JULES DEELDER

Jules Deelder heeft wel enkele obsessies, dat is voor niemand een geheim: de oorlog, speed, poëzie, jazz, Sparta, en natuurlijk Rotterdam....

door Fred de Vries

Beelden die beklijven. De dichter, zonnebril, brillantine, kostuum, op een desolaat Doelenplein met die krasstem kankerend op een initiatief om Rotterdam 'gezellig' te maken. 'Willen ze het vol gaan bouwen. Dan is dat hele plein toch weg. Zo is het juist mooi.' Jules Deelder als gids in Stadsgezicht, een documentaire uit 1976.

Een gedicht volgt, eindigend met: 'Posthistorisch vergezicht/ Rotterdam gehakt uit marmer/ kant'lend in het tegenlicht.'

Of dat beeld van de dichter met rochels in zijn haar en op zijn kostuum, als hij in 1979 voordraagt op het Rock Against Religion-festival in een Rotterdams punkhol. Het publiek scheldt en spuugt, Deelder leest door.

'Hij bleef gewoon staan. Daarna is hij doorgebroken. Hij heeft het sein gegeven tot de culturele opbloei van Rotterdam', zegt Bob Visser, maker van het VPRO-televisieprogramma Neon, waaraan Deelder in 1980 meewerkte. Een Deelder die 'beter maf dan mof' op de Berlijnse Muur kalkte. En een Deelder die werd opgepakt toen hij met een antiek pistool op zoek ging naar kernwapens.

Twee jaar later togen Deelder en Visser naar Verdun om er de speelfilm Het veld van eer te maken. Visser werd gearresteerd toen hij een pakje voor Jules moest ophalen, waarin behalve het boek Dictators van Amerika ook een voorraadje speed zat. Ook Deelder werd opgepakt. Het duo werd in het douanekantoor aan de verwarming geketend. Visser: 'Toen gingen ze een proef doen. Het zou cocaïne zijn. En Jules die steeds maar zei: ''Ce n'est pas cocaïne, c'est amphetamine.'' '

Want dergelijke fouten neemt hij hoog op. Deelder, die nu al zo'n 35 jaar speed gebruikt, zal niet weten wat er in zo'n pakje zit. Drugsgebruiker zonder daar mee te koketteren. 'Je merkt heel soms aan hem dat hij heeft gebruikt, als zijn bovenlip licht trilt', zegt een vriend.

'Jules is dope', zegt Visser, die Deelder leerde kennen in de jaren zeventig, toen Rotterdam 'een waanzinnige dope-stad' was. 'Jules is een van de weinigen die ermee kunnen omgaan. Dankzij die dope vertegenwoordigde hij al vroeg de snelheid waarmee de wereld zich zou ontwikkelen. Hij dacht snel, praatte snel, handelde snel.'

En publiceerde snel. Razendsnel. Elk jaar wel een boekje. Poëzie, korte verhalen, een kinderboek, theater. 'Hij heeft op een bepaald moment zijn vorm gevonden en die perfectioneert hij', zegt Frank van Dijl, cultuurredacteur bij Radio Rijnmond. 'Angel Eyes over Chet Baker is een hele mooie tekst. Hij heeft zich helemaal in die figuur en diens verslaving ingeleefd.'

'Angel Eyes is meer Deelder dan Baker', zegt Maria Heiden van boekhandel v/h Van Gennep op de Oude Binnenweg, waar Deelder regelmatig signeert. 'Die stukken over jazz vind ik echt heel mooi. Jazeker, het is literatuur. Maar hij is op zijn best als hij voorleest. Dat kan niemand evenaren.'

Justus Anton Deelder, roepnaam Juul of Juultje, werd op 24 november 1944 geboren in het Rotterdamse Overschie. Het begin van de Hongerwinter. Zijn vader was veertien dagen eerder opgepakt tijdens een Duitse razzia en kwam pas een half jaar later weer boven water. Waarmee de kiem was gelegd voor Deelders fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en de jaren dertig.

Een akelige obsessie, vindt Maria Heiden, die in hetzelfde jaar is geboren en absoluut niets heeft met 'de oorlog'. 'Het heeft er misschien mee te maken dat ik in een dorp opgroeide en hij in die vernietigde stad.'

Volgens Bob Visser werden de oorlog en Hitler op zo'n manier afgeschilderd dat Deelder er vraagtekens bij zette. Zelf zei Deelder in 1977: 'Toen ik klein was vond ik het vreemd genoeg jammer dat de moffen hadden verloren, die waren altijd zo goed toegerust; in films ligt je sympathie ook altijd bij de verliezer, Die tijd fascineerde me, vooral ook de tijd vóór de oorlog, hier en in Duitsland. Mijn moeder heeft toch in de laatste jaren negen maanden met me rondgelopen, dat heeft er ook mee te maken, dat heeft me ook gevormd.'

Andere obsessies: Sparta, jazz, poëzie, Rotterdam, de nacht met al zijn verlokkingen. Het Rotterdamse tracé van de 'Nachtburgemeester' is gehavend. Vrienden uit de jaren zestig, toen Deelder er nog uitzag als een Rotterdamse Frank Zappa (zijn haar ging er in 1970 af, toen ook oom agent het lang ging dragen) zijn dood. Veel plekken waar Deelder kwam, bestaan niet meer. Café De Drie Ballons op het Tiendplein, waar hij begin jaren zeventig op zondagavond op de tafels zijn poëzie declameerde, waar hij ook zijn grote liefde Annemarie Fok ontmoette, is tegen de vlakte gegaan. Jazztenten als Theolonius en Cottage Inn, gerund door de legendarische Willem Wodka 'die de hele jazz-scene van dope voorzag', zijn weg. Biljarten bij Cosy Corner kan niet meer.

