KERKORGEL MET SNAREN

Waarom worden zoveel mensen geraakt door de elektrische gitaar? Het is een van de vragen die het Output Festival, de driejaarlijkse manifestatie voor het snaarinstrument, dit weekeinde in Amsterdam opwerpt....

Rob Gollin

Stelling 1: wie de gitaar bespeelt, bespeelt de verlenging van de mannelijkheid.Jan Akkerman: ‘Slap gelul.’

Wiek Hijmans: ‘Ik heb niks met dat gepsychologiseer in de muziek.’

Akkerman: ‘Wat moet je er mee?’

Hijmans: ‘Ik kan er niks mee.’

Stelling 2: de gitarist krijgt de meisjes.

Hijmans: ‘De bassíst krijgt ze. Die heeft meer tijd om oogcontact te leggen.’

Akkerman: ‘Ik heb niet te klagen gehad.’

Hijmans: ‘Ik ben wel samen met de eerste celliste van een orkest waarmee ik een keer heb gespeeld.’

Akkerman: ‘Je houdt iets vast met vrouwelijke vormen. Misschien is dat het.’

Aan enig geestesvorsen valt niet te ontkomen aan de vooravond van het Output Festival, komend weekeinde in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, een driejaarlijkse manifestatie voor de elektrische gitaar. Het thema vraagt erom: The Soul of the Tone. Lees maar wat de organisatie zelf zich afvraagt: waarom worden zoveel muziekliefhebbers geraakt door de klank van de elektrische gitaar? Waarin zit de bezieling?

Akkerman: ‘Gewoon: spelen. Gáán.’

Hijmans: ‘Het moet die combinatie zijn van fysieke en elektronische aspecten. Het geluid kan zo klein zijn als een huiskamer, en zo groot dat het de wereld omspant. Het heeft de coloristische kwaliteiten van een kerkorgel, zou je kunnen zeggen. Je kunt er akkoorden op spelen, maar ook tonen met eigen kleur en vibrato. Wat je speelt wordt enorm uitvergroot.’

Akkerman: ‘Iedere toon is anders. Het zit ’m in de vingertoppen. Feitelijk speel je met de uiteinden van je zenuwen.’

Hijmans: ‘Het is een universele taal.’

Afdoende of niet, hier ligt gewicht in de schaal. Beiden hebben een prominente rol op het festival. Hijmans (1967) vormt met musicoloog en componist Anthony Fiumara de directie, en geldt als eminent uitvoerder van hedendaagse gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. Jan Akkerman (1946) is hoofdgast op het festival, het Britse blad Melody Maker riep hem in 1973 – toen zijn groep Focus internationaal doorbrak – uit tot de beste gitarist ter wereld, en hij profileert zich al decennia achtereen met projecten die uitwaaieren naar rock, blues, jazz en klassiek.

Meer nog dan seks en drugs is de elektrische gitaar geklonken aan de rock ’n’ roll. Vanaf de nog in blaaspartijen gewortelde solo’s van Charlie Christian (1916-1942), het geratel van Chuck Berry (1926), de brutale riffs van Keith Richards (1943), de 100-meter sprints van Yngwie Malmsteen (1963) en het kale gepingel/hemelsplijtend geloei van John Frusciante (1970) – de opsomming is arbitrair, het lijstje is onvolledig –; met scheuren en strelen en grommen en grauwen en hakken en janken hebben ze het gemoed van de met hen opgroeiende generaties en die erna midscheeps getroffen. Zij zijn er verantwoordelijk voor dat kids voor de spiegel met hun nagels zijn gaan raspen over het blad van het tennisracket en de steel als gitaarhals heen en weer zwiepen, dat anderen in afwachting van een echt exemplaar een microfoon op een plankje met ijzerdaad als snarensetje zijn gaan binden, het bouwsel voor een luidspreker houden waarna een oorverdovend gepiep losbarst; ha, Jimi Hendrix! Muziekscholen melden vandaag de dag nog altijd groeiende interesse.

Hijmans: ‘Het is een laagdrempelig instrument. Iedereen heeft drie akkoorden zo onder de knie. E, A, D. Je hebt zo een liedje.’ Akkerman: ‘Het is het makkelijkste instrument om mee te beginnen. En het moeilijkste om er verder in te geraken.’

Voor beiden was het niet eens de eerste keus. Akkerman speelde accordeon, Hijmans zat op slagwerkles. Maar Akkerman luisterde in zijn jeugd likkebaardend naar de klanken van orkestjes en jukeboxen in de cafés van de jodenbuurt in Amsterdam. Hij hoorde het geluid van Django Reinhardt, van Elvis Presley. ‘Toen ging de accordeon toch echt de gracht in.’ Hijmans zwichtte weer voor het geluid van een antieke luit die in de gedaante van een gitaar bij het vriendje van zijn zus aan de muur hing. En kort daarna kwamen The Beatles voorbij. ‘Vooral George Harrison. Die doet precies wat nodig is, hij treft de essentie.’

