Review

Kavakos en Wang wisten te verbazen en te ontroeren


Brahms
Klassiek
Brahms: Vioolsonates. Leonidas Kavakos (viool), Yuja Wang (piano).
Amsterdam, Concertgebouw, 15/10

Brahms in kleine bezetting in de Grote Zaal blijkt ook voor twee wereldsolisten een uitdaging.

Het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam Beeld anp
Het Koninklijk Concertgebouw in AmsterdamBeeld anp

Op papier vormen ze een onwaarschijnlijk koppel. Leonidas Kavakos (46): een Griekse violist die met zijn baard en wapperende haren slechts een ooglapje verwijderd is van het piratendom. Yuja Wang (27): een Chinese pianiste en fashionista die de sufkoppen van de klassieke muziek graag mag tarten met diepe splitten.

Samen kwamen ze naar het Amsterdamse Concertgebouw, met in hun koffer de drie vioolsonates van Johannes Brahms. Dit kernrepertoire hebben ze eerder dit jaar op cd gezet. Zouden ze zichzelf ook live kunnen bewijzen? Wang had het bij haar entree trouwens niet gemakkelijk. Haar minirok was kort, maar met de lange, doorzichtige glittersleep moest ze voorzichtig manoeuvreren.

Uitdaging

Wat in de eerste sonate meteen opviel: aan oogcontact doen Kavakos en Wang niet. Wat betekent dat hun zielen moeten resoneren, want de subtielste temposchommelingen klonken alsof ze uit één instrument kwamen.

De afwezigheid van blikken wierp wel de vraag op of de twee kamermuziek een leuk vak vinden. Prikkelen, uitdagen en verrassen: in hun communicatie was het ver te zoeken.

Brahms in kleine bezetting bleek toch al een uitdaging in de Grote Zaal. De muziek klonk alsof iemand per ongeluk de knop had omgezet van stereo naar mono: het geluid bleef in de verte en kende weinig ruimte eromheen.

Dynamiek en kleur hadden een beperkte bandbreedte. Toch bracht Yuja Wang met succes reliëf aan in haar akkoorden. Motieven kon ze laten oplichten als gloeidraad. Kavakos is een kunstenaar die van nature neigt naar introspectie. Hij bewees zich opnieuw als de kampioen van de ontspannen toon. Ook voor het plastisch kneden van frasen kun je bij hem terecht.

Helaas brachten de wereldsolisten Brahms niet werkelijk tot leven. De componist hield afstand en gedroeg zich op het onderkoelde af. Tegelijkertijd klonken zijn noten overgecultiveerd. Vooral Kavakos had er een handje van in te zoomen op details, wat uitliep op lijzige momenten.

Met drie toegiften pookten Wang en Kavakos het vuur op. Stravinsky's Danse Russe kwam er spetterend uit (zij het niet spatgelijk). Een scherzo van Brahms werd ontsierd door kwestieuze intonaties.

Pas bij het getokkel van een Schumannsonate kwamen gewaarwordingen boven die zich een avond lang gedeisd hadden gehouden: verbazing en ontroering.

Meer over