Maar jazzcafé Dizzy op de 's Gravendijkwal bestaat nog wel. Daar was Deelder vijftien jaar geleden elke maandag dj, ruim een jaar lang. Eigenaar Gerard Meuldijk: 'Dan kwam hij met z'n koffertje platen. Wat hij draaide hing af van zijn bui. Altijd blazers. Zangeressen vindt hij vreselijk.

'Soms was het niet om aan te horen, zo hard. Als hij draait, kan hij met de hele wereld ruzie krijgen. Hij houdt ongelooflijk van zichzelf. Dat is niet slecht, maar hij kon een hele avond verzieken. Dan zat je met een lege tent. Als betaling wilde hij steevast een sateetje en twee gin-tonic met vers citroensap. Het is legendarisch geworden. Nu nog komen er mensen die vragen of Jules vanavond draait.'

Van Dizzy loopt het spoor naar café De Vagebond op de Nieuwe Binnenweg, waar hij regelmatig komt en ook optrad met zijn Trio Me Reet. Deelder op drums. 'Een heel leuk optreden', zegt eigenaar Ferry van den Enden. 'Soms zie je hem hier twee maanden niet, dan ineens drie keer achter elkaar. Komt-ie binnen en zegt-ie: ''Geef mij gin-tonic.'' Hier valt niemand hem lastig. Als-ie een goeie bui heeft, maakt-ie een praatje. Meestal niet. Maar hij is wel aardig. Hij heeft wel goeie humor.'

Deelder is vooral zichzelf gebleven, 'een echte Rotterdammer zonder kapsones', klinkt het twintig meter verderop, in nachtcafé Will'ns en Wetens. Een kleine, donkere ruimte, heel jaren zeventig, waar Deelder elke maandag achter de draaitafel kruipt, betaald in gin-tonic. 'Hooguit twee, drie. Het is geen keilebak', zegt eigenaar Wil van Noorloos, die Deelder al bijna dertig jaar kent. Een vriend? 'Nee, Deelder is een Einzelgänger. Maar hij is wel wat opener geworden. Na sluitingstijd kun je met hem lachen. Dan gaat-ie lullen. Als hij in vorm is, krijg je zijn complete nieuwe boek te horen.'

Zijn slechtste eigenschap? Noorloos, zelf Feyenoorder: 'Dat-ie voor Sparta is. We hebben het er nooit over. Vroeger meed je elkaar op zondag.'

Als jongetje van drie ging Juultje aan de hand van zijn vader mee naar Sparta. Die liefde is nooit gesleten. Hij heeft een pesthekel aan Ajax- en Feyenoordfans, aan die 'boeren van Zuid'. Altijd gehad. Nog steeds heeft hij een Sparta-seizoenskaart en is hij elke thuiswedstrijd op Het Kasteel te vinden, op een mooie plek op de eretribune.

'Hij mag ook naar de businesslounge, maar al dat gedoe eromheen hoeft hij niet', zegt José Lindemans van de Sparta-supportersvereniging. 'Hij is niet echt toegankelijk. Soms komt hij met zijn vrouw en dochter en een vriend. Zit de hele familie Deelder op de tribune. En maar commentaar geven, de hele wedstrijd door. Hij is onze burgemeester, daar zou Sparta wel wat meer gebruik van mogen maken. Zijn cd met gedichten wordt vaak gedraaid in het supportershome.'

Vroeger of later ga je dood

Dat staat als een paal boven water

Zo oud als Sparta word je nooit

En als je gaat is het je tijd geweest

Dat is een ding wat zeker is

Zo niet ofter een hemel is

Maar alster één is dan zal je zien

Dat de Hemelpoort, o brok in ons keel

Verdacht veel weg heeft van

Het Kasteel

Deelder, die vrijdagavond wordt geëerd in 'De Nacht van Deelder' (De Kleine Komedie), is onclassificeerbaar. Een te laat geboren beatnik, die in de jaren zestig in Londen tussen de zwervers, dopeheads en weirdo's bivakkeerde en wiens eerste gepubliceerde gedicht 'Cloud 9' heette. Een jazz-fanaat met ruim tienduizend lp's. 'Dan zette ik hem om twaalf uur 's middags af bij een platenzaak in Parijs, en haalde ik hem om zes uur weer op. Had-ie voor 1500 piek platen gekocht', zegt vriend Rokus Jeronimus van kledingzaak Krokus.

Een dandy met zeker vijftig kostuums. Jeronimus: 'Ik heb ook weleens een zuurstokroze aan hem verkocht. Die was eigenlijk van mij. Maar ineens kwam hij ermee te voorschijn. Hij wilde hem. Dan kan hij behoorlijk zeiken.'

Want de wereld draait om Deelder. 'Hij had helden uit zijn jeugd, daarna is hij zelf held geworden', zegt filmmaker Bob Visser. 'Het is kiezen of Deelder. Dat is tegelijk zijn beste en slechtste eigenschap.'

Zijn mooiste gedicht? Voor Ari, de ode aan zijn dochter, vinden Heiden en Van Dijl onafhankelijk van elkaar. 'Omdat dat zijn tedere kant toont.'

Lieve Ari

Wees niet bang

De wereld is rond

en dat istie al lang

De mensen zijn goed

De mensen zijn slecht

Maar ze gaan allen

dezelfde weg

Hoe langer je leeft

hoe korter het duurt

Je komt uit het water

en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari

Wees niet bang

De wereld draait rond

en dat doettie nog lang

Meer over