Akkerman: ‘Het is een associatief instrument. Neem alleen al de stemming van de losse snaren, van boven naar beneden: E, A, D, G, B, E. Dat maakt al van alles los. Ha, daarna wordt het eigenlijk alleen maar minder.’

Hijmans: ‘Voor mij was het zo dat de gitaar in de muziek het verhaal vertelde.’

De status van maatschappelijk icoon uit de jaren zestig en zeventig heeft de elektrische gitaar eigenlijk ook wel wat in de weg gezeten, stellen sprekers vast. Hijmans wil het instrument ‘ontdoen van het imago’. Weg van het rockidioom, weg van het gitaargodendom. Hij schreef het al op in zijn cv’tje toen hij 16 was, en nog gitarist in opleiding: ‘De elektrische gitaar meer integreren in klassieke muziek.’

De geschiedenis is immers niet begonnen met de eerste elektrisch versterkte steelgitaar, de frying pan van George Beauchamp uit de jaren dertig, of de bijna gelijktijdige uitvinding van Lester William Polfuss (Les Paul), die met behulp van een naald van een platenspeler de klank van zijn akoestische gitaar door de versterker van een radio voerde. Nee, er vallen lijnen te trekken naar barokluitist Silvius Leopold Weiss (tijdgenoot van Bach), de Renaissance-bard John Dowland, en ja, naar de Assyrische citers van de Grieken en de Romeinen. ‘De elektrische gitaar komt voort uit een geschiedenis van meer dan drieduizend jaar.’

Er valt nog wel een wereld te winnen, meent Hijmans. Het aantal goede, speciaal voor elektrische gitaar geschreven composities is nog altijd beperkt. Als hij met zijn Gretsch op het podium verschijnt stelt hij ‘enige angst voor het onbekende’ vast. ‘Maar er is ook nieuwsgierigheid. De muziekscene in Nederland heeft er altijd wel open voor gestaan. Componisten als Peter Schat en Louis Andriessen hebben er werk voor geschreven.’ Tekenend is dan weer dat hij met zijn elektrische gitarenkwartet Catch moet worden ingevlogen om in Boston een modern stuk te spelen, terwijl daar toch het gerenommeerde opleidingsinstituut Berklee College of Music zetelt.

Hebben ze niet het gevoel dat de mogelijkheden wel zo’n beetje uitgeput zijn geraakt om de ziel nog te raken? Kijk maar naar het fenomeen gitaarheld – op een enkele uitzondering na allemaal veteraan of gestorven. Zijn onder invloed van alle varianten van elektronische muziek de snaren met snoeren niet in een wat muf ruikend muziekhoekje beland?

Welnee, dus. Toekomst zat. Met dat epateren – ‘die Paganini’s’ – hebben ze trouwens altijd weinig op gehad. ‘Kleurenarmoede’, zegt Akkerman. ‘Je mist muzikale intelligentie. Er ontstaat al snel overkill’, zegt Hijmans. Maar het zit ’m toch ook niet in de populaire gitaarbandjes van nu, die de ellenlange solo hebben verbannen. Hijmans: ‘Daar heb ik de afgelopen jaren ook niks vernieuwends gehoord. Nee, dat tref ik veel meer aan bij iemand als Peter Adriaansz. Die schrijft werk voor gitaren die microtonaal van elkaar verstemd zijn. Hij past ook de ebow toe, een magneet die je boven de snaren houdt, en waarmee je heel lange tonen kunt creëren. Er komt galm aan te pas, harmonizers, boventonenreeksen. Dat is pas echt werken met klank en compositie.’

Akkerman: ‘Er moet wel altijd iets van asfalt doorklinken, vind ik. Je moet de straat horen.’

Hijmans: ‘Wat dat betreft moet je het inderdaad niet van de conservatoria hebben. De naam zegt het al: die bewaren slechts. Die vinden niks uit.’

Akkerman: ‘Toen ik begon heb ik alles zelf moeten uitproberen. Van die dunne vioolsnaren gebruiken, luisteren hoe dat klonk. Het effect van de volumeknop opdraaien na de aanslag. Ik heb snel de dop op de fles geschroefd. Er kwamen te veel geesten uit.’

Het digitale tijdperk opent meer horizonten. Effecten kunnen met elkaar worden gecombineerd en tot het oneindige worden verlengd. Het geluid van de versterker kan met een druk op de toets veranderen van een muur Marshalls in een petieterige Peavey-tje.

Hijmans: ‘Het einde is niet in zicht.’

Akkerman: ‘We zijn de luiers aan het ontgroeien.’

Meer over