KARST WOUDSTRA

Hij is een van de belangrijkste naoorlogse toneelschrijvers. Er zijn zelfs mensen die meenden dat Lars Norén zijn alter ego was....

EEN INTERVIEW wilde Karst Woudstra niet, voor geen goud. Hij was bang dat het binnen tien minuten niet meer over Oscar Wilde zou gaan, maar dat hij kwaad en boos zou worden, dat het een inkt- en inktzwart interview zou worden. 'Alles wat ik zeg, wordt verkeerd opgevat, na een interview is er altijd gedonder. Ik was eens op televisie, de volgende dag werd ik op straat bespuwd.' Nooit meer interviews. Zelfs een verstandig op hem inpratende Evert de Jager heeft hem niet kunnen vermurwen.

Evert de Jager is artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel (NNT) in Groningen, het enige Nederlandse gezelschap waar Woudstra regelmatig een voorstelling regisseert. Zaterdag gaat bij het NNT Oscar Wilde's Het belang van Ernst in première, in regie van Woudstra.

De Jager: 'Buiten het repetitielokaal is Karst boos en somber, dan staat hij bijna te kotsen op de wc. Zodra hij met zijn acteurs binnen is, wordt hij een ander, opgewekt mens. Ja, Karst vindt nog steeds dat Nederland hem slecht heeft behandeld, dat hij niet op zijn waarde wordt geschat.'

Er is iets grondig mis in de relatie tussen Karst Woudstra en theatermakend Nederland. Zo lijkt het. Ooit wilde hij samen het Gerardjan Rijnders en Ger Thijs in de Amsterdamse Stadsschouwburg Nederlands beste repertoiregezelschap vestigen. Maar het driemanschap viel snel uiteen, hartsvrienden werden vreemden, vijanden. Rijnders werd later artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, Thijs van het Nationale Toneel. Woudstra pakte zijn koffers en verdween - naar België, naar Zweden, naar Duitsland.

Karst Woudstra (1947) is een van de belangrijkste na-oorlogse toneelschrijvers. Hofscènes, Een Zwarte Pool, Total Loss, De Stille Grijzen van een Winterse Dag in Oostende - het zijn titels die onmiddellijk herinneringen oproepen, aan scènes, zinnen, acteurs. Psychologische stukken over verstikkende huwelijken en moeizame vader-zoonrelaties, maar af en toe ook grappig, op een bijtende manier.

Karst Woudstra is een van de belangrijkste na-oorlogse regisseurs. Dat is moeilijker te bewijzen. Woudstra regisseerde in 1984 bij het Publiekstheater De Nacht, de Moeder van de Dag van Lars Norén en ja, dat was het werk van een groot regisseur - strak, klassiek, ongekend meeslepend. Maar met zijn Othello vorig jaar bij het NNT in ongepaste travestie ging het helemaal mis. Daartussen zitten veel regies van zeer wisselend niveau, die één ding gemeen hebben: ze waren nooit modieus.

Woudstra's leven kent twee breaking points. In de jaren zestig studeerde hij Scandinavistiek en dramaturgie in Zweden en las hij in een krant een gedicht van de toen volslagen onbekende schrijver Lars Norén: 'Je moet je eigen angst binnen gaan en je er daar van ontdoen'. Die zin was voor hem een schok. Een paar jaar later was hij weer in Zweden en vernam dat Noréns eerste toneelstuk De Vorstenlikker van het repertoire was genomen - het stuk zou fascistoïde elementen bevatten. Woudstra las het, was er kapot van, ging bij Norén op de stoep zitten en wachtte net zo lang tot de getergde schrijver naar buiten kwam.

Vanaf dat moment is tussen Norén en Woudstra een symbiotische vriendschap ontstaan. Woudstra heeft Norén in Nederland geïntroduceerd, al zijn stukken vertaald, veel daarvan ook geregisseerd - van Een vreselijk geluk via Nachtwake naar Een soort Hades. Vorig jaar heeft Norén de vriendschap plotseling opgezegd. Na vijftien jaar psycho-analyse vond hij het tijd om voor eens en altijd af te rekenen met het verleden. 'Het was op, echt op, we hadden alle stadia van de vriendschap doorlopen. Ik begrijp zijn keuze', zei Woudstra er onlangs over.

