Kasteel in de polder

In het buitenland heette het the Dutch Disease, de wens om alleen maar functionele, modernistische huizenblokken neer te zetten. Het gevolg zijn de eenvormige buitenwijken....

JAAP HUISMAN

ALMERE wil een kasteel. De polderstad, die in december haar 21-jarig bestaan viert, heeft zo ongeveer alles wat haar hartje begeert, maar wat er ontbreekt is een romantisch kasteel, zo een met veel kantelen, klapperende luiken, ophaalbrug, torens, een decor kortom waartegen je een bruidspaar kan fotograferen. Het moderne stadhuis van architect Cees Dam wordt te kil, te weinig fotogeniek gevonden.

In januari krijgt wethouder Cees van Bemmel het lijstje kandidaten voorgelegd, allemaal verkommerde paleisjes van het Poolse platteland. Een losse flodder is het plan dus niet, beklemtoont voorlichter Peter Spek, en de ambitie is hoog, 'hoewel we er ons van bewust zijn dat we geen Windsor Castle kunnen krijgen'.

In Polen zijn ze te koop. Voor een paar ton, weet Spek. Het betreft verpauperde historische gebouwen op landgoederen, waar niemand meer naar omkijkt en waarvan de onderhoudskosten niet zijn op te brengen. Er moet nu alleen nog bestudeerd worden of het technisch mogelijk is een kasteel steen voor steen af te breken en bij Almere op te bouwen. Maar de bouwwereld ziet er al smachtend naar uit. Moet kunnen, is de wethouder beloofd.

Een maand geleden maakte Van Bemmel zijn plan wereldkundig. Alleen de Nederlandse Kastelenvereniging uitte kritiek. Als Almere zo nodig wil graven naar haar historische wortels, waarom dan niet iets gekozen wat bij de geschiedenis van de polder hoort? Een scheepswrak dat bij de drooglegging gevonden werd en dat je vervolgens met een glasplaat afdekt? Om te beginnen, zegt Spek, werd er geen Titanic gevonden, maar wrakken van vissersschuiten waarin je met goed fatsoen geen bruidspaar in de echt kunt verbinden.

Waarom neemt Almere geen modern kasteel? Spek moet er niet aan denken. Dan krijg je zoiets als in het Belgische Kalmthout waar zelfs Willy van der Steen (tekenaar van Suske en Wiske) een fantasie-chateau heeft opgetrokken. 'Dat is ons te nepperig, te veel namaak. Nee, we willen iets romantisch, niet alleen voor trouwlustigen maar ook bedoeld als toeristische trekpleister. Waar je ook horeca in kunt onderbrengen. En bossen genoeg om er een kasteel in neer te zetten.'

Bemmelstein - de term leeft inmiddels al in de politiek van Almere - staat er nog niet. Maar het Anton Pieck-gevoel heeft wortel geschoten. En niet alleen in Almere. Het centrum van Groningen is dankzij de Italiaanse architect Adolfo Natalini teruggezet in de tijd, pakweg 1700. Hij reconstrueerde oude straatjes, gaf een eigentijdse interpretatie aan historische bebouwing. Zeer geslaagd, oordeelden vriend en vijand.

Kasteel Noord, in Helmond, is de benaming voor een paar urban villas die tot in detail appelleren aan het romantisch levensgevoel. Veranda's en loggia's, timpanen en schuine daken, versieringen in baksteen: Wilma Vastgoed heeft een moderne illusie aan een vijver willen scheppen. Alleen in naam verwijst Kasteel Noord naar het kasteel van Helmond; een replica van het echte kasteel zou moeilijk te verdedigen zijn geweest. En ook niet zo goed bewoonbaar.

Helmond lijkt korte metten te willen maken met haar imago als lelijk eendje van Noord-Brabant. Want Kasteel Noord en de lieflijke nieuwbouwwijk Dierdonk, die is geïnspireerd op de tuinstad van de jaren dertig, zijn nauwelijks opgeleverd of Brandevoort ligt al op de tekentafel. Brandevoort wordt geen wijk maar een nieuw Brabants dorp, jubelt de brochure. 'De dichte, gevarieerde bebouwing herinnert aan vroegere tijden, maar is op verrassende wijze vertaald naar vandaag.'

