Boekrecensie

Juli Zeh zet het contrast tussen platteland en stad dik aan in haar roman Onder buren ★★★☆☆

Eerder schreef Zeh een roman over Duitsland waarin de populisten het voor het zeggen hebben.

null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

‘Kom je eigenlijk uit Polen?’, vraagt de 36-jarige Dora – links, milieubewust, net verhuisd vanuit Berlijn – aan haar nieuwe buurman op het Brandenburgse platteland. Deze Gote, die zich eerder vriendelijk heeft voorgesteld als ‘de dorpsnazi’, kijkt haar aan of ze haar verstand heeft verloren. Ze wijst op zijn voorgevel, waar een rood-witte vlag naast de Duitse hangt. ‘Brandenburg’, zegt hij. Veel dichter kun je het cliché van de stedeling niet naderen, denkt Dora beschaamd.

Na de kleine, psychologische roman Nieuwjaar (2019) is de politiek helemaal terug in de nieuwe roman van de Duitse schrijver Juli Zeh, die haar engagement niet tot de literatuur beperkt; ze is lid van de sociaal-democratische SPD en leverde vorig jaar in Duitse media nog stevige kritiek op Merkels coronabeleid, waardoor de democratische waarden in het gedrang zouden komen.

De pandemie krijgt ook een nadrukkelijke rol in Onder buren, die speelt tijdens de eerste lockdown, maar het etiket ‘coronaroman’ dekt de lading niet. De komst van het virus vergroot bestaande tegenstellingen uit, en daar is het Zeh om te doen: hoe moet je samenleven met mensen die zo anders naar de wereld kijken dat je ze niet meer begrijpt?

Greta Thunberg

Eerder werkte ze het thema uit in de groots opgezette, multiperspectivische roman Ons soort mensen (2016), waarin een Oost-Duitse dorpsgemeenschap diep verdeeld raakt over de komst van een windmolenpark. Het boek betekende haar internationale doorbraak. Minder subtiel was de nogal moraliserende dystopie Lege harten (2018), over een Duitsland waar de populisten het voor het zeggen hebben.

Subtiel kun je ook Onder buren niet noemen – een prima vondst voor de nog veelzeggender Duitse titel Über Menschen. Hoofdpersonen Dora en Gote hebben karikaturale trekken, zoals ook de andere personages typetjes zijn. Maar de dialogen zijn goed geschreven (en vertaald), en de plot bevat humor en vaart.

Dora is naar Brandenburg verhuisd om te ontsnappen aan haar haperende relatie met wereldverbeteraar Robert. Vóór de pandemie reisde hij Greta Thunberg overal achterna. Desnoods, lekker hypocriet, met het vliegtuig. Nu typt hij de ene na de andere veelgelezen column vol onheilstijdingen en ‘zie je wel, dit hebben we verdiend, ik heb het altijd al gezegd’. Robert kan maar weinig begrip opbrengen voor Dora’s baan in de reclamebranche, al prijst ze dan duurzame spijkerbroeken aan.

Eenmaal in Bracken, zoals het fictieve Oost-Duitse lintdorp heet, wil Dora onthaasten. Met een zeis (net als importplattelander Jule in Ons soort mensen) gaat ze het ‘botanische drama’ in haar tuin te lijf, zonder enige kennis van zaken. Al snel realiseert ze zich dat het zelfs op het platteland niet wil lukken met de ontprojectisering van haar bestaan: waarom kan ze nooit écht nietsdoen?

En dan verschijnt Gote in haar leven, met zijn nazisympathieën, zijn vlaggen en zijn foute vrienden; tijdens het barbecuen heffen ze luidkeels het Horst Wessellied aan. Al snel ontdekt Dora dat de dorpsnazi ook goede kanten heeft: hij houdt van hortensia’s, heeft een schattig dochtertje en helpt zijn nieuwe buurvrouw waar hij kan.

Vaardig beschrijft Juli Zeh – die zelf vanuit de stad naar zo’n Oost-Duits dorpje verhuisde – Dora’s gevoel van vervreemding, haar morele dilemma’s, de geleidelijke toenadering tot mensen die, ondanks alles, de moeite waard blijken.

Haalbaarheid

Het hele verhaal is geschreven vanuit Dora’s perspectief en dat heeft zijn beperkingen. Als reclamevrouw is ze creatief met taal en speelt ze voortdurend met woorden. Dat levert mooie beelden op: haar hondje trekt op een warme dag door de tuin ‘als een wandelende zonnecel’, haar vervallen huis behoudt zijn waardigheid ‘als een zonderlinge oude heer met een stramme rug’. Maar ze vervalt ook vaak in gemeenplaatsen. Haar banksaldo smelt ‘als sneeuw voor de zon’, bloemstukjes gaan ‘als warme broodjes over de toonbank’.

Ook houdt Dora erg van lege termen en sweeping statements. ‘De haalbaarheid van ‘het’ is de leugen waarop de moderne leef- en arbeidswereld is gebaseerd.’ Ze denkt dat ze misschien niet geschikt is voor ‘het totaalconcept van het bestaan’. Op haar eerste tripje terug naar de grote stad komt ze tot het inzicht dat de ‘clash of civilizations’ echt bestaat. ‘Niet tussen Morgen- en Avondland, maar tussen Berlijn en Bracken. Tussen metropool en platteland, centrum en voorsteden.’

De contrasten zijn niet voor niets zo vet aangezet, de overdrijving dient een doel. Onder buren is één groot spel met clichés, stereotypen en vooroordelen, die een voor een worden doorgeprikt. Meer dan in Ons soort mensen stuurt Zeh haar lezers, al blijft ze gelukkig weg van moralisme. ‘Omdat je alles wilt versimpelen, klopt de wereld nooit voor jou’, krijgt Dora te horen van een homoseksuele buurman met een sticker van de radicaal-rechtse AfD op de deur. De boodschap is niet te missen.

null Beeld Ambo Anthos
Beeld Ambo Anthos

Juli Zeh: Onder buren. Uit het Duits vertaald door Annemarie Vlaming. Ambo Anthos; 352 pagina’s; € 24,99.

Meer over