Kameraden, ontwikkelt u!

Anarchisme was niet alleen een zaak van chaos en protest met geweld. Coryfee van de Nederlandse vrijdenkerij, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, voor wie vorige week een museum in Heerenveen werd geopend, was een serieus en gewetensvol man....

LEZEN WAS zowel voor anarchisten als socialisten de sleutel tot ontwikkeling. Gerhard Rijnders, redacteur van Domela Nieuwenhuis' anarchistische weekblad De Vrije Socialist, spoorde zijn lezers aan tot geestelijke verfijning: 'Kameraden, ontwikkelt u - verheft uwe persoonlijkheid. Dan werkt gij zelfstandig aan een nieuwe maatschappij, die zich baseeren zal op 't in vrijheid samenwerken van denkende menschen.' Vanaf 1912 begon hij onder de imprint De Roode Bibliotheek met publicaties van bekende negentiende-eeuwse anarchisten.

Na de dood van Domela Nieuwenhuis nam Rijnders de leiding van De Vrije Socialist op zich. Journalist Jacques de Kadt kende hem nog uit zijn rode periode en herinnerde zich Rijnders als iemand met het 'uiterlijk van een kroegbaas en de stem van een Pruisisch onderofficier'.

'Boeiende romans met sociale strekking' zouden bij De Roode Bibliotheek verschijnen. Maar al gauw werd ook non-fictie aan het fonds toegevoegd. Zo bracht Rijnders boeken van Bakoenin, Kropotkine, Reclus, Fauré, Mackay en natuurlijk van Domela Nieuwenhuis. 'Winkeltjes hebben we niet, maar u schelt maar even aan, als u een brochure of boek wilt hebben', liet Rijnders zijn klantenkring weten.

Zijn uitgeverscredo luidde: 'Hoofdzaak voor ons is dat de ideeën van vrijheid en rechtvaardigheid doordringen. De menschen moeten weten, dat deze maatschappij niet deugt, niet houdbaar is, omdat zij berust op onrecht en leugen.' Rijnders geloofde rotsvast in de maakbaarheid van de samenleving. Hij onderschatte niet de waarde van een gespierde toespraak, maar 'een zuivere, stabiele, beredeneerde wereld- en levensbeschouwing' kon alleen door het geschreven woord tot stand komen.

In 1916 startte Rijnders ook de Bibliotheek voor Ontspanning en Ontwikkeling (BOO), waarmee arbeiders voor weinig geld een eigen boekerij konden opbouwen. Het was merendeels vertaalde fictie. De vertalingen maakte Rijnders vaak zelf; om toestemming bekommerde hij zich niet.

Om het proletariaat aan het lezen te krijgen en met de nieuwe denkbeelden vertrouwd te maken, was intensieve propaganda nodig. Onderwerpen varieerden van theoretisch-anarchistische werken, syndicalisme, sociale vraagstukken tot antireligieuze publicaties en werken over seksuele hervorming. Abonnees bezaten zo na enkele jaren de belangrijkste boeken van toonaangevende negentiende-eeuwse anarchisten. Velen maakten zo voor het eerst kennis met de vrij-socialistische opvattingen.

Voor bestrijding van de oorlog maakte Rijnders regelmatig ruimte binnen zijn fonds. Een zeer populair lied uit die periode was dit, van Dirk Troelstra uit 1901:

Moeder ga voor je kindje staan,

Want daar komt de militie aan.

De militie is het oorlogsgeweld,

Daar is geen moedertje op gesteld,

Want is haar jongen negentien jaar,

Dan staat die booze militie klaar;

Goedschiks, kwaadschiks,

Met zucht of traan,

Daar helpt geen lievemoederen aan.

Bij dunne rats en kommiezenbrood

Drillen ze menig jongen dood.

De Eerste Wereldoorlog versterkte die antimilitaristische gevoelens onder de anarchisten nog meer. Het meest schokkende boek was wel Oorlog aan den oorlog (1924) van de Duitse antimilitarist Ernst Friedrich. 'Het ware heldendom ligt niet in het moorden, maar in den dienstweigering aan den moord! Bevolkt liever alle gevangenissen en tuchthuizen, en alle gekkenhuizen van de wereld, dan voor het kapitaal te moorden en te sterven!', waarschuwde Friedrich, die tot 1938 in Berlijn een anti-oorlogmuseum leidde en voor zijn vredesstreven zeven maanden door de Gestapo werd mishandeld. Onverbloemd toonden de illustraties de schaduwzijde van de oorlog, de kant die de oorlogvoerende mogendheden zo graag verborgen wilden houden: executies en alle mogelijke variaties van oorlogsverminkingen.

In literaire vorm keerde het anti-oorlogsthema terug in de poëziebloemlezingen die Rijnders uitgaf: Revolutionaire poëzie (1919), waarin S. Worms verzen verzamelde van socialistische dichters als Adama van Scheltema en Henriëtte Roland Holst en Het Roode Lied van heden, in 1933 bijeengebracht door Johanna Opdam, met werk van onder anderen Martien Beversluis, Willem van Iependaal, Jef Last, Freek van Leeuwen en de latere uitgever Geert van Oorschot.