De Helmonders van de toekomst wonen, gezellig en knus, in de Veste. Wie meer ruimte wenst, kan terecht in buitens daaromheen. De foto's en tekeningen in de brochure laten zien welke kant het uitgaat: klepperkeitjes, Brabantse boerderijen, siersmeedwerk en pompoenen op de stoep. Daarvoor hebben dorpen als Heusden en Oirschot model gestaan. Brandevoort is niet zomaar een hersenspinsel van een lokale aannemer, nee het concept is bedacht door de Berlijnse architect Rob Krier.

Krier is een aanhanger van een herkenbare, traditionele bouwstijl onder het motto: 'liever iets kopiëren of herhalen, dan iets nieuws uitvinden'. Hij wil eerherstel voor klassieke stijlen. Lange tijd was een dergelijke opvatting not done in het modernistische Nederland, maar het tij is gekeerd. Krier legt op dit moment zijn meesterproef af in Den Haag, waar naast het Centraal Station de Resident wordt gebouwd: kantoren, ministeries en appartementen in een hoge dichtheid. Het is een vorm van heimwee-architectuur, terug naar de trapgevel en het Hollandse puntdak, naar ramen met spijltjes, en dat allemaal rond een plein met bankjes en galerijen.

Eerder dit jaar reisde een gezelschap Nederlandse architecten naar Engeland om kastelen te bezichtigen. Dat op zichzelf is al een breuk met de traditie. Als specialisten op excursie gaan, is het naar Barcelona of Berlijn. De groep wilde inspiratie opdoen voor het project Haverleij bij Den Bosch. De eerste prospectus laat Haverleij zien als een verzameling kastelen (compleet met kantelen en transen) van de buitenwereld gescheiden door plassen. Zo profiteert het 'moderne' landgoed van het kanaal dat Den Bosch verbindt met de Maas.

Sinds kort weet Sjoerd Soeters, de architect, dat het met Haverleij goed komt. Hij kreeg een telefoontje van de burgemeester van Veghel. Of die na zijn pensionering op het landgoed een appartement kon kopen? 'Ja', antwoordde Soeters, 'want het project is bovenregionaal.'

Maar helemaal van een leien dakje ging het aanvankelijk niet. De vraag was: bestond er in Den Bosch behoefte aan zulke exclusieve appartementen, als de recente praktijk leert dat er in de stad niet meer dan drie aan potentiële kopers waren te slijten? De lat van de projectontwikkelaar en architect lag hoog.

In een Engels landschap 'maar dan zonder krullen en coulissen' zouden torentjes worden geplaatst, omringd door een golfbaan van 23 holes en met vrij uitzicht rondom. Kom daar maar eens om, elders in Nederland. Over de bereikbaarheid maakten de initiatiefnemers zich geen zorgen. Haverleij richtte zich op de forens, die werkt in de Randstad en tot rust wil komen in het Brabantse groen.

Soeters bestelde, om de discussie over de opzet uit het slop te halen, bij de bakker om de hoek één grote vierkante taart en tien gebakjes. Die ene taart stond model voor het geplande dorpje bij de sluis, de tien voor de kasteeltjes. In Den Bosch werden de heerlijkheden op de tafel uitgestald. Toen waren de partijen het er snel over eens. En om de goede afloop te vieren, aten ze ten slotte het gebak op. Iets anders had de architect ook niet willen ontwerpen. 'We hadden ons kunnen aansluiten bij het naburige dorp Engelen, maar dan krijg je opnieuw dat huisje-boompje-beestje. Wat past nou mooier in het rivierlandschap dan kastelen? Die vormen een contrast met het landschap, zonder tussenkomst van lantarenpalen, paadjes, hekjes en straatjes.'

