STAD & SCHRIJVERJules Deelder

Jules Deelders houten silhouet is net zo’n vanzelfsprekende aanwezigheid als toen hij nog leefde

Leeft de geest van de schrijver voort in de steden die hij heeft verbeeld in zijn werk? Onno Blom gaat deze zomer op zoek en neemt fotograaf Renate Beense mee. Vandaag: het Rotterdam van Jules Deelder.

Ari, het café-restaurant waar Jules Deelder vaak zat. Links op de deur een gedicht van Deelder. Beeld Renate Beense
Ari, het café-restaurant waar Jules Deelder vaak zat. Links op de deur een gedicht van Deelder.Beeld Renate Beense

Zou hij thuis zijn? Heel even flitst het door je heen voor de deur aan de Mathenesserlaan 168. De gevel van het statige pand ziet er gereinigd uit, beter dan ooit, maar voor de deur is het nog het vertrouwde rommeltje. In het gefilterde licht van de oude platanen staat een eenzame stoel op straat en een grote vuilnisbak te meuren.

Op de zwarte poortdeur naast het huis, onder vervaarlijke ijzeren tanden tegen insluipers, staat nog, in het handschrift van de dichter, in felgele vilstiftletters de ode aan zijn stad, ‘Rotown Magic’: Rotterdam is geen illusie / door de camera gewekt / Rotterdam is niet te filmen / Rotterdam is vééls te ècht.

Decennialang woonde Jules Deelder hier. Kort voor zijn dood verkocht hij het pand omdat het plafond naar beneden was gepleurd. De laatste maal dat we hier afspraken, was de dichter te laat. Veel te laat. Aanbellen. Telefoneren. Jules had geen mobieltje. Rinkeldekinkel, klonk het door het opengeschoven raam op de eerste verdieping. Niemand.

Een beeld van Jules Deelder naast café-restaurant Ari. Beeld Renate Beense
Een beeld van Jules Deelder naast café-restaurant Ari.Beeld Renate Beense

Net toen ik besloot onverrichter zake huiswaarts te keren, zwaaide de deur open en verscheen Deelder in onberispelijk nachtzwart pak op de drempel. Vlinderbril op de neus, hoed in de hand en haar glanzend van de pommade. ‘Belde jij net?’ ‘Ja, Jules.’ In onvervalst Rotterdams: ‘Je denktonnie dat ik meme ongekamde haren me kop uit het raam steek? Kom, laten we een kop koffie drinken bij Ari, dan zitten we lekker droog.’

Veel mensen denken dat het café naast zijn deur naar zijn dochter is genoemd. Onzin. ‘Iedereen in Rotterdam heet Ari.’ Maar Rotterdammers denken toch aan haar, vanwege de ontroerende regels van haar vader: ‘Lieve Ari / Wees niet bang / De wereld is rond / en dat istie al lang.’

Voor de deur van Ari staat nu Deelders houten silhouet op straat. Niemand kijkt ernaar. Het is voor buurtbewoners net zo’n vanzelfsprekende aanwezigheid als toen hij nog leefde, tik tik tik op zijn hakjes de weg overstak, vriendelijk de mensen op het terras toeknikte en op weg ging om zich in de stoel te laten scheren bij de jongens van Schorem op de Nieuwe Binnenweg.

Ooit ging ik een dag op pad met Deelder door Rotterdam voor een radiodocumentaire. Eerst naar de Euromast, voor het totaalplaatje. Bovengekomen deed Jules de microfoontest. Hing over de reling, rechterhand om zijn mond: ‘JodelaHitlerrrrrrr!’

Deelder liet zich scheren bij Schorem op de Nieuwe Binnenweg. Beeld Renate Beense
Deelder liet zich scheren bij Schorem op de Nieuwe Binnenweg.Beeld Renate Beense

Vervolgens weigerde hij van grote delen van het uitzicht te genieten. Hij keek weg van een kolos van een gebouw aan de voet van de mast waar hij heel wat ‘verwaarloosbaar kleine financiële probleempjes’ had moeten oplossen: het belastingkantoor aan de Puntegaalstraat. ‘Nooit gaat ik d’r meer heen, naar de Plukmekaalstraat.’

Bovendien keurde hij op de Euromast het zuiden geen blik waardig. Daar staat namelijk De Kuip, het stadion van Feyenoord. ‘Omhooggevallen patsers.’ Nee, dan de andere zijde, in de richting van Overschie, waar hij was geboren. Daar ligt Het Kasteel, het stadion van Sparta. Uit volle borst zette hij de Spartamars in: S-P... A-R... T-A...!’

Decennialang miste Deelder geen thuiswedstrijd. Hij kende alle spelers uit de geschiedenis. De hoofdtribune is genoemd naar Tonny van Ede. Op het eind van zijn leven werd de oud-voetballer dement. Elke zondag vertelde Deelder hem over diens wereldgoals. Elke keer waren ze voor Van Ede weer als nieuw.

In het museum met clubparafernalia, met elftalfoto’s met Louis van Gaal, Danny Blind en John de Wolf én de opgezette meeuw die Feyenoorddoelman Eddy Treytel ooit uit de lucht schoot tijdens de derby (‘in de Kuip hebben ze ook zo’n meeuw, maar wij hebben de echte’) is ook een glazen vitrinekastje ingericht voor de Spartaan die nooit één bal raakte: Jules Deelder.

Memorabilia van Jules Deelder in het museum van het Sparta-stadion. Beeld Renate Beense
Memorabilia van Jules Deelder in het museum van het Sparta-stadion.Beeld Renate Beense

Zo ligt er het enige echte exemplaar van de aanvoerdersband die op zondag 24 november 2019 bij Sparta-Vitesse werd gedragen met de tekst: ‘Jules Deelder 75 jaar!’ De eerste wedstrijd na de dood van de dichter, nog geen maand later, op 19 december 2019, werd een minuut stilte in acht genomen en speelde het elftal met zwarte rouwband. Troost vinden de supporters in Deelders gedachte dat ‘de hemelpoort – o! / brok in ons keel – / verdacht veel weg heeft / van het Kasteel.’

Veld en tribunes van Sparta-stadion Het Kasteel. Beeld Renate Beense
Veld en tribunes van Sparta-stadion Het Kasteel.Beeld Renate Beense

Er was maar één plek die volgens Deelder nog typerender is voor het échte Rotterdam, en dat is aan de oever van de Maas met zicht op de ‘verhefbrug’, de oude spoorbrug met van die gigantische stalen klinknagels. ‘Daar ken zo’n ordinaire gozer uit Rotjeknar (ja, zo mot je dat zeggen, het is ook Rotterdám en niet Rotterdóm) tranen van in z’n ogen krijge.’

Een meeuw stort zich van de verhefbrug naar beneden, wiegt op de wind en scheert over de kolkende golven. ‘Aan de Maas gezeten / turend in het zwerk / het stadsgeraas geweken / ontstijgt men aan zichzelf’, dichtte Deelder.

Hier is hij thuis.

Een gedicht van Deelder aan een muur van het Sparta-stadion. Beeld Renate Beense
Een gedicht van Deelder aan een muur van het Sparta-stadion.Beeld Renate Beense
Meer over