Wakkerlands

Katoenen plafond: de onderbroek van een lesbienne die zich niet aangetrokken voelt tot transvrouwen

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week, onder de k: katoenen plafond.

Jan Kuitenbrouwer

Marilyn Loden werkte als hr-manager in de telecomindustrie. In 1978 deed zij mee aan een paneldiscussie over de kansen van vrouwen op de arbeidsmarkt: hun weg omhoog leek te worden geblokkeerd door een onzichtbare barrière. Hun klim naar de top stagneert op een gegeven moment en ze worden gepasseerd door mannen. Om duidelijk te maken wat ze bedoelde, gebruikte zij een beeldspraak: ‘It’s like a glass ceiling,’ zei ze. Zo muntte zij een uitdrukking die nu, ruim veertig jaar later, gemeengoed is: het glazen plafond.

Ook voor woorden geldt: met nakomelingen een grotere kans op overleving. Na het glazen plafond kwam het betonnen plafond. Vrouwen van kleur hebben het nóg moeilijker om de top te bereiken, hun plafond is van beton.

En er is ook een katoenen plafond (cotton ceiling). Vergeet nu even het beeld van een kantoor en vrouwen met hun hoofd tegen het plafond, dit plafond is maar een paar centimeter groot en bevindt zich, hou je vast, in het kruis van een damesonderbroek. Wij zijn in de wereld van de → genderidentiteit.

Het katoenen plafond is de onderbroek van een lesbienne die zich niet aangetrokken voelt tot → transvrouwen. Veel transvrouwen, ook wanneer zij alleen ‘sociaal’ overgaan, zonder lichamelijke ingrepen, switchen in feite van seksuele oriëntatie: als man vielen zij op vrouwen, en nu, als transvrouw eveneens. Zij noemen zichzelf ‘lesbiennes met een penis’, die zij ook wel aanduiden als hun → girldick. → Meisjespik, zeg maar. Maar op de relatiemarkt hebben zij zich in een lastige positie gemanoeuvreerd: de meeste transvrouwen willen het als vrouw met een vrouw doen. Maar veel lesbiennes moeten daar niets van weten. Die zijn gericht op dezelfde → sekse, niet hetzelfde → gender. Die willen alleen ‘echte’ vrouwen.

Dat is het → katoenen plafond, de onderbroek die voor transvrouwen gesloten blijft. Bij het woord → terf (Trans Exclusionary Radical Feminists, trans uitsluitende radicale feministen) kwam het hier onlangs al aan de orde: die uitsluiting is een enorme frustratie voor transvrouwen. Zij willen met lesbiennes vrijen, maar lesbiennes niet met hen. Met heterovrouwen of -mannen willen zij niets, dus veel mogelijkheden blijven niet over.

Het omgekeerde doet zich ook voor. Er zijn transmannen die het als man met andere mannen willen doen. Maar voor veel gewone homo’s (→ cisgays) geldt hetzelfde: zij zijn geïnteresseerd in dezelfde sekse, gender doet er niet toe. Ook voor transmannen blijven dus veel onderbroeken gesloten. Dat wordt in de genderwereld het → boxer plafond genoemd.

Onder transmannen is het boxer plafond net zo’n gehaat fenomeen als het katoenen plafond onder transvrouwen. Terfs worden verbaal gesteningd, maar wat trans-uitsluitende homo’s online naar het hoofd krijgen, is ook niet mals. (Google maar eens ‘boxer ceiling abuse’.)

Eigenlijk gaat het hier meer om een deur dan om een plafond. Transmannen en –vrouwen willen de ruimte niet ontstijgen, zij willen erín. Zij willen geen promotie, zij willen meedoen. Zij eisen toegang tot het lichaam van homo’s en lesbiennes. En die zeggen nee.

Vooral de → entitlement is frappant. Of homo’s en lesbiennes hun seksuele voorkeur maar willen aanpassen. De frustratie is soms aandoenlijk.

‘Het is → hearts, not parts!’ roepen ze.

‘Waarom hebben → cishomo’s eigenlijk zo’n hekel aan vagina’s?!’

Misschien omdat dat de definitie van homoseksualiteit is?

Meer over