook vóór zijn leven in Europa maakte mijn opa allerlei avonturen mee: hij reisde naar Algerije voor werk, ging in dienst bij het Spaanse leger om de boel vervolgens te saboteren... Naar Nederland gaan was maar één aspect van zijn impulsieve gedrag.

‘Hij is niet als willoos slachtoffer uit een miserabele toestand gered. Zo wordt het vaak voorgesteld: wij Nederlanders hebben jullie gered, en daar moeten jullie dankbaar voor zijn. Mijn opa wás ook dankbaar. Hij kwam uit een land waar hij veel minder kreeg, dus ja, hij was dankbaar.

Khalid Mourigh: ‘Ook ik krijg nog steeds rare vragen. Ga je ooit terug?, bijvoorbeeld. Terug? Waarheen? Ik ben hier geboren!’ Beeld Pauline Niks
Khalid Mourigh: ‘Ook ik krijg nog steeds rare vragen. Ga je ooit terug?, bijvoorbeeld. Terug? Waarheen? Ik ben hier geboren!’Beeld Pauline Niks

‘Maar uitbuiting maakt net zo goed deel uit van mijn opa’s leven. Hij werd zwaar onderbetaald. Dat kon gewoon, omdat hij de taal niet sprak en de regels niet kende.

Met zijn boek hoopt Mourigh de jongere Marokkaanse Nederlanders te bereiken, ‘die uit een soort misplaatst schaamtegevoel vaak geen vragen durven te stellen aan hun ouders en grootouders’. Hij denkt dat een persoonlijk verhaal als dit de geschiedenis dichterbij kan brengen en jongeren kan helpen met bepaalde identiteitsvragen.

‘Ik bied hun een nieuw perspectief op hun voorouders. Mijn opa was, met zoveel Riffijnen die eropuit trokken, een ondernemer. Hij kwam hier omdat hij nieuwsgierig was. Hij was mijnwerker, vader, echtgenoot, avonturier, reiziger, soldaat en verhalenverteller. Dan kun je wel zeggen dat hij het deed voor zijn werk, maar niet iedereen ging buiten Marokko werken.

‘De jongere generatie mag daar best trots op zijn. De fabrieken in Nederland wilden destijds ongeschoolde arbeiders. Dat die jongens inderdaad geen kennis hadden opgedaan op school, er wáren niet eens scholen in het Rifgebied, betekent niet dat ze dom waren. Het waren tieners en jonge twintigers die de enorme stap maakten om naar Europa te gaan. Nu kun je, als kleinkind, advocaat worden. Geweldig, maar de stap die je grootvader ooit maakte, was nog veel groter.’

Boekcover van De gast uit het Rifgebergte. Beeld
Boekcover van De gast uit het Rifgebergte.

U bent dan weliswaar geen advocaat, maar wel docent aan de universiteit. ‘Helemaal geïntegreerd’ dus, neem ik aan? Deze vraag is ironisch bedoeld, om misverstanden te voorkomen.

‘Haha! Maar nee hoor, ook ik krijg nog steeds rare vragen. Ga je ooit terug?, bijvoorbeeld. Terug? Waarheen? Ik ben hier geboren! Of men zegt, inderdaad, dat ik zo goed geïntegreerd ben. Ik word dus nog steeds niet als een volwaardige Nederlander erkend. Ik moet me constant bewijzen.

‘Nederland worstelt duidelijk nog met zijn multiculturele samenleving. Ik denk dat die beter wordt geaccepteerd als je de geschiedenis ervan begrijpt. Daaraan hoop ik met mijn boek bij te dragen.’

Op de vraag of zijn opa de ‘grote man’ tijdens zijn tocht naar Algerije in 1953 inderdaad heeft betaald, reageert Mourigh verbaasd. ‘Ja, natuurlijk. Hij moest wel; hij kon niet zwemmen. Als hij niet had betaald, had ik zijn verhaal nu niet kunnen navertellen.’

Khalid Mourigh (39) werd in 1981 geboren in Sliedrecht. Hij studeerde antropologie en taalkunde aan de Universiteit Leiden, waar hij promoveerde in de taalkunde en nu universitair docent is. Mourigh deed diverse onderzoeken naar het Tamazight (Berbertalen) en de Marokkaans-Nederlandse straattaal.

Meer over