OpinieElma Drayer

Juist in de literaire wereld maakt het écht niet meer uit of je man of vrouw bent

Vorige maand viel D66-minister Ingrid van Engelshoven, altijd op de bres voor inclusie en diversiteit, even uit haar rol. In een interview met HP/De Tijd over haar culturele voorkeuren somde ze, o schande, louter witte, mannelijke schrijvers op. Desgevraagd verklaarde ze dat ‘je kiest bij de literatuur waar je van houdt voor de mooiste boeken, en niet voor de persoon die het geschreven heeft’. Dat geldt wat haar betreft ook voor literaire prijzen. Uiteindelijk, zei ze, moet de eer gaan naar het mooiste boek. ‘Het geslacht of de achtergrond van de auteur mag daarbij geen rol spelen.’

Verontwaardigde reacties volgden, onder meer van literatuurwetenschapper en taaltechnoloog Corina Koolen. Via Twitter liet ze weten dat ze haar gelijk weer eens zag bevestigd. Twee jaar geleden toonde ze immers in haar promotieonderzoek al aan dat wij vrouwelijke auteurs ‘onbewust’ buitensluiten.

Toevallig verscheen dezer dagen de publieksversie van Koolens dissertatie, onder de geestige titel Dit is geen vrouwenboek. (Ook geestig: ze koos voor een uitgeverij die bekendstaat om de Bouquet-reeks. ‘Ik zeg immers met dit boek: alles wat we denken te weten over genres, over gender, over literaire kwaliteit, alles zouden we moeten bevragen en toetsen.’) Voor de goede orde, in haar vlot geschreven boek gaat Koolen nogal tekeer tegen lieden, onder wie ikzelf, die rond haar promotie kritiek leverden op haar uitspraken in de pers. Haar verweer: wij hadden er niks van begrepen. Des te meer reden om haar boek nu met extra belangstelling te lezen.

In de inleiding ontvouwt ze meteen wat ze haar ‘mening’ noemt. Zij vindt dat wij moeten streven naar ‘een gelijkwaardig speelveld’ voor vrouwelijke en mannelijke auteurs. ‘Naar een gelijke verdeling in het toekennen van literaire prijzen, in literaire canons, in auteurs aan de top. Ik geloof dat we met een dergelijk evenwicht meer variatie krijgen en daardoor een hogere algehele kwaliteit.’

Om het prestige van vrouwelijke schrijvers in kaart te brengen combineert Koolen grootschalig lezersonderzoek met computeranalyses van bijna 500 Nederlandse en vertaalde romans. Uitkomst: literair werk van vrouwen scoort bij lezers ‘significant’ lager. Ze vergelijken het vaker met ‘laag literair ingeschatte genreromans’. Tekenend vindt Koolen dat de term ‘vrouwenboek’ geldt als pejoratief, terwijl de term ‘mannenboek’ nauwelijks voorkomt. En zelfs als vrouwelijke auteurs er bij lezers literair-kwalitatief even goed vanaf komen, dan refereren zij bij hen vaker aan de inhoud, bij mannelijke auteurs aan de schrijftechniek. Oftewel: we oordelen ‘minder objectief’ dan we denken en gender weegt wel degelijk mee. Voeg daarbij de feitelijke constatering dat vrouwelijke auteurs moeizamer ‘de literaire ladder’ beklimmen want minder vaak in de prijzen vallen, en Koolen heeft haar cirkel rond. ‘Alle lagen van de literaire wereld, inclusief de lezer, helpen onbewust mee om de ongelijkheid in stand te houden.’

Met oplossingen komt ze ook. Zo adviseert ze jury’s om één jaar lang uitgevers te vragen maximaal 40 procent romans van ‘witte mannen’ in te sturen. En ons allemáál drukt ze op het hart om kritisch naar onze boekenkast te kijken. ‘Staan daar veel romans in van vrouwelijke auteurs? Hebben die een vrouwelijke hoofdpersoon?’

Nu zal het gerust dat sommige lezers (m/v) nog altijd kampen met ‘onbewuste’ vooroordelen waardoor ze vrouwelijke schrijvers lager inschatten dan mannelijke. Eeuwen achterstand poets je nu eenmaal niet in een paar decennia weg. Tegelijkertijd is juist de literaire wereld een van de weinige gremia waar het niet langer uitmaakt welke geslachtsdelen je bezit – precies zoals het overal zou moeten zijn. Lever je kwaliteit, geen uitgever, redacteur, recensent of jurylid zal heden ten dage zo achterlijk zijn je te negeren alleen omdat je een vrouw bent. Alle academische telwerkzaamheden ten spijt, we leven écht niet meer in de jaren vijftig. Het klimaat is écht veranderd. Dat vrouwelijke auteurs minder vaak in de prijzen vallen is écht een kwestie van tijd.

En dan nog. Mij blijft ontgaan waarom het land der letteren zou moeten voldoen aan eisen die gelden voor een parlementaire democratie – waar iedere bevolkingsgroep recht heeft op representatieve vertegenwoordiging. Zoals me ook ontgaat waarom ‘meer variatie’ in achtergrond vanzelfsprekend zou leiden tot een ‘hogere algehele kwaliteit’. Een goeie schrijver is een goeie schrijver, punt uit.

Nooit gedacht dat ik minister Van Engelshoven nog eens gelijk zou geven. Maar ik doe het wel.

Beeld HarperCollins

Corina Koolen: Dit is geen vrouwenboek – De waarheid achter man-vrouwverschillen in de literatuur. HarperCollins; 224 pagina’s; € 22,50.

Meer over