Kafka voor de oude dag

Twee bejaarde zussen in Tel Aviv beheren de laatste resten van Franz Kafka’s literaire nalatenschap. Ze hopen hun schat te verkopen aan Duitsland – tot ontzetting van de Nationale Bibliotheek in Jeruzalem....

Alex Burghoorn

In een aftands appartement en enkele bankkluizen in Tel Aviv liggen de raadselachtige laatste resten van de nalatenschap van Franz Kafka (1883-1924). Niemand weet wat het vergeelde papierwerk precies behelst. Zijn het brieven, dagboeken, tekeningen? Als er al een inventarisatie bestaat van het archief, dan is die nooit openbaar gemaakt.

Twee bejaarde zussen waken over de collectie. Zij, Eva Hoffe en Ruti Wisler, zijn geen familie van de Joodse schrijver uit Praag. De nalatenschap is hen toegekomen, omdat ze de dochters van de secretaresse van de vriend van de schrijver zijn. Ze beschermen ze de oude dozen bijkans met hun leven.

Literatuurvorsers en kafkaïanen van allerlei pluimage watertanden van het mysterie. Wie weet ligt aan de Israëlische kust wel een verloren schat van de twintigste eeuw; misschien wel een manuscript van het kaliber Het proces, over de verstikkende kracht van de bureaucratie!

Maar de twee hebben weinig op met onderzoekers die meer inzicht willen krijgen in het korte en getourmenteerde leven van Kafka. Ook de juiste vochtigheidsgraad voor het bewaren van negentig jaar oud lijntjespapier zegt hen niets. De verzameling is vooral hun oudedagsvoorziening. De zussen willen, in navolging van hun in 2007 overleden moeder, geld zien.

De Nationale Bibliotheek van Israël is het gemarchandeer zat, en hoopt het Kafka-raadsel van Tel Aviv eindelijk te ontsluieren. Het instituut heeft een jaar geleden de rechter gevraagd na te gaan of de afhandeling van de erfenis wel door de beugel kan. Vooral het risico dat kopers uit het buitenland er de hand op leggen, telt zwaar. Israël hecht er aan dat al het erfgoed van het Joodse volk onderdak vindt binnen de grenzen van de Joodse staat.

De familierechtbank in Tel Aviv behandelt de zaak en het gaat er volgens de Israëlische krant Haaretz, jawel, ‘kafkaësk’ aan toe. Pas na een speciaal verzoek is onlangs een verslaggever van het links-liberale dagblad tot de rechtszaal toegelaten. Eenmaal binnen hoorde hij rechter Talia Kupelman verzuchten: ‘Het is wel erg symbolisch dat degene die deze zaak behandelt Rechter K. heet, vindt u niet?’ – in een verwijzing naar de beroemde hoofdpersoon Josef K. uit de roman Het proces.

De nalatenschap van Franz Kafka maakt deel uit van de nalatenschap van de schrijver Max Brod (1884-1968), zijn boezemvriend en pleitbezorger. Op de vlucht voor de nazi’s nam hij de geschriften van Kafka in 1939 mee naar zijn nieuwe woonplaats Tel Aviv. Na zijn dood liet hij zijn archief na aan zijn secretaresse Esther Hoffe. In zijn testament legde hij vast dat ze de hele verzameling moest overdragen aan de Nationale Bibliotheek in Jeruzalem, ‘of een ander openbaar archief in Israël of daarbuiten’. Tegelijkertijd mocht alleen zij de geschriften, brieven en dagboeken uitgeven.

Hoffe trok zich er niets van aan. Na 1968 begon ze de belangrijkste stukken uit de nalatenschap te verkopen aan de hoogste bieder. In 1988 ving ze de hoofdprijs voor het manuscript van Het proces: de Duitse staat betaalde 1,98 miljoen dollar, destijds een recordbedrag voor een modern literair handschrift.

Ironisch genoeg wist Max Brod wat het was om de hand te lichten met laatste wensen. Vlak voor Kafka aan tuberculose bezweek schreef hij: ‘Beste Max, alles wat ik nalaat ongelezen moet worden verbrand.’ Maar Brod, die diep onder de indruk was van het tot dan toe veelal ongepubliceerde werk, deed dat niet. Hij gaf Het proces, Het slot en Amerika in het interbellum uit. Achteraf was dat ‘verraad’ een van de invloedrijkste daden uit de literatuurgeschiedenis van de twintigste eeuw.

Dat Hoffe niet dezelfde hang naar openbaarmaking had als Brod verbaasde niet iedereen. Kafka-kenner Klaus Wagenbach toog in 1956 voor onderzoek naar Tel Aviv. ‘’s Avonds gaf Brod me een van zijn brieven aan Kafka zodat ik die kon kopiëren en ’s ochtend weer terugbrengen zonder dat Esther Hoffe ervan wist’, vertelde de 79-jarige onlangs in Haaretz.

Als twee nieuwe immigranten in Tel Aviv hadden Brod en Hoffe elkaar op klassieke wijze leren kennen: tijdens Hebreeuwse les. Drie jaar na aankomst in Palestina overleed de echtgenote van Brod en het jonge gezin van Hoffe ontfermde zich over de ontheemde schrijver. Ze bereidde de publicatie voor van zijn romans Die Frau, nach der man sich sehnt (1953) en Rebellische Herzen (1957). ‘Het was erg moeilijk om zijn handschrift te lezen, en ik was de enige die het kon ontcijferen’, zei Hoffe na zijn overlijden in 1968 in Haaretz.

Het lijkt erop dat Hoffe ervan overtuigd was dat zij als enige Brod begreep. Het moet haar het idee gegeven hebben dat ze met zijn eigendommen kon doen en laten wat ze wilde. Toen ze op 102-jarige leeftijd overleed, bleek dat ze ‘de schetsen, de brieven en de tekeningen van Kafka die wijlen Max Brod mij cadeau heeft gedaan’ had nagelaten, ‘in gelijke delen’, aan haar twee dochters.

Het nieuws over die wending in de Brod/Kafka-erfenis was de druppel voor de Nationale Bibliotheek. De rechter wees volgens de bezwaarprocedure een onafhankelijke executeur-testamentair en blokkeerde de erfenis. Maar veel opgeschoten zijn ze nog niet.

‘Tientallen jaren verdeel ik al erfenissen, en zoiets als dit heb ik nog nooit meegemaakt’, vertelde de executeur Amos Eliash de rechtbank. Erfgename Eva Hoffe weigerde hem de sleutels tot de bankkluizen en het appartement te geven. Ook heeft ze gedreigd zelfmoord te plegen als de boedel naar de Nationale Bibliotheek gaat.

Gealarmeerd door de rechtszaak heeft ook het Literatuurarchief in het Duitse Marbach – waar het manuscript van Het proces ligt –- zich voor de erfenis gemeld. In de jaren zestig zou Brod namelijk mondeling zijn documenten aan de Duitsers hebben beloofd. Het Duitse archief denkt ook recht op de papieren te hebben, omdat Kafka en Brod in het Duits schreven.

De zaak dreigt zich zodoende toe te spitsen op de vraag voor wiens culturele erfgoed de (nog altijd onbekende) documenten het meest van belang zijn – dat van de Joden of van de Duitsers?

Hoeveel zittingen er nog nodig zijn om tot een oplossing te komen, is nog onduidelijk. Onderwijl hebben de zussen de rechtbank verzocht de financiële bezittingen van hun moeder weer vrij te geven. ‘Ik’, zei Eva Hoffe, ‘ben toe aan mijn laatste korst brood.’Alex Burghoorn

Meer over