Kaandorp kan het nog: een zaal platspelen met onzin

Brigitte Kaandorp, de cabaretière die de boel meestal prettig uit de hand laat lopen, heeft vanavond behoefte aan structuur. De wereld is al rommelig genoeg, vindt ze.

Ouderwets is Kaandorp zeker: ouderwets goed. Met haar nieuwe voorstelling Zo neemt ze revanche op het mislukken van haar vorige show, die te gezocht én eigenlijk niet zo grappig was. Nu is het weer piesen in de broek van het lachen, en zo zien we Kaandorp toch het liefst.

Zelfs is ze ook zichtbaar in haar element in haar nieuwe voorstelling, een gekke grabbelton van liedjes en ideeën zoals alleen zij die bij elkaar weet te verzamelen – uiteraard weer met de nodige lulligheid en Kaandorp-trucjes gebracht.

Typisch Kaandorp: ze kondigt aan een verhaal te vertellen, maar komt dan met een zijlijn die eigenlijk veel belangrijker is. Meestal ingeleid met een ‘Ik zat te denken...’, een ‘Nou, je het zegt...’ of een ‘Ik heb trouwens...’. Achteloos begint ze zo te vertellen over een ingezonden brief in de Libelle, waaraan ze een hilarisch en haast eindeloos exposé ophangt over een bepaald type vrouwen.

Een zaal platspelen met onzin; Kaandorp bewijst dat ze het nog kan. Maar het goede nieuws is: los van alle pretentieloze kolder gaat het in Zo wel degelijk ergens over. Kaandorp probeert zich te verhouden tot een wereld die ingewikkelder is geworden. Vroeger bestond God, was een boterham met kaas gezond, hielden vader en moeder van elkaar en was De Efteling het enige pretpark. Nu is niks meer zeker. Aan Kaandorp om haar toeschouwers als een gids door de voorstelling te loodsen.

Toepasselijk volgt dan haar versie van ‘She’ van Aznavour: ‘We’, een absurd nummer over voortdurende naamsveranderingen, in dit geval van modeketens Hij en Zij. Sterk zijn de liedjes over haar naasten: over het liefdesverdriet van haar dochter, haar overleden regisseur Bert Klunder en haar eigen man in bed (‘Grote blote man’).

Hoogtepunt van de voorstelling is onbetwist Kaandorps tirade tegen de babyboomers. Ze concludeert dat haar eigen generatie, de veertigers, het eigenlijk het lastigst hebben. Met dank aan de babyboomers die niet alleen alle leuke banen hebben weggekaapt, maar ook alle heilige huisjes omver hebben geschopt zodat er dus niets meer te protesteren viel – hiermee reageert Kaandorp impliciet op de kritiek over haar geringe engagement. Uiteindelijk krijgen de babyboomers (‘de adviesbureau-generatie’) zelfs van de kredietcrisis de schuld.

Kaandorp is hier ongekend fel, natuurlijk met de nodige ironie, maar haar ergernis is persoonlijk en klinkt gemeend. De cabaretière viert dit seizoen haar 25-jarige jubileum. In haar nieuwste voorstelling komen 25 jaar vakmanschap en persoonlijkheid samen.

Meer over