‘Kennelijk heb ik iets met negers’

Houdt Van Warmerdam in Wees ons genadig zijn critici en geldgevers een spiegel voor? ‘Ja! nu je het zegt.’..

Hij zal er zelf nooit over beginnen. Als een ander dat wel doet, reageert hij met: ‘Ja! Nu je het zegt.’

Het gaat hier over de boodschap, een element dat in de zes films en elf eerdere toneelstukken van Alex van Warmerdam (54) schittert door afwezigheid. In zijn nieuwe stuk Wees ons genadig, dat vrijdagavond in première ging in de Amsterdamse Stadsschouwburg, zit er één – zeker weten. Van Warmerdam voert drie vertegenwoordigers op van disciplines waarin hij zelf ook actief is, of is geweest: de schilder Julius (Pierre Bokma), de dichter Simon (Aat Ceelen) en de componist Jack (Stefaan Degand). Allen proberen zij de veeleisende Katherina (Ariane Schluter) te paaien door een kunstwerk af te leveren ‘van ongekende klasse’. Allen zakken zij voor haar test. Daar gaat het nu even niet om. Dat kennen we wel uit Van Warmerdams werk.

Echt opmerkelijk: het publiek ziet de drie personages op het podium hun best effort presenteren aan Katherina – Julius zijn mooiste schilderij, Simon zijn beste gedicht, Jack zijn definitieve prelude – , maar het krijgt de inhoud ervan niet te zien of te horen. ‘Natuurlijk niet!’, zegt Van Warmerdam. ‘Dan zouden de toeschouwers meteen partij kiezen voor Katherina of de kunstenaar. Dat wil ik niet. Ze moeten blijven openstaan voor de standpunten van beide partijen.’

Zou het kunnen dat deze vermaning zich uitstrekt tot Van Warmerdams eigen oeuvre? Zes films en twaalf toneelstukken met een duidelijk eigen signatuur, die regelmatig volle zalen trekken, die heel wat prijzen in de wacht sleepten ook. Toch blijft Van Warmerdam vaak grimmig tegenover kritiek, tegenover de onvermijdelijke problemen met subsidies en de financiering van zijn films. Houdt hij in Wees ons genadig zijn critici en geldgevers niet een spiegel voor, die hen tot eenzelfde ambivalentie moet bewegen, tot meer openheid en minder oordeel? ‘Ja, daar kan ik me wel in vinden’, zegt hij met een lachje. ‘Alleen heb ik dat van tevoren niet zo bedacht.’

Net als zijn personages houdt Van Warmerdam niet zo van denken, van reflecteren en filosoferen. ‘Ik reflecteer op mezelf, op mijn privéleven’, zegt hij. ‘Nooit op mijn karakters.’ Wees ons genadig telt vier blanke hoofdrollen, maar in het toneelbeeld domineren vier zwarte mannen. Strak in het pak, meer dan levensgroot geschilderd op doeken die achter in het podium hangen. Het idee deed hij op tijdens het filmfestival van Toronto in Canada. ‘Daar staat voor elke hotelingang een grote zwarte man.’ Hij had de doeken al willen gebruiken in De verschrikkelijke moeder, zijn vorige toneelstuk uit 2004. ‘Maar daar werkten ze niet.’

Ach, in de meeste van zijn films en stukken komt wel ‘een neger’ voor, merkt hij op. Vraag hem niet waarom. ‘Kennelijk heb ik iets met negers.’ Het kwam hem nooit te staan op politiek-correcte verwijten. Integendeel: bezoekers van de try-outs van Wees ons genadig vroegen hem of de doeken soms de verbroedering tussen blank en zwart symboliseerden. Nee dus: ‘Het zijn gewoon vier wachters. Hopelijk houden die de cultuurbarbaren een beetje buiten de deur.’

Want het kunstklimaat is wel aan het veranderen, vindt hij. Stukken zoals die van hem zijn nog maar goed voor 15 procent van de toneelvoorstellingen in Nederland. Daarom werd hij tijdens de eerste try-out van Wees ons genadig in Tiel bevangen door ontroering. ‘Dat 150 mensen speciaal voor mijn stuk uit hun huis waren gekomen! De Tielse schouwburg voelde ineens als een schuilkerk.’

Meer over