Boekrecensie

Julian Sancton schrijft waanzinnig spannende non-fictie over een reis die tot mislukken gedoemd leek ★★★★★

Julian Sancton reconstrueert de eerste overwintering op Antarctica in een buitengewoon spannend boek. Met moeite houden de poolreizigers de waanzin op afstand.

Ranne Hovius
null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

‘Moord, zelfdoding, verhongering, krankzinnigheid, een ijzige dood en alle daden van de duivel maken geregeld hun opwachting in onze gedachten’, noteerde scheepsarts Frederick Cook in juli 1898 in zijn reisjournaal. De Belgica, het schip waarop hij met achttien anderen gevangenzat, was omgeven door sneeuwbergen, metersdik ijs en de duisternis van de drie maanden durende winternacht van de Zuidpool. Tegen die aanhoudende duisternis bleek maar een enkeling mentaal bestand.

Het was ook helemaal niet de bedoeling geweest dat deze expeditie de winter met schip en al in het ijs zou doorbrengen. Het plan was om in augustus 1897 naar Antarctica te varen en daar de vier meest geoefende mannen achter te laten in een winterkamp. Zij zouden proberen om bij het aanbreken van de lente als eersten ter wereld de magnetische zuidpool te voet te bereiken.

Tijdens de reis ontstond er zo veel oponthoud dat de ambitieuze Belgische expeditieleider Adrien de Gerlache tot zijn grote ergernis te laat bij Antarctica aankwam voor dit plan. Tegen beter weten in bleef hij zuidwaarts varen, om al gauw de meedogenloze, onberekenbare kracht van het ijs te leren kennen. Ze raakten aan alle kanten ingesloten en bereikten zo een minder gewenste mijlpaal: die van de eerste overwintering op Antarctica.

Leerzaam

De Amerikaanse journalist Julian Sancton kwam deze historische expeditie op het spoor via een artikel over een voorbereidend experiment voor een mogelijke missie naar Mars, waarbij zes mensen langere tijd geïsoleerd onder een koepel leefden. Het stuk opende met de expeditie van De Gerlache en zijn mannen, vanuit de gedachte dat hun ervaringen weleens leerzaam konden zijn voor toekomstige Marsreizigers. Vooral het verslag van Cook bood een mooi inzicht in het effect van isolement, duisternis, onderlinge spanningen en het verlies van alle hoop op de psychische gesteldheid van de bemanning.

Als Sanctons oog valt op de uitdrukking ‘de processie rond het gekkenhuis’, is hij verkocht en wil hij uitzoeken wat er precies op de Belgica is voorgevallen. Het resultaat is het ongemeen spannende Waanzin aan het einde van de aarde. Met behulp van de dagboeken van tien bemanningsleden reconstrueert hij de reis die van meet af aan tot mislukken gedoemd leek.

De Gerlache wist dat hij met een ambitieus plan moest komen om potentiële geldschieters te overtuigen. België had weinig maritieme traditie en nul ervaring met de toen zo spraakmakende poolexpedities. Belgische roem op dit gebied kon geldschieters over de streep trekken. Zeker als er wetenschappers mee aan boord gingen om onbekende gebieden in kaart te brengen en, à la Darwin, ontdekkingen te doen op het gebied van geologie, fauna en flora. De bemanning moest dan wel overwegend Belgisch zijn.

De Gerlache vond echter alleen bereidwillige wetenschappers uit Roemenië en Polen en kon niet de reis niet maken zonder hulp van Noorse zeemannen die ervaring hadden met poolijs (onder wie de later beroemd geworden Roald Amundsen). Dat compenseerde hij met iedere Belgische matroos die zich aandiende, ook al werd het nog zo’n ongeregeld zootje: muitend vanaf dag één, zuipend en ruziënd met de Noren. Eenmaal in Zuid-Amerika schoonde De Ger­lache de bemanning op en veranderde hij de Belgische meerderheid in een minderheid.

Julian Sancton  Beeld .
Julian SanctonBeeld .

We volgen de reis op de voet: de eerste keer dat het schip vastloopt, twisten en verbroedering aan boord, de akelige dood van een overboord geslagen bemanningslid, de noodlottige beslissing van De Gerlache om het poolijs in te varen, de overwinteringsellende. We lezen over schitterende ijsformaties, het sprookjesachtige zuiderlicht, over het vernietigende samenspel van stormen, ijsschotsen en stromingen onder het ijs, over de alles aanvretende rattenplaag en het drinken van warm gutsend zeehondenbloed. En het is allemaal even meeslepend beschreven.

De held van de reis

Toch zijn het vooral de aan Cooks journaal ontleende beschrijvingen van de psychische gesteldheid van de mannen die het boek zo de moeite waard maken. Voor Sancton is Cook de held van de reis, de man die met zijn scherpzinnige blik, empathie en vindingrijkheid de boel bij elkaar wist te houden. Zorgvuldig noteerde hij de verschijnselen die vrijwel de gehele bemanning velden zodra de lange poolnacht begon: verwardheid, desoriëntatie, een korte aandachtspanne, apathie, somberheid, angst, een onregelmatige hartslag, grote vermoeidheid.

Overtuigd van de helende werking van zonlicht bedacht hij een lichttherapie avant la lettre door steeds groepjes mannen naakt voor een hoog oplaaiend haardvuur te zetten. Ook doorbrak hij de apathie door ze dagelijks een uur lang rond het schip te laten lopen (de ‘processie rond het gekkenhuis’) en zette hij ze op een dieet van rauwe pinguïn en zeehond voor de noodzakelijke vitaminen. En hoewel de krankzinnigheid op de loer bleef liggen, hielp het allemaal een beetje.

Was het genoeg om te overleven? In elk geval overleefden Cook en Amundsen: het boek opent met een ontmoeting tussen beiden die jaren later plaatvond. En de rest? Meer vertellen zou tot spoilers leiden – wat bij een non-fictieboek toch zelden het geval is. Kortom: lees zelf en huiver.

Julian Sancton: Waanzin aan het einde van de aarde – De noodlottige reis van de Belgica door de donkere antarctische nacht. Uit het Engels vertaald door Frans Reusink. Hollands Diep; 448 pagina’s; € 24,99.

null Beeld Hollands Diep
Beeld Hollands Diep
Meer over