Karikaturen, met veel flair gespeeld

MUSICAL..

Patrick van den Hanenberg

Haarlem De wildenthousiaste caissière van de supermarkt staat op het podium en kondigt Batman de stripper aan. Er zitten alleen vrouwen in de zaal die wel een extra impuls kunnen gebruiken. Buiten staan hun echtgenoten, die niet meer zo aantrekkelijk zijn: werkloos, ingedut en met een toekomst die niet verder reikt dan het volgende blikje bier.

Berry, die zijn alimentatie niet meer kan betalen, en zijn seksueel uitgebluste vriend Dave besluiten om zelf ook een eenmalige stripshow te organiseren en zo een financiële klapper te maken. Geen halfslachtige show, zoals die nichterige Chippendales. Nee, ze gaan voor de full monty.

De Britse komediefilm The Full Monty (1997) was niet alleen een wereldwijd succes dankzij het grappige verhaal, maar hij raakt ook serieuze onderwerpen als economische crisis, seksuele onmacht en vaderrechten. Die momenten zijn in de musical speldenprikjes, maar wel erg goed getimed en treffend in beeld gebracht. Er is waarachtige ontroering als de dikke Dave (Zjon Smaal) ontredderd op de wc zit en met zijn vrouw aan de andere kant van de wc-deur praat. Hij heeft zichzelf in folie gewikkeld om de kilo’s te lijf te gaan, maar kan de verleiding van de chips niet weerstaan. Ook het liedje dat Berry (Charly Luske) zingt aan het bed van zijn zoon, die hij dreigt kwijt te raken, is zo’n moment waarop het uitbundige feest even tot rust komt.

Want een feest, dat is het. Het is een wonderlijk gezelschap mannen dat aan de stripact meedoet. De karikatuur spat er vanaf – de stoere zwarte met extra vulling in zijn onderbroek, de exhibitionistische nicht, de zelfmoord-bangerik die voor zijn moeder zorgt (let goed op de wonderlijke danspasjes op haar begrafenis) en de nuffige, bekakte man, die voor zijn vrouw verzwijgt dat hij werkloos is – met veel flair gespeeld.

Luske heeft een felle rockstem, die perfect past bij de agressie die in de muziek en tekst van een aantal liedjes zit. Maar ook in de rest van de cast is er niemand die de muziek van David Yazbek – soms hoekig, maar altijd fris melodieus – geweld aandoet.

Het plezier op het podium, de zelfspot van het script en de smakelijke vertaling/bewerking van Allard Blom leveren een voorstelling op die lang blijft natintelen.

Meer over