Rijnders' gedrevenheid maakte hem echter allerminst tot een modeluitgever. In boekkeuze en werkwijze was hij een eenling. Breder aandacht voor zijn uitgaven dan in eigen kring, zocht hij niet. Door sommige anarchisten werd Rijnders' uitgeverij zelfs als een obstakel gezien, omdat de enorme stroom lectuur van De Roode Bibliotheek andere uitgeefpogingen belette. Bovendien was Reinders zakelijk geen genie; zijn financieel wanbeheer was al in 1923 aan de kaak gesteld in een felle brochure.

Halverwege de jaren dertig was Rijnders' rol eigenlijk uitgespeeld. De abonnementenreeks werd gestaakt en een van de laatste grote werken die bij nog De Roode Bibliotheek verschenen, was Max Stirners beroemde, maar inmiddels gedateerde De enige en zijn eigendom.

Van opgeven wilde Rijnders overigens niets weten. Nog in de oorlog publiceerde hij brochures vanuit zijn wooonplaats Zandvoort. De Vrije Socialist werd verboden en in 1941 deed de Sicherheitsdienst ook Rijnders' uitgeverij in de ban. 'Niet omdat wij in overtreding waren', meldde Rijnders aan zijn trouwe klanten, 'doch alleen omdat men onze lektuur gevaarlijk acht voor de ''orde en rust'' in 't land. Het is mij echter nog mogelijk gemaakt zekere lektuur, langs andere weg, uit te geven.'

Want Rijnders beschikte nog over het adressenbestand van De Vrije Socialist, in bezettingstijd een hachelijk bezit. Deze adressen gebruikte hij voor verzending van de Liberta-serie, waarin zo'n vijfentwintig titels tijdens de oorlog het licht zagen. In deze brochures kon Rijnders naast de vertrouwde libertaire teksten ook zijn eigen commentaar op de gebeurtenissen kwijt.

Eind 1942 moest Zandvoort worden ontruimd. Rijnders verhuisde met zijn rode boeken naar Heemstede. Na de oorlog zorgde de onverwoestbare vrijdenker dat De Vrije Socialist weer kon verschijnen. Op 29 november 1950 overleed Gerhard Rijnders. Hij werd 74 jaar oud.

Toen De Roode Bibliotheek in de jaren dertig verzwakte, nam een groep anarchisten, onder wie publicist Henk Eikeboom, het initiatief voor de Vereniging Anarchistische Uitgeverij (VAU), waarvan men voor twaalf cent per week lid kon worden. Deze uitgeverij had de structuur van een boekenclub: leden waren verplicht elk kwartaal een boek af te nemen.

VAU-boeken brachten volgens een aankondiging 'een schat aan kennis, inzicht en innerlijke en uiterlijke schoonheid'. Aan de uiterlijke verzorging van de boeken van de VAU werd meer aandacht besteed dan aan de grauwe deeltjes van De Roode Bibliotheek. Ook de VAU kwam binnen het verzuilde Nederland nauwelijks buiten eigen kring. Verspreiding gebeurde hoofdzakelijk via de anarchistische krant De Arbeider, waarin elk kwartaal een bijlage Leren en Strijden werd opgenomen met aankondigingen en besprekingen van libertaire uitgaven.

De 'burgerlijke pers' weigerde de boeken uit het VAU-fonds te bespreken. Toch had de uitgeverij wel de ambitie de libertaire ideeën onder de massa te brengen. In 1938 poogde men, analoog aan de Britse The Left Book Club, goedkope boekjes in serievorm uit te geven. Maar het plan kwam niet van de grond. Eind 1936 organiseerde de uitgeverij wel een tentoonstelling van anarchistische boeken in Amsterdam om bredere bekendheid te geven aan de uitgaven.

Werk van de oude anarchisten publiceerde de VAU niet. De uitgeverij gaf liever vrij baan aan nieuwe auteurs. Dat betekende niet altijd ook nieuwe thematiek en inzichten. Zo zagen nogal wat titels over antimilitarisme het licht, zoals De loden soldaat, een 'vrijheidslievend kinderboek'. Ook brak de VAU een lans voor liberalere seksuele opvattingen met M. Hodanns Raad in sexuele nood en Wilhelm Reichs baanbrekende synthese tussen marxisme en Freuds psycho-analyse in Sexualiteit en nieuwe cultuur.

Net als Rijnders kwam ook Eikeboom in financiële problemen. Hij werd ervan verdacht te sjoemelen met geld van de uitgeverij en in 1938 verdween hij uit de organisatie. De VAU werd door enkele anderen voortgezet. Het laatste boek dat werd uitgegeven was Oproep tot socialisme van Gustave Landauer, vertaald door Maurits Mok en met een voorwoord van Henriëtte Roland Holst. Het werd in het laatste nummer van De Arbeider op 10 mei 1940 besproken. De bezetting beëindigde de activiteiten van de uitgeverij.

De boeken van De Roode Bibliotheek en de VAU weerspiegelen een halve eeuw geschiedenis van het Nederlandse anarchisme en hebben bijgedragen tot de intellectuele vorming van vele arbeiders. Hoewel de publicaties voornamelijk binnen eigen gelederen bleven, bleek het eigenzinnige distributiesysteem een uitstekend bindmiddel voor de sterk verbrokkelde Nederlandse anarchistische beweging.

Meer over