Hoe is dat verlangen naar een romantische leefomgeving te verklaren? Soeters, lang door collega's met scheve ogen aangekeken omdat hij een kitscherige en speelse bouwstijl niet schuwt, verklaart die hang uit de marktwerking. 'De woonwens van het individu is in Nederland decennia achtereen onderdrukt. Alles wat verboden is, dat weet je, dat leidt tot uitwassen. Mensen ontvluchtten de repressie en gingen in België bouwen. Nu de deregulering is opgekomen, zie je een enorme bevrijding. Om te voorkomen dat het de verkeerde kant uitschiet, kun je de consument beter iets aanbieden, wat bij zijn smaak past.'

Soeters maakt zich geen illusie over die smaak. En een zedenmeester is hij al helemaal niet. 'Opvoeden kun je de mens niet, maar laten we hem wel serieus nemen.' Niet zijn collega's zijn de norm, maar de consument. Dus als er behoefte aan romantiek is, bouw dan buitenwijken met boerderettes (maar dan wel goede) en villa's in jaren twintig-stijl die hun succes hebben bewezen. Zij zijn de vluchthaven voor mensen die moeten werken in de naamloze brainparks langs de snelwegen, en dat is de schaduwkant van deregulering, vindt Soeters. Het individuele honk is daardoor zelfs harder nodig dan vroeger.

Scepsis was zijn deel toen hij in hartje Amsterdam een paar panden reconstrueerde met topgeveltjes op de plaats waar eerst een bouwval stond. Ironische topgeveltjes, dat wel, met autowielen als decoratie. 'Maar nu groet de straat me ineens, terwijl ze me eerst geen blik waard keurden. En de overburen hebben me gevraagd of ik een gevel voor hun bleke projectontwikkelaarsnieuwbouwhuis wil ontwerpen. Dat doe ik, uiteraard.' Want wil niet iedereen, die niet per se hecht aan een huis met tuin in een voorstad, op de gracht wonen of tenminste in grachtenstijl, maar dan met het comfort van nu?

De nostalgie leeft in het fin de siècle, omdat mensen behoefte hebben aan zekerheid; en de welvaart helpt de romantische architectuur een handje. Koopkrachtige opdrachtgevers slaan hun slag en doen dat op een opzichtige manier. Was bij de (intellectuele) elite twintig jaar geleden de soberheid teken van rijkdom, de nieuwe rijke (niet per se intellectueel) stoort zich niet aan 'wat wel of niet mag'. Tijdens een discussie over 'het verlangen naar romantische architectuur', afgelopen voorjaar, brak de projectontwikkelaar R. Strijland een lans voor de laatste groep. 'De elite woont historisch landelijk en romantisch. Niemand woont modern. Dit is het probleem van de naoorlogse woningproductie. Dat was een intellectuele exercitie, die steeds meer door de consument wordt afgekeurd.' Uiteindelijk blijkt de Bijlmer altijd de zondebok, en de oorzaak van alles, nu ook van de nostalgische Welle.

Natuurlijk waren de stedenbouwkundigen en architecten in het gezelschap het oneens met Strijland, maar om één ontwikkeling konden ze niet heen. Sinds de amusementsparken, Eurodisney voorop, het Anton Pieck-gevoel hebben geadopteerd en vormgegeven, heeft de romantische stijl de wind mee. Recreëren in een droom wordt op een lijn gesteld met dagelijks leven in een droom. Als het budget geen beletsel is en de welstandscommissie niet al te calvinistisch, kan die droom werkelijkheid worden.

Een oud of nieuw kasteel doet er in dat geval niet meer toe. Als het maar een decorstuk is dat van binnen van alle comfort is voorzien. Want romantiek mag niet synoniem zijn met tocht en lekkage. Aan die eisen zal zelfs het geïmporteerde Pools kasteel moeten voldoen. Anders komen de bruidsparen nóg niet.

Het Verlangen naar Romantische Arcitectuur. Architectura et Natura; 148 pagina's; f 59,50,-.

ISBN 90 71570797.

Meer over