Woudstra's tweede breaking point was zijn déconfiture bij het Publiekstheater, waar hij na een paar succesvolle regies en na het terugtreden van Hans Croiset in 1985 werd benoemd tot artistiek leider. Hij had grote plannen, waarin een belangrijke plaats was ingeruimd voor zijn vrienden Ger Thijs en Gerardjan Rijnders. Binnen een half jaar was er onenigheid in de tent, Woudstra moest verdwijnen. Zijn allerlaatste voorstelling in Amsterdam was Noreés Stilte. Na de première kwam er niemand naar achteren om Woudstra te feliciteren. Hij heeft tien minuten op een lege gang gestaan, is toen naar buiten gelopen en heeft er nooit meer een voet over de drempel gezet. Dat beeld moet nog steeds in zijn kop zitten, die lege gang, met niemand.

Ger Thijs: 'Dat moet een zeer negatieve ervaring voor hem zijn geweest. Zijn grote droom was een gezelschap van Gerardjan, van mij en van hem en daarin zou hij een soort moeder voor ons zijn. Dat het niet is gelukt, is zijn grote frustratie. Volgens mij heeft hij nog steeds het gevoel dat het gisteren is gebeurd.'

Woudstra heeft nooit meer in Amsterdam geregisseerd. Hij vertrok naar België, waar hij op huurkamers en in pensions woonde en bij het kleine gezelschap De Korrekelder werkte. En hij schreef in rap tempo toneelstukken, psychologisch-realistische stukken, met als voorlopig hoogtepunt het relatiedrama Een Zwarte Pool. Het stuk werd een groot succes bij het Nationale Toneel, dat toen onder leiding stond van Hans Croiset.

Croiset: 'Ik heb ervoor gezorgd dat we in Den Haag elk seizoen een nieuw stuk van Karst speelden. Stapje voor stapje is het vertrouwen weer opgebouwd. In het Nederlandse theater heersen altijd Hoekse en Kabeljauwse twisten, maar een zo groot talent moet je niet braak laten liggen. Karst is een eigenzinnige man, een theaterintellectueel, en ik gun hem het recht moeilijk te zijn - in het theater heb je niets aan hielenlikkers. Bij mijn huidige groep Het Toneel Speelt brengen we in januari zijn nieuwe stuk Stilleven. Toen we dat met de acteurs voor het eerst lazen, was dat een gebeurtenis, het ontroerde me zeer.'

Vorige week ging in Kopenhagen Woudstra's stuk Worgengel in première. De KNS in Antwerpen speelt momenteel zijn dameskomedie Duifje Klok. Binnenkort vertrekt hij naar Zürich voor zijn volgende klus. Bij het Verlag der Autoren in Duitsland behoort hij tot de rising stars. Een paar jaar geleden regisseerde hij Tjechovs Ivanov bij de Koninklijke Dramaten in Stockholm, de groep van Ingmar Bergman - een eer die tot dan toe slechts drie buitenlandse regisseurs ten deel viel.

Evert de Jager: 'Die voorstelling was van wereldklasse. Dat is het niveau waarop hij eigenlijk wil werken. Bij Dramaten zijn tachtig acteurs in dienst, op het kostuumatelier werken 123 mensen, voor die ene jurk laten ze de stof overvliegen uit New York. Ik ben daar stinkend jaloers op, maar zoiets kunnen we hem in Nederland niet bieden. Wel vertrouwen, een veilige omgeving, en dat is voor Karst een voorwaarde. Hij is een theatermaker die nooit consessies doet, tussen droom en daad wenst hij geen storingen.

'Hij zal ook nooit in de mode komen, zijn intelligentie is zijn grootste drijfveer. Zijn historische kennis is verbluffend - hij weet zowel alles over Philips II als over de cucumbersandwiches bij Oscar Wilde. Maar hij zal zo'n stuk nooit laten spelen met perspex meubeltjes. Als het goed is, zal hij Het belang van Ernst een kwartslag draaien om aldus iets duidelijk te maken over zijn visie op homoseksualteit. Want zo maar een komedie regisseren, dat kan Karst niet.'

Naast dat eigenzinnige en erudiete, is er ook het beeld van Karst Woustra als de eenzame sombermans, levend tussen het in- en uitpakken van koffers.

