Kaatsen, sport van etnische minderheden

Voor Friesland is kaatsen de moeder der balsporten. Maar kaatsen is ook een sport voor etnische minderheden, ontdekte dr Piet Breuker, kaatshistoricus....

Pampi Laduche is een held. In Frans Baskenland, waar zijn wieg stond, wordt hij op handen gedragen. Vlak over de grens, in Spaans Baskenland, waar hij zijn geld heeft verdiend als pelotaspeler, wordt de naam van de 42-jarige Laduche nog altijd met respect uitgesproken. Een Bask is een Bask, daarna Fransman of Spanjaard.

Over Pampi's wieg wordt in zijn woonplaats Saint-Jean-de-Luz nog een mooie anecdote verteld. Vader Joseph had een café vlak bij het fronton (de buitenbaan) in het centrum van het dorp. Ook hij was een groot kaatser. Tijdens een wedstrijd sloeg Joseph eens de bal door de ruit van de slaapkamer van zijn zoon. Bal en glasscherven vlogen de wieg in. Maar Pampi, pas twee maanden oud, bleef ongedeerd. Voor Joseph was dat het teken dat zijn zoon een groot beoefenaar van het pelote Basque zou worden. Die profetie is uitgekomen. Pampi: 'De doop als pelotespeler heeft mij geluk gebracht.'

Pampi Laduche is te zien in een zesdelige documentaireserie Net Allinnich Friezen Keatse! over de historie en internationale aspecten van de kaatssport, die Omrop Fryslân de komende weken uitzendt op Nederland 1. Aanleiding is het 100-jarig bestaan van de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond (KNKB). Dat wordt in Friesland onder meer gevierd met het uitroepen van kaatsen tot Monument van de Maand juni, de publicatie van het jubileumboek 'Kaatsen, Lange Traditie, Levende Sport' en de opvoering in het kaatsmekka Franeker van een heuse kaatsmusical, 'Kening op Sokken', van de hand van acteur/cabaretier Rients Gratama en gebaseerd op het gelijknamige boek van Hylke Speerstra.

In Spaans Baskenland is pelota de sport van het grote geld. In de trinquets (binnenbanen) doen de Basken zich te goed aan dikke sigaren en bellen cognac. Er wordt gegokt om het leven. Hier heeft, net als in Friesland, al vroeg een scheiding tussen kerk en sport plaatsgevonden. De spelers scholden en vloekten, het publiek werd dronken en de zondagsrust werd wreed verstoord.

Vlak over de grens is het beeld volkomen anders. In Frankrijk is de idealistische traditie van de kaatssport bewaard gebleven. De traditie die tijdens de Franse Revolutie 'de eed op de kaatsbaan' voortbracht. Parijs telde rond 1600 zo'n 250 kaatsbanen. Voornamelijk voor de adel die pas veel later het kolven zou ontdekken. In het midden van Frans Baskenland werd het jeu de paume beoefend, kaatsen met een net, de voorloper van het moderne tennis.

In Urrugne staat een standbeeld voor kaatsers die in de Eerste Wereldoorlog het leven lieten. Zondags wordt er een speciale mis opgedragen voor de pelotari met de jongste beoefenaars van de sport als misdienaars. Op religieuze feestdagen kaatst de geestelijkheid tegen de burgerij, les noirs contre les blancs. Op het Lycée René Cassin in Bayonne wordt kaatsen gedoceerd aan studenten die een professionele kaatsloopbaan ambiëren. Studenten komen ook uit voormalige koloniën als Marokko en Ile de la Réunion. Voor kaatsen wijkt in deze streken alles.

Ook in Nederland is kaatsen een levende sport. Althans in een klein deel, de Noordwesthoek van Friesland. 'Maar daar is het dan ook springlevend', zegt dr Pieter Breuker, kaatshistoricus en docent Frysk aan het Fries Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Breuker memoreert dat Nederland in de bloeiperiode van het kaatsen tussen 1500 en 1700 zo'n 200 kaatsbanen telde. Buiten Friesland kende de kaatssport in Nederland nog tot het midden van deze eeuw drie zwaartepunten: Zuid-Holland (tussen Rotterdam en Leiden), Noord-Holland (tussen Enkhuizen en Hoorn) en Het Gooi (vooral Hilversum).

De KNKB telt 17duizend leden. Per seizoen worden enkele duizenden wedstrijden georganiseerd. De sterke opkomst van het dameskaatsen wordt gezien als een teken van vitaliteit. 'Toen ik een jongen was', aldus Breuker, 'werd alleen onder mannen over het kaatsen gesproken. Nu praten moeder en dochter ook mee. Kaatsen maakt een belangrijk deel uit van het sociale en culturele leven in Friesland. Van de taal, de literatuur, de beeldende kunst.'

Maar is het kaatsen, zoals dat in Friesland wordt beoefend, wel een sport? Breuker: 'Het is geen topsport zoals voetballen of schaatsen. Als kaatser kun je relatief gemakkelijk tot de top doordringen omdat die smal is. Maar de professionele aspecten van topsport komen ook in het kaatsen steeds meer naar voren. Vroeger werd er amper geoefend. Nu wordt van januari tot en met september een paar keer per week getraind. Van mei tot en met september zijn er voor de toppers twee tot drie wedstrijden per week. Er is de laatste jaren een duidelijke toename van de snelheid en het atletisch vermogen waarneembaar.'

