Kan Langer Mee

VROEGER droeg iemand een overall om zijn eigen kleding schoon te houden. Een uniform was vooral bedoeld om autoriteit uit te stralen....

Peter de Waard

Tegenwoordig is het anders. Beroepskleding moet vooral de corporate identity uitdrukken. Zo zijn nu ook bankemployees in uniform gestoken, omdat daardoor het imago van het bedrijf wordt verbeterd.

Nederland is geen grootmacht meer in de textielindustrie. Maar het kent nog altijd een van de grootste bedrijfskledingfabrikanten van Europa. Deze producent, EHCO-KLM in Enschede, maakte gisteren bekend zijn positie op deze markt te versterken. In Duitsland is de firma Hospita-Saeger overgenomen. Hierdoor stijgt de omzet naar 200 miljoen gulden, waarmee EHCO-KLM doordringt tot de top-drie in Europa.

Hospita-Saeger houdt zich bezig met beroepskleding voor de gezondsheidszorg. 'Verpleegsteruniformen, patiëntenkleding, maar ook beschermende kleding voor bepaalde chirurgische activiteiten', zegt Willy Wildenborg, sinds 1 januari directeur van het bedrijf. Wildenborg werkte eerder voor ketchupfabrikant Heinz en kippenslachter Friki. Nu moet hij EHCO-KLM laten uitgroeien tot een groot Europees bedrijf. 'Het is heel andere branche', erkent hij. 'Maar het is daarom ook een hele grote uitdaging.'

De expansie gebeurt in alle stilte. In 1996 kochten voormalig Borsumij Wehry-managers Jan Noordam en Berry van den Brink het bedrijf van Hagemeyer. Samen met toenmalig directeur Joop Trap reorganiseerden zij het bedrijf. Alle fabricage-activiteiten werden naar lagelonenlanden overgebracht. Eind vorig jaar werd de laatste Nederlandse fabriek in Klazienaveen gesloten.

EHCO-KLM kent een roerige geschiedenis. Het bedrijf, dat in 1930 werd opgericht als de Eerste Haaksbergse Confectie Onderneming, is altijd een speelbal van aandeelhouders geweest. Het familiebedrijf maakte oorspronkelijk vooral overalls en stofjassen. De afkorting EHCO deed het als merknaam niet erg goed, zodat de letters KLM werden toegevoegd, waarmee kon worden geprofiteerd van de uitstraling van de luchtvaart. Formeel stonden de letters KLM overigens voor 'Kan Langer Mee'.

De KLM was echter niet de belangrijkste klant van EHCO-KLM. Dat was heel lang Albert Heijn.

Het Britse bedrijf Bodycote nam het bedrijf in 1972 over. Doel was het imago te verbeteren. Couturier Frans Molenaar ontwikkelde een heel eigen lijn voor EHCO-KLM. In 1986 besloot Bodycote het bedrijf op de Amsterdamse beurs te laten noteren.

Tien jaar later verdween het weer van de beurs, nadat Borsumij een openbaar bod had uitgebracht en het had samengevoegd met de eigen bedrijfskledingenfabrikant Lonneker. Nog geen jaar later was Borsumij zelf weer overgenomen door concurrent Hagemeyer. Die stootte EHCO-KLM al snel weer af. Joop Trap werd directeur, Noordam en Van den Brink 'uitvoerend commissarissen'.

Wildenborg, die Trap op 1 januari is opgevolgd ('Trap doet nu bijzondere projecten', aldus zijn opvolger) zegt dat de huidige aandeelhouders geen ambities hebben om het bedrijf op korte termijn opnieuw naar de beurs te brengen.

Dat neemt niet weg dat zij wel grote plannen met het bedrijf hebben. Wildenborg stelt dat EHCO-KLM behalve in Duitsland ook een toonaangevende positie wil gaan innemen op de bedrijfskledingmarkten van Spanje, Engeland en Frankrijk. 'De markt is nu nog erg versnipperd. Mogelijk is alleen het Deense bedrijf Kansas in Europa op dit moment groter dan wij.'

Helemaal onbekend is de buitenlandse markt voor EHCO-KLM niet. Zo levert EHCO-KLM naast de hesjes voor de Nederlandse Konmar-supermarkten ook de hippe overalls voor Volkswagen en de uniformen voor de Zweedse politie.

Maar de industriële bedrijfstak kalft af. 'De groeimarkten zijn de dienstverlening en de gezondheidszorg. Juist op die markten willen wij veel sterker worden.'

Volgens Wildenborg gaat het weer goed met het bedrijf. Bij de verzelfstandiging in 1996 werd een klein verlies geleden. Vorig jaar werd op een omzet van 160 miljoen gulden een winst behaald van 6 miljoen. Overnames kunnen daardoor vooralsnog zelf worden gefinancierd.

Meer over