Thijs: 'Somber? Wat heet somber - een rare treurwilg is het. Karsts biografie was bij wijze van spreken voor zijn geboorte al geschreven. Hij heeft een strakke, freudiaanse levenstheorie waarin voor verrassingen geen plaats is. Alles staat vast, alles is door het lot bepaald. Na een hechte vriendschap is tussen ons een verwijdering ontstaan. Ik twijfelde aan zijn eerste stukken, dat heeft hij me kwalijk genomen. Nu steekt hij snel de straat over als ik hem tegenkom. Dat heeft als voordeel dat ik af ben van al die lange telefoongesprekken waarin hij zelf voortdurend aan het woord was. Maar ik mis ze ook, want Karst is me dierbaar. Vrienden verliezen is verdrietig.'

Een geestige kankeraar. Zo noemt castingdirector Hans Kemna hem. 'Karst overkomt altijd van alles. Zit hij in de trein, wordt hij beroofd. Zo is hij geboren. Ik zie hem af en toe gebogen over de gracht lopen, altijd met een plastic tasje, altijd op weg naar de trein. Ik was vroeger een beetje bang voor hem, hij boezemde angst in. Soms denk ik dat het niet goed met hem gaat en stuur ik hem een kaartje. Weet je dat ik heel lang heb gedacht dat Lars Norén niet echt bestond? Ik dacht dat al die stukken gewoon van Karst waren. Verder hoor ik nooit klachten over hem, de acteurs dragen hem op handen.'

Zo is het. Het werken met acteurs vrolijkt hem op. Maar hij verwacht meer van ze dan alleen holle techniek. Ze moeten wel bereid zijn met hem mee te denken.

Pleuni Touw (Lady Bracknell in Het belang van Ernst): 'In 1981 deden we bij het RO Theater Tartuffe van Molière en Karst was toen dramaturg. Hij wist zoveel van de Franse toneelliteratuur dat ik altijd dicht bij hem kroop om niets van zijn verhalen te hoeven missen. Hij is niet het soort regisseur dat we in Nederland gewend zijn, hij werkt meer vanuit een buitenlandse traditie. ''Ik ben de regisseur, u bent de acteur'', dat is Karst, niet iemand die zegt: ''we beginnen bij nul en zien wel waar we uitkomen''. Maar hij ziet ook het gevecht dat een acteur vaak met zichzelf moet voeren en respecteert dat.'

Ton Lutz heeft twee grote rollen onder Woudstra gespeeld: Über alle Gipfeln ist Ruh en De Nacht, de Moeder van de Dag - beide even onvergetelijk. Lutz: 'Wat me getroffen heeft, is dat hij zo trouw was aan de tekst en dat hij daarin altijd op zoek ging naar de diepere psychologische lagen. Zijn eruditie gaf me rust en voldoening. Hij nam altijd de aanstellerij weg, weg met de komedianterie! Hij stond bekend als een lastpak, maar dat heb ik nooit zo ervaren. Wel eenzelvig, en somber ook - de zelfmoorden vlogen in het repetitielokaal over tafel. Misschien heeft hij daarom wel zo'n hang naar het Scandinavische. In die donkere naaldwouden, in die eeuwig zingende bossen moet hij zich prettig voelen.'

Karst Woudstra's ouders hadden een slecht huwelijk. Als jongetje van zeven deed hij een zelfmoordpoging door plantengif te drinken. Op zijn zestiende verliet hij het ouderlijk huis. Zijn vader vond homoseksualiteit een nachtmerrie, waarschijnlijk omdat hij zelf als kind door een oom was misbruikt. Zijn moeder wilde niet dat hij op haar sterfbed haar hand vasthield. 'Dat hebben we nooit gedaan, dus nu ook niet', zei ze. Tot zijn dertigste heeft hij in een dikke mist geleefd - hij was destructief, at niet, zoop, snoof.

Dit jaar wordt hij vijftig, en al twintig jaar is het enige dat hij doet hard werken, toneelschrijven als therapie. Er liggen al weer zeven nieuwe stukken klaar. Veel daarvan gaan over het gezin als bron van alle kwaad, over zonen die zich van hun vaders willen ontdoen. Om uiteindelijk verlossing te vinden, zoals misschien wel het mooist is samengevat in de slotregels van Total Loss: 'Nu is er alleen nog maar licht, ontzettend licht, mooi, stil, wit licht, en het is heel wijd om me heen en ik zweef, zweef weg in dat stille, witte licht en dat is het.'

Karst Woudstra regisseert Het belang van Ernst van Oscar Wilde, première 18 oktober in Stadsschouwburg Groningen.

Het Toneel Speelt brengt op 29 januari de première van Woudstra's Stilleven.

Meer over