De kracht van het kaatsen, de moeder der balsporten, is tevens de zwakte: het wordt in zo veel verschillende varianten beoefend. In tenminste vijftig landen, verdeeld over alle continenten maar met een concentratie in Europa en Noord- en Zuid-Amerika, wordt op een of andere manier gekaatst. Breuker bezocht in 1994 het eerste internationale kaatscongres in Valencia. Daar maakte een Mexicaanse onderzoekster bekend dat alleen al in de voor-christelijke tijd in Mexico 13 varianten van het kaatsen bekend waren.

Breuker is gefascineerd door de internationale aspecten van de kaatssport. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen. Laatst zat hij te zappen en zag hij op Euro 7 tot zijn stomme verbazing dat leden van een pas vijftien jaar geleden ontdekte bergstam in Pakistan aan het 'balletje verdrijven' waren, een activiteit die is te vergelijken met de warming-up van Friese kaatsers voor een wedstrijd. Op het Zweedse eiland Gotland wordt een variant van het Zuidhollandse 'boerenkaatsen' beoefend. Omdat de hoofdstad Visby in de Middeleeuwen tot een handelsverbond behoorde met in het Nederlandse kaatsgebied gelegen steden als Brugge, Dordrecht, Amsterdam, Harderwijk en Stavoren.

Wat opvalt is dat kaatsen in landen als Nederland, Frankrijk, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk veelal de sport is van etnische minderheden. Breuker: 'Gotland is een mooi voorbeeld van het isolement van een bepaalde streek waar zo'n traditie gehandhaafd blijft. Friesland is ook betrekkelijk geïsoleerd geweest, in sociaal, economisch, cultureel en politiek opzicht. Het was ook heel lang een arme streek en kaatsen is een goedkope volkssport. Bovendien is het een agrarische sport. Die verbinding zie je in veel landen, bij voorbeeld bij het handball in Ierland.'

Het kaatsen zoals dat nog altijd in Friesland wordt gespeeld is afkomstig uit Frankrijk. Breuker is geen aanhanger van verwantschapstheorieën met balspelen die zo ver teruggaan als de oude Egyptenaren. De wens van een lange, eerbiedwaardige stamboom lijkt te vaak de vader van de gedachte van geschiedschrijvers. Essentieel en typerend is de slaande beweging. En die komt, zo is Breuker's overtuiging, van de monniken uit Picardië in het Noordwesten van Frankrijk. Zij kenden, net als de Friezen nu nog, 'kaatsen': slagen die in een latere fase van het spel punten opleverden.

Ontvolking van het platteland, toenemend autoverkeer (kaatsen is een straat- en pleinsport) en de concurrentie van modernere sporten, vormen een bedreiging voor de kaatssport. In Toscane wordt in de heuvels ten Zuidwesten van Sienna nog slechts in een tiental dorpjes door misschien honderd spelers gekaatst. En dat terwijl het uit de Middeleeuwen stammende 'Palla Eh' honderden jaren een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven vormde.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Ieren, Basken, Catlanen, Friezen en Italianen hebben de verschillende kaatsvarianten in immigratielanden als de Verenigde Staten, Canada, Brazilië en Australië populair gemaakt. Er is een World Handball Association waarvan bij voorbeeld ook Mexico en Japan lid zijn. In Florida wordt het 'jai alai' - Baskisch voor 'vrolijk feest' - door goed betaalde beroepsspelers uitgeoefend. Het is dankzij een hulpmiddel, de cesta, de snelste balsport ter wereld met snelheden tot 300 kilometer per uur.

Het is nu zaak, vinden Breuker en de KNKB, om op internationaal niveau tot een of meer gemeenschappelijke varianten te komen. Dat is geen sinecure, gezien de grote verschillen en vaak gecompliceerde speelstijlen. In Europa zijn contacten op gang gekomen tussen Nederland, België, Frankrijk, Italië en Spanje. Basis voor een Europese variant is het pelotespel zoals dat in Wallonië wordt gespeeld. Volgens voorzitter Johannes Westra van de KNKB zou het kaatsen door één internationale spelvorm, die als tweede tak aan het bestaande spel kan worden toegevoegd, sportief enorm opgewaardeerd worden.

'Een olympische sport zal het niet worden', waarschuwt Breuker. 'Die eisen worden steeds strenger. Dan moeten tenminste 75 landen dezelfde variant spelen en dat is onmogelijk. Maar kaatsen in een internationale context zou de positie van de KNKB als bond, die nationaal zwak staat ten opzichte van de grote sportbonden, kunnen verstevigen. Intensieve contacten met andere landen leveren aanzien op en subsidies. Het vergroot de overlevingskansen van kaatsen.'

Pampi Laduche stuitert de bal op de grond. 'Van dit geluid gaat het hart van een Bask open', zegt hij niet zonder gevoel voor drama. 'Pelota en Basken horen bij elkaar. Die zijn onverbrekelijk. Zonder pelota ben je een arm kwijt.' Niet alleen Friezen kaatsen.

Meer over